“Als ik mensen vertel dat ik alcoholverslaafd was, geloven ze me bijna niet. ‘Jij?’ zeggen ze dan verbaasd. ‘Maar je komt helemaal niet over als een alcoholist.’ Ik ben een vrouw van goede komaf, met een succesvolle carrière en een verzorgd uiterlijk. De aanname is dat je met dergelijke vinkjes achter je naam niet afhankelijk van drank kunt zijn. Toch dronk ik jarenlang elke dag. Ik dronk me nooit laveloos, maar leefde op een constante toevoer van slokjes sterke drank verdeeld over de dag. Letterlijk van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat.
‘Hoog functionerend’ noemen ze mijn categorie verslaafden. Mensen die ondanks alles in staat blijven om ogenschijnlijk goed mee te draaien. Ik werkte in de advocatuur, waar een hoge prestatieen werkdruk heerst. Voorafgaand aan elke belangrijke bespreking nam ik een slok. Ik had altijd flacons sterke drank in mijn bureaulade en in mijn auto liggen.
Ik ben nu vijf jaar nuchter. De weg naar afkicken heeft maar liefst, schrik niet, vierendertig jaar geduurd. Ik ben nu tweeënveertig, reken maar uit. Ik bedoel niet dat ik op mijn achtste verslaafd raakte, maar het zaadje is toen wel geplant. Toen proefde ik voor het eerst een slok champagne.
Die kreeg ik tijdens mijn vaders verjaardagsfeestje van een oom, bij wijze van grapje. Lekker vond ik het niet, maar ik herinner me wel de prettige opwinding toen de vloeistof achter in mijn keel prikte. De mensen om me heen keken naar me en lachten. Ik was het middelpunt van de belangstelling. De associatie van drank met positieve aandacht was gelegd.
Drinken was in onze kringen iets heel gewoons, een dagelijks gebruik. Niet dat mijn ouders lallend over straat gingen. Het drankgebruik was van hoog niveau, zou je kunnen zeggen. Goede wijn, champagne, een gerijpte port na het eten.
‘Het drankgebruik bij ons thuis was van hoog niveau. Goede wijn stond voor het goede leven’
Zo spraken mijn ouders er samen ook over, als ze een glas inschonken. Met bewondering en genot. Als kind dacht je: dat moet wel iets heel bijzonders zijn. Terugkijkend weet ik dat die fijnproeverij niet betekende dat mijn vader en moeder niet bovenmatig dronken. Ze dronken dagelijks zowel voor, tijdens als na het eten wijn, en ’s avonds was er cognac of whisky. Bij ons stond dit voor het goede leven. Het was chic om je avondeten te laten begeleiden door een mooi glas wijn. Of twee, drie.
Het getuigde van hartelijkheid om je gasten, al kwamen ze maar even op de koffie, een goede likeur aan te bieden. Het straalde succes uit om op een feestje de champagne te laten knallen en dure wijnen en sterke dranken rijkelijk te laten vloeien.”
EENZAAM KIND
“Mijn ouders waren hardwerkende juristen en hadden niet heel veel tijd voor hun enige dochter. Het was niet dat ze niet van me hielden, maar hun manier om dat te tonen, was gekunsteld. Ik werd overladen met speelgoed en mooie jurken.
‘Ik kwam niet meer uit mijn woorden, begon te zweten en zakte trillend door mijn benen’
Materieel kwam ik niets tekort. Ik was een gelukkig meisje, dat wil ik benadrukken. Dat ik er diep vanbinnen naar gehunkerd moet hebben om écht gezien te worden door mama en papa, is iets wat ik pas als volwassene heb geconstateerd. Het is precies wat die eerste slok alcohol voor mij tot zo’n ingrijpend moment maakte. Ik was opeens deel van de volwassenen om mij heen. Ze lachten, hieven hun glas naar me. Ik hoorde erbij.
Het vulde een bepaalde leegte in mijn kinderhart. Ik moet als enig kind best eenzaam zijn geweest, zeker omdat ik weinig contact had met leeftijdgenootjes. Voor samen spelen na schooltijd was weinig gelegenheid. Mijn ouders hielden er niet zo van. Ze vonden het gedoe. Ze hadden altijd haast en geen tijd om mij te halen en te brengen, laat staan andere kinderen over de vloer te hebben.
Ik groeide op tussen volwassenen, zij waren mijn wereld en mijn referentiekader. Dat ik altijd laat op mocht blijven als er thuis borrels of feestjes waren, droeg daaraan bij.
Na die eerste slok vroeg ik op een volgend feestje of ik weer mocht proeven. Ik voelde wel aan dat ik moest wachten tot de stemming jolig was. Ik wist iemand te verleiden om me aan een glas wijn te laten nippen. Diegene was er ongetwijfeld van overtuigd dat ik het vol afschuw zou uitspugen. Het leek weer een onschuldig geintje en het bracht me wederom dat waar ik zo naar verlangde: aandacht, een schaterlach en een joviale arm om mijn schouders.
Niemand heeft ooit de impact ervan kunnen voorzien. Anders hadden ze me nooit hun glas aangereikt. Het waren ook wel een beetje andere tijden. Drinken, maar ook bijvoorbeeld roken in het bijzijn van kinderen, waren zaken waar niemand bij stilstond. Ik vind het belangrijk om niet met een beschuldigende vinger te wijzen. Uiteindelijk heb ik als volwassene helemaal zelf de keuze gemaakt om te drinken, net zoals ik er gelukkig uiteindelijk voor heb gekozen om ermee te stoppen.”





REDDING
“Het keerpunt kwam toen ik op een ochtend tijdens een zitting in de rechtbank niet meer uit mijn woorden kwam. Ik stond te zweten en te trillen en zakte door mijn benen. Het feit dat ik zo openlijk faalde en mijn cliënt op dat moment niet goed kon vertegenwoordigen, betekende voor mij uiteindelijk de omslag.
Ik nam in die tijd voor aanvang van mijn werk op de parkeerplaats altijd een slok wodka. Maar die ochtend was de flacon in mijn dashboardkastje om de een of andere reden leeg. Dat was me nog nooit overkomen en het is achteraf mijn redding geweest. Mijn lichaam was in de loop der tijd zo gewend geraakt aan de gestage toevoer van alcohol, dat het simpelweg niet meer functioneerde zonder mijn ochtendshot.
Ik heb me vervolgens met een smoesje uit de voeten gemaakt, in de wetenschap dat de rechter en mijn collega in de rechtbankzaal vanwege hun werk een alcoholtremor en afkickverschijnselen natuurlijk donders goed herkenden. Het heeft ervoor gezorgd dat ik nog diezelfde middag bij mijn huisarts om hulp heb gevraagd.

Als kind nam ik soms een slokje, als puber en student dronk ik regelmatig te veel, en tijdens mijn loopbaan ging ik over op een dagelijks drankritme. Uiteindelijk zorgde schaamte ervoor dat ik mijn probleem erkende. Mensen zijn vaak verbaasd dat ik het zo lang verborgen heb weten te houden. Maar vergeet niet dat het drinken van alcohol in onze samenleving een geaccepteerd sociaal gebeuren is.
Borrels en dinertjes zijn in mijn wereld bijna aan de orde van de dag. Na een drukke werkdag thuis je hakken uitschoppen en een paar welverdiende glazen wijn drinken, is al net zo normaal. Een slaapmutsje? Niets mis mee, toch? Niemand in mijn omgeving keek daarvan op. En ik had geen vaste partner in die tijd, dat scheelde ook.
Het ochtendshotje wodka in de auto en de flacon in de bureaulade, dat sloop erin. Ik weet niet meer wanneer ik er precies mee begon, maar wel dat ik dacht: een klein teugje helpt me om net even die lastige meeting aan te kunnen. Ik maakte mezelf wijs dat ik er zo weer mee kon stoppen. Het is niet dat ik ladderzat mijn werk zit te doen, zei ik dan tegen mezelf. De één rookt een sigaret, de ander drinkt een energiedrankje, en ik neem een pietepeuterig klein slokje wodka. Niks om je druk om te maken.
‘Na een verslaving moet je alles herformuleren: wat je leven waarde geeft, wie je eigenlijk bent’
Mijn leven na mijn verslaving is in het begin lastig geweest. Je moet alles herformuleren: je eigenwaarde, wat je leven inhoudt en waarde geeft, en wie je eigenlijk bent. Ik heb na een opname in een kliniek en het natraject daarvan alles omgegooid. Ik ben verhuisd, werk nu als raadsvrouw bij een liefdadigheidsinstelling en heb mijn loopbaanambities vervangen door levensambities. Ik wil leven in het hier en nu. Bewust, aandachtig en met oog voor alles wat de afgelopen jaren vertroebeld bij me binnenkwam: een mooie bloem in de tuin, mijn kat die zich opkrult op mijn schoot of een prachtig boek.”
Tekst: Natascha de Vries - Illustraties gegenereerd met ai - Uit privacy-overwegingen zijn de namen in dit verhaal gewijzigd




