Dat Iris Sommer – hoogleraar psychiatrie aan het UMC Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen, auteur van 'Haperende hersenen' en 'Het vrouwenbrein' – nu pas met een boek over taal komt, lijkt merkwaardig: de connectie tussen taal en het brein is al jarenlang één van haar grote fascinaties – ze promoveerde op het horen van stemmen bij mensen met schizofrenie – en loopt als een rode draad door haar werk.
IRIS SOMMER «Taal is zo'n breed onderwerp dat ik er wel vier boeken over had kunnen schrijven (lacht). De eerste versie van het boek was een forse, taai kathedraal van een geschrift dat ik mijn studenten wel kon aandoen, maar niet het gewone lezerspubliek.
»Het laatste duwtje kreeg ik door de kunstmatige taalmodellen zoals ChatGPT waar tegenwoordig zoveel om te doen is. Wat kunnen we van die taalmodellen leren over het menselijk brein? Hoe uniek is onze taalvaardigheid?»
HUMO Goeie vraag: wat leren die modellen ons over taal?
SOMMER «Het menselijke taalsysteem is één van de meest complexe systemen op aarde: ik heb het altijd geweldig gevonden dat te bestuderen. Maar dan bouwen die programmeurs in Silicon Valley een wiskundig model – ook weer niet zo complex – dat bijna net zo goed spreekt als wij, en binnenkort vermoedelijk zelfs beter. Het kan tussen de regels lezen en begrijpt welke gevoelens we in taal uitdrukken, zelfs als we ze niet letterlijk uitspreken.
»In het oude model van filosoof René Descartes was de mens uniek, anders dan de rest van de schepping: wij zijn talig en door die taligheid hebben we zelfbewustzijn. Daarmee onderscheiden we ons van de dieren: we kennen onszelf spreekrecht en mensenrechten toe, en dieren niet. Nu taligheid helemaal niet zo uniek blijkt te zijn, moeten we dat beeld bijstellen.»
HUMO Er zijn veel theorieën over, maar hoe taal is ontstaan, weten we nog altijd niet.
SOMMER «Het beste idee krijgen we door naar dieren te kijken. Als we hun communicatie goed bestuderen, wat we in het verleden vanuit een misplaatst superioriteitsgevoel nooit hebben gedaan, blijkt dat ze wel degelijk over taal beschikken – in sommige gevallen is die zelfs net zo complex als de onze. Zo communiceren potvissen met klikgeluiden, een soort alfabet waarmee ze in allerlei combinaties heel veel verschillende boodschappen kunnen uitdrukken. Potvissen staan erom bekend dat ze aan het wateroppervlak urenlang onder elkaar kunnen kletsen.
»Ook de bekende melancholieke zang van de bultrug is veel complexer dan je zou denken: hun lied bestaat uit korte geluiden, een soort van lettergrepen, die worden gecombineerd tot wat je woorden of zinnen zou kunnen noemen. Samen vormen ze liederen met complexe betekenissen. Bultrugtaal blijkt bovendien te beantwoorden aan de wet van Zipf: het frequentst gebruikte woord in een taal komt twee keer zo vaak voor als het op één na frequentste, drie keer zoveel als het op twee na meestgebruikte, enzovoort. Die wettigheid zie je in alle menselijke talen. Het walvissenbrein is groot en heeft veel zenuwcellen: het kan het gebruik van taal zeker aan.
»De NASA bestudeert walviszang als vingeroefening om ooit een complexe taal van een buitenaardse beschaving te kunnen ontcijferen. Een paar jaar geleden publiceerden ze het eerste 'gesprek' met een vrouwelijke bultrug.»
HUMO Ook de communicatie tussen olifanten blijkt een stuk geavanceerder dan lang werd gedacht.
SOMMER «Olifanten hebben een soort begroeting voor elkaar en als moeders, oma's en zussen voor een kalfje zorgen, maken ze geluiden die je met onze wiegeliederen zou kunnen vergelijken. Uit recent onderzoek blijkt zelfs dat individuele olifanten reageren op een specifieke roep. Daarmee zouden ze de eerste niet-menselijke zoogdieren zijn die elkaar namen geven.
»Zelfs kippen, die bepaald geen groot verstand hebben, blijken op een dermate complexe manier te communiceren dat je wellicht van taal zou moeten spreken. Apen zijn heel goed in waarschuwingen en sociale coördinatie: als ze als groep migreren, zeggen ze dingen als 'Let op mij,' of 'Blijf erbij.' Uit die beperkte taal heeft de menselijke taal zich wellicht ontplooid.»
HUMO Is er dan nog iets uniek aan onze communicatie?
SOMMER (aarzelt) «Misschien de verhaalkunst. Verhalen zijn het schema waarin wij denken en de manier waarop we dingen onthouden: dat ben ik bij dieren nog niet tegengekomen. Al weet ik zelf dat niet zeker.
Als potvissen geen verhalen te vertellen hebben, moeten ze toch een keer uitgeklikt zijn?»
HUMO Als dieren – en met name dieren die voor menselijke consumptie worden gekweekt – over taal blijken te beschikken, heeft dat consequenties voor hoe we naar hen kijken.
SOMMER «Als we via hun taal inzicht krijgen in hun rijke leefwereld, kunnen we ze onmogelijk nog zien als schepsels die we zomaar mogen uitbuiten en afschachten. Dat betekent mogelijk ook dat we hun spreekrecht moeten geven: als we niet fundamenteel anders blijken te zijn, valt niet meer te verantwoorden dat alleen wij dat hebben.
»Dat is op de spits gedreven met Nim Chimpsky, een chimpansee – zijn naam is een knipoog naar de beroemde taalkundige Noam Chomsky – die zich goed kon uitdrukken in een equivalent van de menselijke gebarentaal. Hij was een brutale aap – hij was opgevoed in de jaren 60 volgens de toen nogal vrije principes: dat ging met mensen niet goed en met apen ook niet (lacht). In het mensengezin waar hij bij wijze van experiment was opgegroeid, was hij niet meer houdbaar, en de onderzoekers wilden hem verkopen aan een faciliteit voor dierproeven. Een advocaat kwam daarachter en vond dat Nim zich als rechtspersoon moest kunnen verdedigen voor de rechtbank, omdat hij zich met gebarentaal voldoende kon uitdrukken.
Zover is het niet gekomen: vrijwilligers van een ranch waar mishandelde paarden werden opgevangen, boden Nim een thuis aan. Maar het is niet uit te sluiten dat een dergelijk geval zich opnieuw aandient.»
BOEKHOUDING
HUMO Welke functie heeft taal?
SOMMER «Ik denk dat taal in eerste instantie diende voor waarschuwingen en coördinatie. Dat vergrootte de overlevingskansen en het succes van gezamenlijke acties. Een volgende functie was kennisoverdracht: welke plant is eetbaar en welke giftig, in welke seizoenen moet je ernaar zoeken? En ook: wat moet je doen als een vulkaan uitbarst? Hele generaties maken dat niet mee, die kennis kun je dus niet zomaar overdragen door het voor te doen.
»Zulke belangrijke do's-and-don'ts die mensen aan volgende generaties wilden doorgeven, liggen misschien wel aan

de basis van onze orale tradities: heldenverhalen zoals de 'Ilias' en de 'Odyssee', hindoeïstische en Mesopotamische epen, en zelfs de religies die daarmee samenhangen.
»Later, met de komst van het schrift, bleek taal erg nuttig om in grote gemeenschappen ordelijk samen te leven. Het spreekt tot de verbeelding om je onze eerste geschriften voor te stellen als mooie liefdesbrieven of poëzie, maar waarschijnlijk was het iets banaals als boekhouding en afspraken over landbouwoverschotten.»
HUMO In deze digitale tijden lijken we de omgekeerde beweging te maken: we halen onze informatie almaar meer uit gesproken media als filmpjes, vlogs en podcasts.
SOMMER «Ons brein is nu eenmaal op verhalende, orale overdracht ingesteld. In memes en vlogjes zié je iemand vertellen: gebaren, melodie, dictie, ritme en volume maken mondelinge informatie makkelijker te volgen en spannender dan geschreven tekst, en we onthouden het beter. Wij hangen aan de lippen van een verteller: dat zit gewoon in ons.»
HUMO Dat ons brein verzot is op verhalen heeft ook nadelen.
SOMMER «Alle grote verhalen, van de epen van Homeros tot de 'Star Wars'-films, hebben zo'n beetje dezelfde verhaalstructuur: een scherpe tegenstelling tussen goed en slecht, met helden en slechteriken en een simpele oorzaak-gevolgrelatie. Daarop zijn onze hersenen nu eenmaal ingesteld. Verhalen werken voor het grote publiek krachtiger dan een onderbouwd betoog vol nuances en details. Politici weten dat, en zelfs wij, wetenschappers, krijgen almaar vaker de raad in verhalen te communiceren: dat heeft meer emotionele impact en blijft hangen.
»Het probleem is dat de wereld complexer in elkaar zit: mensen zijn nooit alleen maar goed of slecht, de dingen zijn niet altijd zwart of wit, er is nooit één oorzaak met één gevolg. En de echte wereld bestaat niet uit helden en schurken. Het komt de verbroedering dus niet ten goede als we conflicten bekijken met de versimpelde zwart-witblik die we van verhalen kennen: veel mensen willen bijvoorbeeld geen enkele compassie opbrengen voor de Russische jongemannen die in Oekraïne aan het front sterven, bijna kinderen nog, omdat het 'de slechteriken' zijn.»
HUMO Hoe belangrijk taal voor ons is, blijkt uit de manier waarop we in onze eerste levensjaren leren. Dat gaat – in normale omstandigheden – eigenlijk vanzelf, het begint zelfs al voor onze geboorte.
SOMMER «Het breinnetwerk dat met taal samenhangt, ontwikkelt zich al in de baarmoeder. Een foetus van zes maanden pikt al de spraak van zijn moeder op: het eerste wat je leert, is de melodie, de taalmuziek. Daarom zullen de meeste volwassenen nooit als een echte native speaker klinken als ze een andere taal leren: op latere leeftijd pakken we het andersom aan en beginnen we bij de woordenschat en de grammatica.»
HUMO Een taal leer je het best in de periode van nul tot zeven jaar.
SOMMER «In die periode moeten de hersenen het taalsysteem nog ontwikkelen, en daarvoor is talige input nodig. Dat hoeft maar weinig te zijn: zelfs als het kind alleen maar kan meeluisteren, kan het zich een taal eigen maken. Alleen als er helemaal geen input is, lukt dat niet – bij dove kinderen die niet snel genoeg gebarentaal aangeleerd krijgen, bijvoorbeeld. Dat komt vandaag gelukkig zelden voor.
»In onze eerste drie levensjaren worden in het brein elke seconde een miljoen nieuwe verbindingen gemaakt. Daarna begint dat aantal verbindingen alweer langzaam af te nemen. Hoe ouder het brein, hoe moeilijker het is om een taal aan te leren.»
PLAAGGEDACHTEN
HUMO Zeker zo belangrijk als onze hoorbare stem is het stemmetje in ons hoofd dat ons innerlijke leven onder woorden brengt. Dat stemmetje heeft meer invloed op ons mentale welzijn dan we wellicht beseffen.
SOMMER «Die innerlijke stem noemen we ook zelfspraak. De meeste mensen hebben ze. Sommigen horen ze als het ware hardop, bij anderen neemt ze meer de vorm aan van gedachten. Gemiddeld is die stem zo'n 30 tot 50 procent van de tijd actief. Wanneer ons brein in rust is en even geen actieve taak heeft, reflecteren we vaak op ons eigen gedrag. Dan kijken we terug op wat we hebben gedaan en wat goed en minder goed was.
»Voor veel mensen is hun innerlijke stem hun grootste vijand. We kunnen onszelf behoorlijk streng toespreken en zeggen dan dingen die we nooit tegen een ander zouden zeggen. Jezelf zo afkraken is natuurlijk niet constructief: probeer om te beginnen die zelfkritiek eens op een positievere manier te verwoorden. Als je een vriend of collega hetzelfde zou zeggen, wat voor woorden zou je dan gebruiken?»
HUMO Waarom is die innerlijke stem zo negatief?
SOMMER «Je gedrag evalueren en verbeteren was evolutionair gunstig voor onze overleving en voortplanting. Er zijn mensen die heel veel innerlijke spraak hebben en dat kan helpen bij planning of het uitvoeren van complexe handelingen, maar het kan ook tot piekeren leiden. Als mensen hun innerlijke stem veel gebruiken voor zelfkritiek, is dat een risicofactor voor depressie.
»Er is ook een minderheid – vermoedelijk tussen de 10 en 20 procent – die fascinerend genoeg helemaal geen innerlijke stem heeft. Dat lijkt een normale variant te zijn.»
HUMO Die innerlijke stem kan ook in dwanggedachten overslaan.
SOMMER «Een dwanggedachte is iets wat je eigenlijk niet wilt denken en wat je inhoudelijk ook niet nuttig vindt, maar wat je tegen wil en dank toch denkt.
»Over ons gedrag hebben we best wel goede controle. Met onze dwarsgestreepte spieren voor de motoriek kunnen we precies bepalen wat we wel of niet doen. Over ons brein, onze gedachten, hebben we die controle niet: gedachten komen min of meer spontaan op. Zo heeft het ontstaan van de taal ook allerlei ongewenste plaaggedachten in het leven geroepen. De traditie om die innerlijke stem met yoga, meditatie of bidden even tot rust te manen, gaat al heel ver terug in de mensheid: dat is niet voor niks.»
HUMO Als het taalvermogen wegvalt, is er ook geen zelfspraak meer, en dat heeft een enorme invloed op de menselijke geest.
SOMMER «Dat weten we van mensen die door een beroerte of ongeval tijdelijk aan afasie lijden, waarbij het taalsysteem niet meer werkt.
»Er zijn heel interessante getuigenissen van schrijvers die dat hebben meegemaakt. Wellicht nog meer dan hun uiterlijke stem bleken ze hun innerlijke stem te missen: de stem waarmee ze hun eigen gedrag organiseren, een tijdlijn aanbrengen in hun ervaringen, waarmee ze een zelfbewustzijn creëren. Want die stem is je zelf aan het woord: als dat wegvalt, is je denken totaal ontregeld. De ex-patiënten noteerden dat dat hen heel angstig maakte.»
HUMO Ook bij ernstige vormen van dementie kan je innerlijke stem verdwijnen.
SOMMER (knikt) «Ook dat hangt doorgaans samen met verlies van de taal in het algemeen. Ik hoop voor mensen in dat stadium van dementie dat dat geen angst geeft, maar een soort zielenrust: het gevoel los te komen van de eigen identiteit en op te gaan in je omgeving, niet langer geplaagd door allerlei gedachten.
»Men heeft het weleens vergeleken met wat we als baby ervaren in het preverbale stadium, waarin we nog één geheel vormen met onze omgeving: de zorgende en voedende moeder. We hebben dan nog niet in de gaten dat we nee kunnen zeggen en níet kunnen meegaan met onze omgeving. Dat gebeurt typisch pas rond het tweede levensjaar, de zogenaamde terrible twos, wanneer het kind ontdekt dat het een afzonderlijke entiteit is en daarover een eigen mening heeft. Het is ook de leeftijd waarop kinderen het woord 'ik' beginnen te gebruiken.»
HUMO Ons taalvermogen kan door allerlei aandoeningen beïnvloed worden. Vaak is het effect negatief, maar het kan ook tot interessante kunst leiden.
SOMMER «Dat heb je bijvoorbeeld bij hypomanie, een milde vorm van manie, waarbij je geen wanen hebt maar wel een overvloed aan gedachten en ideeën.
»De meeste zinnen die we uitspreken, zijn heel voorspelbaar. Als ik halverwege stop, kun jij vaak met gemak aanvullen – vandaar ook dat die kunstmatige taalmodellen zo goed hebben leren spreken. Maar die voorspelbaarheid geeft ook sleur: je weet meestal wat mensen gaan zeggen, je mist de verrassing van taal.
»Die verrassing ervaar ik als psychiater soms wel bij mensen met psychiatrische aandoeningen. Niet als hun taal te verward wordt en er geen touw meer aan vast te knopen is, natuurlijk, maar een klein beetje ontregeling kan net heel verfrissend werken. Sommige artiesten maken daar bewust gebruik van. Sylvia Plath en Virginia Woolf bijvoorbeeld, en rapper Kanye West, die aan een bipolaire stoornis lijdt: dat merk je duidelijk aan zijn originele, barokke, recht uit het hart gerukte en soms choquerende teksten. Net omdat we in het dagelijkse leven doorgaans saaie standaardtaal gebruiken, spreekt taal die uitdagend en origineel is ons zo aan.»
AI-PSYCHIATER
HUMO Zijn er grote gelijkenissen tussen de manier waarop wij taal produceren en hoe een taalmodel als ChatGPT, Claude of Gemini dat doet?
SOMMER «Ook bij ons speelt kansberekening een grote rol bij het vormen van zinnen. Als wij een paar woorden uitspreken, lichten de woorden die daar meestal op volgen als het ware op in ons brein. Dat noemen we priming.
»Een nieuwe ontwikkeling is dat AI-modellen ook van een innerlijke stem worden voorzien, en – net als wij – wat ze zojuist hebben gezegd nog eens kritisch tegen het licht houden. De nieuwste modellen lijken zelfs te beschikken over wat in ons vakgebied een 'theory of mind' wordt genoemd, het vermogen je te verplaatsen in wat een ander denkt of voelt. Een rekenmodel kan natuurlijk geen verdriet of pijn voelen, maar toch kan het een antwoord formuleren dat op de menselijke gebruiker overkomt als empathisch. Chatbots zijn vaak geduldiger dan menselijke toehoorders en kunnen inmiddels ook goed tussen de regels lezen.»
HUMO Sommigen vinden het nog altijd een raar idee dat mensen met mentale problemen hun toevlucht zoeken tot chatbots.
'Als je weet hoe ons brein werkt, is het heel logisch dat sommige mensen stemmen horen, en is het niet iets engs of griezeligs dat je met 'Poltergeist' associeert.'
'Ik hoop dat het verlies van taal bij dementie geen angst geeft, maar zielenrust: het gevoel los te komen van de eigen identiteit, niet langer geplaagd door gedachten.'

SOMMER «ChatGPT, het populairste taalmodel, is in wezen ontwikkeld als een commerciële zoekmachine. Maar de meest voorkomende toepassing in de VS is praten over mentale problemen. Omdat het voor veel mensen heel goed werkt: ze voelen zich gehoord en vinden dat ze goed advies krijgen. Door een machine die daar eigenlijk helemaal niet voor is ontwikkeld.
»Die taalmodellen worden nu al zoveel gebruikt voor mentaal welzijn dat we ze in de psychologie en de psychiatrie niet links kunnen laten liggen. We moeten uiteraard de gevaren inperken, maar het gebruiksgemak en de voordelen mag je niet negeren. Hier in het Westen hebben we een heel groot zorgaanbod: nergens ter wereld lopen meer psychologen en psychiaters per inwoner rond. Maar kijk eens naar een land als Angola, met een bevolking van 39 miljoen: daar werkt maar een handjevol psychiaters. Met die taalmodellen, die ook nog eens in alle talen werken, kun je een enorme slag maken voor de mentale gezondheid van mensen met beperkte toegang tot zorg.»





HUMO Kunnen ze op termijn ook bij ons psychologen en psychiaters vervangen?
SOMMER «Ik denk niet dat je menselijke zorgverleners door een AI-model moet vervangen. Wat wel zou kunnen, is dat we aan triage gaan doen. Er is bij ons een groot zorgaanbod voor mensen met tamelijk lichte klachten, die het makkelijkst te verhelpen zijn, maar het aanbod voor mensen met heel ernstige klachten is de afgelopen twintig jaar eerder smaller dan breder geworden. Als AI wordt ingezet voor de behandeling van lichte mentale problemen, kan dat ervoor zorgen dat mensen met ernstige klachten niet op een wachtlijst terechtkomen.»
HUMO U hebt ze zelf getest, schrijft u, en stond ervan te kijken hoe goed die chatbots al werken als AI-therapeut.
SOMMER «Het is ongelooflijk hoe een rekenmodel zulke inlevende antwoorden kan geven. Het kan de plank natuurlijk ook totaal misslaan, maar dat geldt evengoed voor een mens: wie zegt dat mijn wandelvriendin zo empathisch zal reageren als ik over een mentale klacht begin? En dat zijn dan nog commerciële modellen voor algemeen gebruik: stel je voor hoeveel hulp ze zouden kunnen bieden als ze wél speciaal voor de behandeling van mentale klachten worden ontwikkeld. Je kunt modellen trainen met bestaande data van echte psychotherapeuten.
»Chatbots praten gebruikers naar de mond. Ze zijn zo geprogrammeerd dat ze heel beleefd en conflictmijdend zijn, terwijl een menselijke therapeut wat confronterender is. Daarop zou je een chatbot die specifiek bedoeld is voor mentale bijstand kunnen trainen.»
HUMO Ook over het massale gebruik van companion bots maken experts zich zorgen. U ziet er weinig graten in.
SOMMER «Je kunt dat soort apps zien als een geavanceerde versie van het klassieke dagboek – een dagboek dat je van antwoord kan dienen.
»Soms is de drempel om met een AI-model te praten lager dan bij een mens, omdat je je geneert of bang bent een misstap te begaan. Companion apps kunnen het gevoel van eenzaamheid doen afnemen, en eenzaamheid, weten we uit studies, heeft een grote impact op het risico op depressie. De keerzijde is dat ze sociaal contact kunnen vervangen. Maar net zo goed kan zo’n chatbot kwetsbare jongeren helpen om te gaan met complexe sociale relaties.»
HUMO Als we ze verstandig inzetten, kunnen AI en therapeutische chatbots een belangrijke rol spelen in de geestelijke gezondheidszorg?
SOMMER «In Europa hebben we de Artificial Intelligence Act, en die is echt heel streng. Je moet al heel veel studies doen en data kunnen voorleggen voor je een toepassing in de gezondheidszorg mag introduceren. Dat is natuurlijk goed, maar het is ook een rem op de vooruitgang, waardoor de ontwikkeling in Europa achterblijft op die in de VS. Ook een land als Zuid-Korea is er al ver mee. Ik zou het jammer vinden mochten we straks moeten gaan werken met Amerikaanse of Zuid-Koreaanse modellen.»
HUMO U spreekt uit eigen ervaring, want u doet met uw team zelf onderzoek op dat terrein.
SOMMER «Ik wil onderzoeken of je belangrijke verslechteringingen, zoals een terugval of suïcidale gedachten, kunt voorspellen aan de hand van iemands taalgebruik. AI-modellen zijn heel goed in het oppikken van subtiele veranderingen. Wij psychiaters zien patiënten meestal op gezette tijden. Met spraakgestuurde AI zou je beter kunnen bepalen wanneer het nuttig is om iemand te zien, en sneller kunnen ingrijpen als zich een verslechtering aandient.»
HUMO In ziekenhuizen en huisartsenpraktijken wordt AI ook al gebruikt om – met toestemming van de patiënt en de behandelaar – het consult te volgen en handig samen te vatten.
SOMMER «Als ik een uur heb voor een gesprek met een patiënt, moet ik daar al gauw tien à vijftien minuten van gebruiken om een samenvatting te schrijven en brieven te versturen. Als AI die administratieve last overneemt, kan ik mijn aandacht het volle uur volledig op de patiënt richten. Uiteraard check ik die AI-samenvatting nog zelf, maar voor artsen is dat ontzettend fijn: wij zijn liever met onze patiënten bezig dan met formulieren.»
POLTERGEIST
HUMO We moeten u nog feliciteren met de Stevinpremie die u vorige week in ontvangst mocht nemen. Die belangrijke Nederlandse wetenschapsprijs kreeg u voor uw hersenonderzoek, maar ook voor de manier waarop u met boeken, columns, lezingen en mediaoptredens complexe wetenschap begrijpelijk maakt. Dat laatste vindt u duidelijk belangrijk.
SOMMER «Ik heb veel onderzoek gedaan naar psychose, het horen van stemmen en schizofrenie. Daar zijn heel veel misvattingen over. Maar als je weet hoe de innerlijke stem werkt, wordt het juist heel logisch en begrijpelijk dat sommige mensen stemmen horen. Dan is het niet langer iets engs dat je met ‘Poltergeist’ en weet ik veel wat voor griezeligheid associeert. Kennis leidt ook tot erbarmen en begrip, of dat hoop ik althans. Voor mensen die stemmen horen, maar ook voor patiënten met dementie en afasie.
»Ik merk ook grote interesse voor hersenwetenschappen bij het publiek. Iedereen heeft een brein, en het is in ons leven de zwakste schakel: hoe gezond ons brein is, bepaalt in grote mate of oud worden plezierig is of niet. We worden zuinig op ons brein en willen er goed voor zorgen. Daarom zijn mensen meer dan ooit geïnteresseerd in de werking ervan en hoe ze het kunnen onderhouden, zodat ze straks als 80-jarige ook nog scherp zijn.»
HUMO De komende jaren wilt u zich inzetten voor een betere mentale gezondheid voor vrouwen. U hebt al vaker gezegd dat daar een grote inhaalslag nodig is.
SOMMER «Er is de afgelopen jaren al wat meer aandacht voor gekomen, maar er moet nog veel gebeuren. Zo is oudere medicatie voornamelijk op mannelijke deelnemers getest. Hoe werkt ze bij vrouwen? Hoe werkt ze in de verschillende fasen van de menstruele cyclus? Bij vrouwen voor en na de puberteit? Of voor en na de menopauze? Dat is nooit onderzocht, omdat men vrouwen met hun verschillende hormonale stadia veel te ingewikkeld vond. Het idee was te beginnen bij mannen, en dan zou het bij vrouwen ook wel ongeveer goed komen. Vaak is dat ook zo, maar soms ook niet.
»En we hebben het dan over duizenden medicijnen, hè. Dat onderzoek is heus niet zo ingewikkeld, maar het moet wel gebeuren. Want je wilt iedereen toch de beste behandeling geven – zeker voor psychiatrische aandoeningen zoals depressie en angst, die nog altijd vaker bij vrouwen voorkomen. Ook dat zijn mensenrechten.»


VROUWENTONGEN HELEEN DEBRUYNE
Bart De Pauw bewijst dat dictators van humor houden
O kijk, een stouterikje! Mijn lief wijst naar een poster. Bart De Pauw kijkt me een beetje schalks aan, verkleed als een quizmaster uit de vroege jaren nul. Hij maakt reclame voor zijn ‘Stoute Bart De Pauw show’. Dat mocht hij ook doen in ‘De tafel van Gert’. Je zag de man blinken onder alle lof. Begrijpelijk: lijkt me spannend, zo’n tweede carrière na een misstap en een rechtszaak. Een hele opluchting, als een deel van het publiek je dan weer in de armen sluit.
Deze nieuwe carrièresprong ergert velen die vinden dat De Pauw na zijn veroordeling in de schaduw moest blijven. Daar ben ik het niet mee eens. Er is ook geen enkele juridische reden toe. Als hij sponsors vindt en zalen weet te vullen, heeft hij alle recht om grappen te maken. Maar hoe hij dat doet en wie er komt kijken, is wel veelzeggend.
Humor wordt vaak gezien als een middel om op een luchtige manier terechte zaken aan te kaarten. Een ontlading. Iets ‘stouts’, zoals De Pauw zelf zegt te willen zijn. Iets ontregelends. Een manier om tegen de schenen te schoppen. Dictators houden niet van humor, wordt wel eens gezegd.
Dat dat niet klopt, bewijzen de zaalshows van De Pauw. Vroeger was de man een enigszins eigenaardige maar voor zijn tijd opmerkelijke tv-figuur. Iemand die mensen aan het lachen bracht door een beetje raar en ongemakkelijk te zijn, en daardoor ook ontregelend. Nu schopt hij naar beneden, naar zijn slachtoffers, naar zijn critici, naar alles wat naar ‘woke’ riekt maar weinig tot geen werkelijke macht heeft. Politici en industriëlen en grote namen uit de showbizz laten zich graag zien op zijn premières. Zo signaleren zij dat zij ook een beetje edgy en stout zijn – terwijl de grappen zelf belegen zijn, wrokkig, inspelen op lage sentimenten.
Recente bevindingen uit het humoronderzoek – dat is een ernstig vakgebied – bevestigen dat. Humor kan de politieke macht op allerlei manieren, direct of indirect, in de kaart spelen. Door te lachen met politiek onwenselijk geachte mensen of groepen, bijvoorbeeld. Extreem voorbeeld: tussen 1941 en 1943 sponsorde de bezetter in Nederland de radioshow ‘Zondagmiddagcabaret van Paulus de Ruiter’. Lachen, gieren, brullen!
Zo zie je dat De Pauw sinds zijn reïncarnatie als comedian lekker tegen rechts aanschuift, dat stemmen haalt door ‘woke’ te demoniseren. Of hoe humor de status quo kan behouden, in plaats van te bevragen.
Dat mag, ligt binnen de grenzen van de vrije meningsuiting. Maar ‘stout’ is deze nieuwe versie van De Pauw sowieso niet. Eerder een hofnar van de macht.





