'Lijden maakt ons niet sterker. Alles hier is gemaakt om langzaam kapot te gaan.' Sombere woorden uit de mond van een jonge vrouw, die ogenschijnlijk in de fleur van haar leven zit. Maar nadat ze voor de tweede keer weduwe werd, meent Marijke Van Thielen elke letter van wat ze zegt. Ze schreef er een donker boek over, waar mensen - tot haar grote verbazing - veel troost uit putten.
De toekomst leek Marijke Van Thielen (40) toe te lachen. De voormalige stafmedewerker van het Rode Kruis leerde haar man, Arjan, kennen toen ze met collega's een filosofisch tijdschrift oprichtte. 'We hebben een hele dag op Messenger gekletst en niet veel later hebben we afgesproken en voor 't eerst gekust. Na zes dates zijn we gaan samenwonen.'
Da's snel, maar voor Marijke had het nóg sneller mogen gaan, want lang heeft ze niet kunnen genieten van dat geluk. Een jaar geleden overleed Arjan, nadat ze naar het zuiden van Spanje waren verhuisd. 'Met een koffer vol hoop en dromen', zegt ze. 'Zelf gedij ik het best in een stedelijke omgeving, terwijl hij vooral van bomen en rust hield. Maar met Arjan zag ik het platteland wel zitten. Ik zou er gaan schrijven, hij wilde muziek en een kinderboek maken.'
Arjan was erg jong. Hoe zijn jullie te weten gekomen dat hij ziek was?
Omdat hij voortdurend moest plassen, dachten we eerst dat hij suikerziekte had. Na verschillende onderzoeken leek er niets aan de hand, maar toen bleek het pancreaskanker te zijn, met uitzaaiingen in zijn lever en een bijnier. Chemotherapie was geen optie meer, maar we wilden toch nog een tweede opinie in Nederland of België vragen. Maar ook toen werd pijnlijk duidelijk dat hij niet meer te redden was.
'Mocht ik naar Vlaanderen terugkeren, dan zou dat aanvoelen alsof ik m'n man achterlaat. Ik zou me gefaald voelen. Maar hier blijven voelt ook zo...'

En van dan af is het snel gegaan?
(knikt) Op 14 oktober van vorig jaar raakte hij verlamd. Hij kon nog maar één arm, één been en zijn hoofd bewegen. De kanker zat inmiddels in zijn hersenen, maar we konden nog praten. Tien dagen later is hij thuis overleden, iets meer dan een jaar geleden, dus.
Voor jou was het al de tweede keer dat je een partner verloor.
Als twintiger stapte m'n toenmalige partner uit het leven. Dat zoiets je twee keer overkomt, verwacht je uiteraard niet. In zowat elk verhaal wordt ons verteld: 'wat je niet doodt, maakt je sterker.' Een hoopvol en mooi verhaal waar we als samenleving verslaafd aan zijn geraakt, een merkwaardig geloof in de kracht van ellende. Tegenslag moet ergens toe dienen: 'Dankzij mijn scheiding heb ik ontdekt hoe ik voor mezelf kan opkomen, door mijn ontslag heb ik mijn ware roeping gevonden…'
Je schrijft toch zelf over posttraumatische groei. Geloof je er dan niet in?
Natuurlijk kunnen mensen na ingrijpende gebeurtenissen andere prioriteiten krijgen of zichzelf anders leren kennen. Maar tegen iemand met fase 4-pancreaskanker zeggen: 'Dit gaat je sterker maken'? Waarom zou je iemand die crepeert van de pijn zo'n verhaal wijsmaken? Soms moet je aanvaarden dat er geen hoopvol verhaal meer te maken valt.
(denkt na) Alles hier is dan ook gemaakt om langzaam kapot te gaan.
Da's een behoorlijk pessimistische ingesteldheid om in het leven te staan.
Ik ervaar het leven eerder als een last dan als een geschenk. Maar ik leef wel. En ik heb ook geluk gekend. Je verhuist niet met je man naar Spanje als je geen hoop hebt. Maar nu heb ik beslist dat ik nog tien jaar wil leven, net lang genoeg om voor mijn twee teckels te blijven zorgen - ze zijn nu vier jaar. Dat klinkt heel zwaar, maar ik denk dan: het is toch nog tien jaar? (lacht) Ik lach soms om mijn gevoelens te maskeren. Mocht ik geloven in een hiernamaals waar overledenen elkaar terugzien, dan zou ik meteen dood willen, om terug bij mijn man te zijn.
Wat mis je het meest?
De kleine dingen. Samen praten. Koffie drinken. De vanzelfsprekendheid van het gezelschap. Er kwam een palliatieve arts aan huis, maar eigenlijk heb ik Arjan verzorgd, tot het einde. De liefde die ik toen heb gevoeld, was enorm. Dat maakt het gemis ook zo concreet.
Ik krijg veel giftige reacties, maar één persoon jaagt me echt de stuipen op het lijf. Hij wisselt liefdesverklaringen af met fantasieën wat hij met m’n dode lichaam wil doen
En wat nu? Overweeg je om terug te keren naar Vlaanderen?
Mijn man is hier gestorven, in onze slaapkamer. De urne staat hier op de schouw zoals hij had gevraagd, zodat we altijd samen zouden blijven. Als ik afstand neem van het huis, zou het voelen alsof ik hem opnieuw achterlaat. En dat wil ik niet. Maar het is complex. Zoals ik al zei zijn we naar hier verhuisd met hoop en dromen. Terugkeren zou als falen voelen. Maar hier blijven ook. Ik had mezelf voorgenomen om het eerste jaar na z’n overlijden geen grote beslissingen te nemen. Op 24 oktober was het exact één jaar geleden. Dat excuus heb ik dus niet meer. En toch...
Je hebt in dat jaar wel een boek geschreven: ‘Zij nam het vlees’.





De derde druk is bijna uitverkocht, wat ik totaal niet verwacht had. Het is een bundel essays, geen makkelijk boek. Blijkbaar herkennen veel mensen zich in mijn gevoelswereld. Ze schrijven mij dat er vóór mijn boek geen woorden waren voor wat ze voelden en dat ze die houvast nu wel hebben. Da’s een mooi compliment, maar tegelijk vind ik het ook immens triest. Lees mijn voorwoord: ‘Als je troost wil, zoek het dan ergens anders’. Ik gun mensen meer geluk, in ieder geval.
Klopt het dat je naast die mooie reacties ook veel haat over je heen krijgt?
Ja. Twintig jaar geleden zou me dat geraakt hebben, maar vandaag probeer ik er de humor van in te zien. Die mensen kennen mij niet. Hun haat is een projectie van hun vooroordelen. Ik schrik er wel van dat er ook behoorlijk wat vrouwen giftige commentaren sturen. In mijn Facebook-en Instagramstories durf ik die soms publiekelijk aan te pakken. Daarna blokkeer ik ze. Maar er is één persoon die me echt de stuipen op het lijf jaagt. Hem blokkeer ik telkens opnieuw, maar hij maakt steeds een nieuw account aan. Hij wisselt liefdesverklaringen af met zeer concrete bedreigingen over wat hij met mijn dode lichaam zou doen. Het is de eerste keer dat ik toch een beetje bang ben. Het is al maanden bezig en ik stap er sowieso mee naar de politie.
En dan verschijn je deze week in Playboy. Is dat wel een goed idee?
Toegegeven, het is allemaal begonnen als een grap, mijn uitgever is goed bevriend met een journalist van Playboy. Maar plots kreeg ik écht telefoon en ik heb meteen ja gezegd. Waarom? Waarom niet? Mijn boek is best lichamelijk en verwijst letterlijk naar vlees. Is er een groter vleesmaga-zine dan Playboy? Ik vind het ook een vorm van verzet tegen dat opgeblazen gedoe in het literaire wereldje. Mensen denken blijkbaar dat intellect en een lichaam niet samen kunnen bestaan. Ik zou niet weten waarom.
Het zet de deur wel open voor een nieuwe stroom bagger.
Ik verwacht inderdaad weer heel wat giftige reacties, maar ik heb me voorgenomen om ze niet te lezen. Ik kan nadenken over de zinloosheid van het leven en tegelijk een sigaret opsteken, lachen, aan m’n volgende boek schrijven (‘Tocht door het donker’, nvdr), met mijn honden bezig zijn en een Playboy-shoot doen. Die dingen spreken elkaar niet tegen.
Je bent niet continu ongelukkig?
Tuurlijk niet. Ik kan opgewekt zijn en hoef van niemand medelijden. Alleen sluit dat niet uit dat wat ik aan het papier toevertrouw toch vooral donkere, zware kost is.


INFO
Wie vragen heeft over zelfdoding, kan terecht op het gratis nummer 1813 of op www.zelfmoord1813.be
TEKST: JEAN D'HONT




