Peter Rober werkt bij Context, een centrum voor relatie- en gezinstherapie in het Universitair Psychiatrisch Centrum van de KU Leuven. Aan het eind van de middag is de sobere wachtkamer leeg, maar eerder vandaag hebben hier al verschillende gezinnen gezeten in afwachting van hun therapiesessie.
PETER ROBER «Als ik binnenwandel in de wachtkamer waar een gezin heeft plaatsgenomen, begint de therapie al meteen. Ik kijk dan goed rond om non-verbale informatie bijeen te sprokkelen: wie zit naast wie? Wat voor sfeer hangt er?»
HUMO En wat merkt u dan? ROBER «Bijvoorbeeld dat de ouders naast elkaar zitten, maar hun jongvolwassen zoon ergens verderop zit. De ouders hebben aangedrongen op therapie omdat hij de hele dag zit te gamen en zijn kamer niet uit komt. De zoon zelf vindt dat er niet echt een probleem is.»
»Dat soort tegenstellingen kom ik hier veel tegen. Anders dan bij individuele therapie, waar je meestal één duidelijke richting hebt, zie je bij gezinstherapie heel vaak dat drie of vier familieleden tegenover elkaar staan. Ze hebben botsende belangen en verschillen van mening over waar het probleem precies ligt.»
Die tegenstellingen zijn duidelijk te zien in de bijzonder precaire case waarmee het vierde seizoen van 'Therapie' opent. In de praktijk van Peter Rober schoven mama Bianca, ex-partner Deniz, zoon Livio en dochter Lina aan. Bianca zou over twee maanden euthanasie voor ondraaglijk psychisch lijden krijgen, en hoopte dat haar kinderen voor die tijd het contact met hun vader opnieuw konden oppikken. Het probleem: Livio en Lina stonden daar niet voor te springen. En Deniz hoopte vooral dat zijn ex-vrouw alsnog van haar euthanasie zou afzien.
HUMO Voelt u zich als therapeut soms een soort scheidsrechter? ROBER «Ik zal niet zeggen wie gelijk heeft en wie niet, ik probeer vooral te zorgen dat iedereen zich voldoende gehoord voelt. Als ik naar de dochter luister, probeer ik haar echt te begrijpen. Luister ik vervolgens naar de vader, stel ik me even veel voor zijn verhaal open. Ook al staan die perspectieven soms recht tegenover elkaar. Het gebeurt bovendien lang niet altijd dat mensen naar elkaar toe groeien: voor Livio en Lina bleek een heel hartelijke hereniging met hun vader al snel weinig realistisch.»
HUMO Als therapeut moet u waarschijnlijk aan het nodige verwachtingsmanagement doen. ROBER «Tegen alle cliënten die hier komen, vertel ik de eerste keer dat maar zeventig van de honderd mensen iets aan de therapie zullen hebben. Die andere dertig zullen achteraf zeggen dat ze net zo goed een wandeling in het park hadden kunnen maken. Een therapeut is ook geen loodgieter: we lossen problemen zelden echt feilloos op. Maar mensen vinden gesprekken met ons wel vaak nuttig in hun zoektocht naar een gelukkiger leven.»
»Psychotherapie wérkt, zo weten we uit onderzoek, maar niet voor iedereen. Sommige mensen hebben ook gewoon niet zoveel met het praten en het voelen. Vroeger, toen ik nog met individuele cliënten werkte, heb ik bijvoorbeeld weleens therapie gekoppeld aan een hardloopschema. Door die looptraining ging de cliënt vooruit, waardoor die zich week na week beter voelde over zichzelf en zo ook de depressie kon aanpakken.»
EX-BROER
HUMO In 'Therapie' komt regelmatig een gezin voorbij bij wie ik denk: deze mensen staan zo ver van elkaar af dat ze enkel op papier nog familie zijn. ROBER «Bij sommige gezinnen voel je meteen dat kwaadheid, teleurstelling en verdriet overheersen. Toch moet ik als therapeut zoeken of er onder het oppervlak toch nog wat liefde voor elkaar te vinden is. Het schrikt rationele mensen misschien wat af, maar liefde is de motor van de therapie – als er niets meer is, zal de therapie ook niet lukken.»
HUMO Is het altijd verstandig om ernstig beschadigde familiebanden te herstellen? Kun je soms niet beter zeggen: ik kies nu mijn eigen familie van vrienden, mensen bij wie ik me wél goed voel? ROBER «Dat kan inderdaad de conclusie zijn, de steun van zo’n chosen family kan een waardevolle vervanging zijn.
Tegelijk verschilt een gekozen familie wel fundamenteel van een familie met wie je bent opgegroeid.»
»Met vrienden of geliefden kun je breken, maar je kunt geen ex-zoon of ex-broer zijn. Tussen broers en zussen zie je misschien wel hevige competitie en concurrentie, maar er is vaak ook grote verbondenheid en loyaliteit. Als siblings uit elkaar groeien, kunnen ze elkaar soms jaren later zonder veel woorden weer in de armen sluiten.»

»Het is niet makkelijk om je volledig los te maken van je familie. Een kind leert de wereld om zich heen voor het eerst kennen via zijn ouders, broers en zussen, zij bepalen in eerste instantie je referentiekader. Dat kader houdt je later ook bijeen.
HUMO Je hoort vaak: als je diep in de shit zit, zie je pas wie je echte vrienden zijn.
ROBER «Wie staat dan voor je klaar om je op te vangen? Waarschijnlijk die twee of drie écht goede vrienden, mensen die uiterst belangrijk voor je zijn, maar toch ook vaak je familie. Als iemand sterft in het gezin, zie je meestal dat – ondanks alle mogelijke conflicten – de familie steun bij elkaar vindt.
»Het omgekeerde is ook waar: de familie is een plek waar vreselijke dingen gebeuren. Als een vrouw vermoord wordt, is de kans meer dan 60 procent dat de dader een familielid is. Vaak is dat haar partner, soms haar vader of haar broer. Hetzelfde geldt voor seksueel misbruik: als een kind misbruikt wordt, is de kans groot dat de dader uit de familie komt.
HUMO Wat me vaak opvalt, is hoe sterk posities in een gezin zijn verankerd. Als je na elkaar een hele tijd niet te hebben gezien weer samenkomt, valt iedereen ogenblikkelijk terug in zijn vaste rol.
ROBER «Dat is inderdaad een heel sterke dynamiek. Gezinnen die hier komen, bevinden zich wel vaak op een kantelmoment, waarop die vaste rolverdeling doorbroken wordt. De oudste zoon van het gezin die op kot gaat, kinderen die zelf kinderen krijgen, een moeder die ernstig ziek is, een broer die sterft. Opeens beginnen mensen een andere positie in hun gezin in te nemen.
»Ik zie hier weleens een gezin bij wie de vader is overleden en de oudste zoon probeert om zijn rol grotendeels over te nemen. Die gaat aan de slag als een zekering springt, en die zal ook mama trachten te troosten als ze verdrietig is. Terwijl mama en de jongste kinderen rouwen, neemt de oudste zijn verantwoordelijkheid. Twee jaar later begint het gezin weer te functioneren en heeft de oudste plots tijd om te rouwen. Ineens komt het verdriet dan toch naar boven en volgt een depressie.
»Vandaar dat als een moeder me hier vertelt dat haar oudste kind het verdriet opvallend snel heeft verwerkt, ik me juist over dat kind het meeste zorgen maak.
HUMO Geldt dat meestal voor het oudste kind?
ROBER «Ja, het oudste kind voelt vaak het eerst en het sterkst de druk om de rol van de ouders op zich te nemen. Dat gaat soms heel ver. Ik heb hier gezinnen gehad met volwassen kinderen, bij wie het oudste kind bijvoorbeeld vertelt dat hij veel heeft moeten dragen omdat de vader schizofreen was. De jongere broers en zussen reageren: ik heb daar helemaal niets van gemerkt, was papa schizofreen?
HUMO De casussen die we van u zien in ‘Therapie’ zijn allemaal opmerkelijk zwaar. Hebt u ook weleens luchtigere gevallen? Ouders die op latere leeftijd gewoon eens de banden met hun kinderen willen aanhalen?
ROBER «Nee, lichte problematiek kom ik niet tegen, ook omdat ik verbonden ben aan het Universitair Psychiatrisch Centrum. Een vraag kan soms onschuldig lijken – een zestiger die belt omdat hij zijn gezin wil herenigen – maar vervolgens blijkt er toch een getroebleerde geschiedenis achter te zitten. Iemand met een verslavingsverleden, of een gezin dat geweld heeft gekend.
HUMO Voelt u al snel aan dat er onuitgesproken dieper leed is?
ROBER «Vaak wel, maar ik ben altijd geduldig, ik ga niet meteen zitten vissen. Bij individuele therapie leg je vaak alles op tafel, maar bij gezinstherapie zijn er altijd zaken die gezinsleden verzwijgen voor elkaar. Sommige dingen wil je voor jezelf houden en andere dingen vertel je misschien pas op een later moment. Als therapeut moet je dat respecteren.
HUMO Doet u weleens individuele sessies met een gezinslid?
ROBER «Zelden, want dan wordt het contact met de anderen te moeilijk. Het komt wel regelmatig voor dat gezinsleden elders een individueel traject hebben, parallel aan de gezinstherapie.
»Ik werkte eens met een echtpaar, bij wie de vrouw me na een sessie mailde: u mag het niet aan mijn man vertellen, maar ik heb een buitenechtelijke relatie met mijn buurman. Toen heb ik duidelijk gezegd: bespreek dit eerst met je man, anders kan ik de therapie niet voortzetten. Dat heeft ze gedaan, waarna we het samen over die relatie konden hebben. Cliënten mogen mij ook geen geheimen vertellen, dat maakt mijn positie onmogelijk.
HUMO Bij buitenechtelijke relaties is er natuurlijk altijd iemand die er baat bij heeft het één en ander te verdoezelen.
ROBER «De bedrieger wil zo weinig mogelijk vertellen, vaak om de ander niet te kwetsen, terwijl de bedrogene juist zoveel mogelijke informatie wil. Met wie? Waarom toch met die? Hoe vaak? Hoelang al? Is het ook die ene keer op dat feest gebeurd? En heeft het bij ons thuis plaatsgevonden? In ons bed?
»Dan moet je een middenweg zoeken. Alleen als het geheim voldoende is ontbloot, kan een nieuw gedeeld verhaal ontstaan en vertrouwen worden heropgebouwd. De bedrogene moet het gevoel hebben dat er niets wordt achtergehouden, maar details als de kleur van de lingerie of het aantal orgasmes dragen weinig bij.
DOODSWENS
HUMO Hebt u het doorgaans snel door als therapie niet werkt?
ROBER «Je ziet het niet in het tv-programma, maar ik werk met vragenlijsten.
»(Neemt een papier van onder de tafel) Na afloop van elke sessie krijgt iedere cliënt dit feedbackformulier. Daarop vragen we: hebt u verteld wat u wilde vertellen? Voelde u zich begrepen? Wat heeft u het meest verrast? En het meest geraakt? Daarmee weet ik hoe iedereen de sessie heeft beleefd. Als iemand duidelijk aangeeft niets aan de therapie te hebben en dat verandert ook niet bij een volgende sessie, moet je je erbij neerleggen dat het niet gaat werken.
HUMO Hoe confronterend is het om negatieve feedback te lezen?
ROBER «Kritiek is soms pijnlijk, maar ze helpt me mensen beter te begrijpen en een betere therapeut te zijn. Wat ik veel lastiger vind, zijn de mensen die enkel sociaal wenselijk antwoorden. Die me complimenten geven of schrijven dat ik ze volledig heb begrepen. Is zo’n antwoord dan écht of is het vooral om me een plezier te doen?
»Bij jonge collega’s die net zijn afgestudeerd, merk ik vaak dat ze te onzeker zijn om zulke vragenlijsten te gebruiken. Ze willen dat elke therapie een succesverhaal is, dat iedere cliënt geholpen wordt, ook al is dat onmogelijk. Juist door die angst voor kritiek zul je cliënten uiteindelijk minder goed kunnen helpen.
HUMO Welke feedback heeft u echt geholpen?
ROBER «Ik had eens een therapiesessie met een moeder en dochter die ruzie hadden. Ineens vertelde de moeder dat haar dochter euthanasie had aangevraagd. Dat viel me nogal rauw op mijn dak en het was ook de eerste keer dat ik daar mee in aanraking kwam. Ik dacht voortdurend: wat als mijn eigen dochter euthanasie zou willen, hoe verschrikkelijk zou dat zijn?
»Na afloop van die sessie schreef het meisje op: ‘U hebt er niets van begrepen, u rede-neerde precies hetzelfde als mijn eigen papa.’ Ze had volledig gelijk, ik was geen therapeut geweest, maar was de hele tijd in de vaderrol blijven hangen. De volgende keer zei ik haar: help me alsjeblieft om je beter te begrijpen. Ze is nog een tijdlang kritisch geweest, maar gaandeweg begon ze me te vertrouwen. Zelfs in die mate dat ze na een sessie op haar formulier schreef: wil je me helpen om de volgende keer aan mijn ouders te vertellen dat ik als jong meisje seksueel misbruik heb meegemaakt? Ze had dat nog nooit durven te zeggen in haar gezin. In de therapie konden we vervolgens samen stappen zetten om dat misbruik te verwerken.
»Het meisje kreeg toestemming voor euthanasie. Maar uiteindelijk is ze verliefd geworden op een jongen met wie ze is gaan samenwonen, en heeft ze van haar voornemen afgezien.
HUMO Hoe uitzonderlijk is dat?
ROBER «Ongeveer de helft van de mensen die wegens ondraaglijk psychisch lijden euthanasie aanvragen, krijgen toestemming. En van die groep zal 20 procent het uiteindelijk toch niet doen.
»Vaak denken we dat mensen die euthanasie willen een doodswens hebben, maar eigenlijk willen ze niet echt dood. Ze willen een ander leven omdat ze zwaar gebukt gaan onder hun huidige leven. Als dat niet mogelijk blijkt, is euthanasie de enige uitweg om het lijden te doen stoppen.
»Een euthanasietraject is heel zwaar voor degene die euthanasie wil, maar ook voor de familie. Het is niets als iemand aan zijn familie vraagt om de euthanasiewens te begrijpen, om dat verlangen te kunnen aanvaarden. En als die familie dan uiteindelijk overtuigd is en toestemming geeft, overvalt de cliënt soms ineens het gevoel van: shit, jullie vinden het dan echt oké dat ik stop met leven? Daarin zit een grote ambivalentie.
HUMO Euthanasie komt in deze kamer regelmatig ter sprake?
ROBER (knikt) «Ik had toevallig vandaag twee sessies die allebei rond euthanasie draaiden. Twee jonge vrouwen, van begin 20. Ze hebben er al een lang traject in de geestelijke gezondheidszorg op zitten, maar er bleek geen therapie die hen kon helpen.
»Eén van hen heeft al toestemming voor euthanasie gekregen. Samen met haar gezin bekijken we dan: hoe denkt iedereen erover? Hoe kunnen we hier nu het best mee omgaan? Hoe moeten we het plannen? Wat moet er voor die tijd nog worden gezegd? Hoe moeten de laatste weken worden ingevuld? Wil je dat je ouders erbij zijn als de medicatie wordt toegediend of niet? Moeten er andere mensen bij zijn?
HUMO Heftig.
ROBER «Ja, mensen die een eind aan hun leven willen maken, vind ik emotioneel het aller-moeilijkste.
»Ik leef sowieso erg mee met mijn cliënten. Dikwijls heb ik tranen in mijn ogen. Ik heb inmiddels wel geleerd om snel te kunnen schakelen in mijn eigen gevoelens, maar aan het eind van een therapiedag ben ik vaak emotioneel uitgeput.
HUMO In één van uw boeken las ik dat therapeuten doorgaans minder emotionele energie over hebben om te investeren in hun gezin.
ROBER (knikt) «Mijn vrouw is ook therapeut, dus zij begrijpt me gelukkig goed. Als ik ’s avonds thuiskom na een zware dag vol gesprekken over leven en dood, zitten we zwijgend aan tafel. Dat vinden we dan beiden prima.
'Een meisje met een euthanasiewens schreef na de sessie: ‘U hebt er niets van begrepen.’ Ze had gelijk: ik was geen therapeut geweest, maar was de hele tijd in een vaderrol blijven hangen.'

»Ik geef tegenwoordig gemiddeld één dag therapie in de week, de andere dagen geef ik les. Dag in, dag uit therapie geven, zoals veel collega’s doen, is enorm zwaar. Ik hoor om me heen dat managers van zorgorganisaties het liefst willen dat hun therapeuten acht sessies per dag doen. Dat vind ik waanzin. Therapie is niet gewoon babbelen met mensen, je moet je emotioneel engageren, je openstellen voor het verhaal van je cliënt en meeleven. Zes sessies is eigenlijk het maximale wat je kunt verdragen als therapeut, en dan liefst niet elke dag van de week. Ga je daar overheen, lukt het je niet meer om goed te luisteren en dan heeft de therapie voor de cliënten ook veel minder zin.»
GIERENDE BANDEN
HUMO Hebt u weleens een case gehad die bij u echt onder de huid is gekropen? ROBER «Lang geleden, in de jaren 90, had ik een privépraktijk in Antwerpen. Mijn vrouw en ik kwamen thuis van een familiefeest toen we aan onze voordeur een cliënt van me buiten westen aantroffen. We droegen haar naar binnen en legden haar op de zetel, waar ze bij bewustzijn kwam. Vrijwel onmiddellijk was ze enorm agressief en ze begon mij en vooral mijn vrouw te bedreigen. Ik heb mijn vrouw toen voor haar veiligheid naar de slaapkamer gestuurd, en probeerde zelf op mijn cliënt in te praten. Dat was moeilijk: ze was zó agressief, ze sloeg voortdurend keihard met de deuren. Uiteindelijk heb ik haar gebeld, die beloofde haar te komen halen. Daar was zij het niet mee eens. 'Ik ben weg,' riep ze, 'Ik ga mezelf in de Schelde gooien.' Met gieren-de banden reed ze weg. »Uiteindelijk is die vrouw in de psychiatrie opgenomen en is het goed met haar gekomen, maar die gebeurtenis heeft echt diep op me ingehakt.»





HUMO Bent u daarvoor zelf in therapie geweest? ROBER «Nee, daarvoor niet. Ik ben ooit wel zelf in therapie geweest, namelijk na de relatiebreuk met een vorige partner.» HUMO Vertel. ROBER «Het begon op mijn werk. Als ik met een koppel werkte bij wie ontrouw in het spel was, merkte ik dat ik heel moeilijk empathie kon voelen voor de bedrieger. Ik had eerst zelf niet goed door waarom die sessies zo stroef verliepen, dus besprak ik het met mijn team. Toen zei een collega: komt dat niet doordat je zelf bedrogen bent? Dat was natuurlijk wat er aan de hand was.»
HUMO Hoe was het om in therapie te gaan? ROBER «Ik had gelukkig een heel goede therapeut. Het was heel leerzaam, als mens, maar ook als therapeut: sommige vragen die ze mij in die sessies stelde, gebruik ik nu zelf nog altijd. En ik heb toen ook aan den lijve kunnen ervaren dat praten kan opluchten, zonder dat het je problemen oplost.»
HUMO Uw relatie werd er natuurlijk niet mee gelijmd. ROBER «Inderdaad, maar na de therapie had de breuk niet meer zo'n impact op mijn leven. De ontrouw had me erg aan het twijfelen gebracht. Mijn hoofd liep vol vragen waarmee ik mezelf kwelde, zoals: als zij een ander nodig heeft, ben ik dan geen goede man? De therapie hielp me dat te verwerken.»
HUMO Iedere therapeut heeft zijn eigen bagage.

ROBER «Natuurlijk. En die bagage kan heel nuttig zijn. Soms vertellen studenten me dat ze seksueel misbruik hebben meegemaakt, en dat ze twijfelen of ze nog wel een goede therapeut kunnen worden. Dan antwoord ik: dat kan absoluut, maar het vraagt wel werk. Het is een slecht idee om therapie te geven als je nog met een open wond zit. Maar als je een herstelproces achter de rug hebt en het een plek hebt kunnen geven, kun je juist heel goed andere slachtoffers helpen. Niet de ervaring met het psychisch lijden zelf, maar vooral de ervaring met het herstel na het lijden komt van pas. En therapeuten die zelf seksueel misbruik hebben meegemaakt, herkennen vaak veel sneller de signalen bij hun cliënten.»
AI-THERAPIE
HUMO Onlangs getuigde YouTuber Acid over hoe hij ChatGPT als therapeut gebruikte. Merkt u al iets van de opmars van AI-therapeuten? ROBER «Ja, ik zie hier geregeld mensen die al met AI hebben gepraat. Toen ik vier jaar geleden voor het eerst als therapeut wat AI-programma's uitprobeerde, vond ik de kwaliteit erg slecht. Toen ik het onlangs nog eens deed, was ik behoorlijk onder de indruk. Ik kan me best voorstellen dat mensen zich erdoor geholpen voelen. Het blijft oppassen, je moet bijvoorbeeld in het achterhoofd houden dat zo'n bot je altijd naar de mond praat.
»Ik merk dat jonge collega's die ontwikkeling wel angstvallig in het oog houden. Zal de overheid hier op een dag een goed en vooral goedkoper alternatief zien? In hoeverre vallen de kosten van menselijke therapie dan nog te verantwoorden? Zelf hoef ik in ieder geval niet meer te vrezen voor mijn baan.»
HUMO Na ruim veertig jaar in het vak staat uw pensioen voor de deur. Wat zult u het meeste missen? ROBER «Die vraag stel ik mezelf ook. Het zal misschien wat leeg voelen als de emotionele intensiteit van de sessies uit mijn leven verdwijnt. Er valt natuurlijk ook een deel van mijn identiteit weg.»
HUMO U hebt al verschillende boeken over uw werk geschreven. Blijft u schrijven na uw pensioen? ROBER «Hooguit een paar jaar. Mensen die over therapie schrijven en zelf geen therapie geven, haal je er altijd meteen uit. Die beginnen ineens te weten hoe het moet. Dat is vol-slagen ongeloofwaardig, want als therapeut weet je nooit hoe het allemaal moet. Je staat voortdurend in contact met je eigen machteloosheid: er bestaat niet één juiste manier, bij elke sessie is het weer zoeken en proberen.
»Het is een beetje alsof je een ervaren berggids bent die elke keer met zijn groep aan de voet van een nieuwe berg staat. Je moet richting de top, dat weet je wel, en je hebt al veel bergen beklommen, maar deze nog niet. Er is nog geen idee hoe de route loopt en wat je onderweg allemaal zult tegenkomen.»
KOPPENSNELLER HERMAN BRUSSELMANS
Vlaming produceert steeds minder restafval
Midden in het plotseling opgedoken en snel voortschrijdende succes van mijn roman 'De lamzak' ben ik begonnen aan de opvolger, getiteld 'De leegganger'. Wat gebeurt er in het eerste hoofdstuk? Nou, in het Natuurhistorisch Museum in Brussel ontdekt professor Langley in een verloren hoek een muis. Hij neemt het dier ter hand, bestudeert het kortstondig en zegt: 'Deze muis dateert uit de periode rond vijf miljoen jaar voor Christus.' Hij steekt ze in z'n mond, en zwelgt ze naar binnen. Even later kotst hij de boel onder. Z'n assistente, doctoranda Simona Prekowska, haalt de muis uit het braaksel, kietelt ze zodat het dier reageert en dr. Prekowska besluit: 'Deze muis leeft nog.' Professor Langley schrikt zich een hoedje en van z'n eigen verbijstering maakt hij gebruik om door het raam te springen en beneden op de grond z'n beide knoels te breken. Dan blijkt in hoofdstuk twee dat dit alles slechts een droom is van de hoofdfiguur van 'De leegganger', Herman Brusselmans, die in deze droom ook vraagt aan doctoranda Prekowska: 'Simona baby, mag ik je tieters eens zien?' De droom eindigt als Simona Herman Brusselmans een klap tegen z'n bakkes geeft, en Herman schiet daar- van wakker. We zijn vervolgens beland in hoofdstuk drie, waarin Herman zich afvraagt of dat eigenlijk wel mag: dromen over de tieters van een vrouw terwijl je trouw en monogaam leeft met je eigen vrouw, van wie de tieters de enige zijn die je onder ogen wilt krijgen. Brusselmans vindt dat je mag dromen wat je wilt, en dat zelfs je eigen vrouw daar niks aan te zeggen of mee te maken heeft. Herman Brusselmans droomde trouwens gisterenavond nog over de tieters van de zangeres van de rockformatie Kids With Buns. Hij vroeg aan dit mokkel: 'Wil je met mij naakt op de foto?' 'Natuurlijk, Herman,' antwoordde ze, en haar woorden waren nog niet koud of daar stond ze poedelnakaart voor de Vlaamse auteur. Ik heb over deze droom niet verteld tegen m'n vriendin Lena, omdat ik haar alsnog niet ongerust wil maken, in de trant van 'Herman droomt van andere tieters, zou hij de mijne spuugzat zijn?' Welnee, lieveling, de jouwe zijn de mooiste van allemaal. Straks begin ik aan hoofdstuk vier van 'De leegganger', en daarin ontmoet ik Ward Lemmelijn, de wereldberoemde indoorroeier, die me vraagt hoe je een boek moet schrijven, want dat hij z'n levensverhaal op papier wil zetten. Ik zeg tegen hem: 'Laat mij toch met rust, loser, en ga je tandvlees simoniseren.' Ik word al genoeg lastig gevallen door figuren die een boek willen schrijven. Doe zoals ik: ga aan de schrijftafel zitten en schrijf een boek. Twee uur later neem ik een pauze, en daarvan maak ik gebruik om de vaatwasser uit te ruimen, de tanden van m'n hond te poetsen, de pot van de wc op te poetsen, en dan ga ik op school m'n geliefde zoontje Roman ophalen, zodat we samen kunnen wachten op de thuiskomst van onze geliefde Lena. Men zal zeggen: 'Hoorde bij die huishoudelijke taakjes niet ook de vuilniszak buiten zetten?' Nee, want die is nog maar voor een kwart vol, mede vanwege het weinig huisvuil dat Lena, Roman, ik, en onze hond produceren. We zijn prope re, sobere, milieubewuste mensen. Ik zal daarover uitweiden in hoofdstuk vijf van 'De leegganger', net als 'De lamzak' een romannetje waarmee de lezer zich een paar uur kan amuseren, waarna hij het boek aan snippers scheurt en die in de vuilniszak gooit, waar het meesterwerk begraven wordt onder aardappelschillen, koffiegries, en de nuttigheid van de wereld.
Ik zeg tegen Ward Lemmelijn: 'Laat mij met rust, loser, en ga je tandvlees simoniseren'

THERAPIE
VRT Canvas, woensdag 21 oktober, 21.25




