CODENAAM VADOR: HET GEVECHT VAN EEN SPECIAAL AGENT MET DE POLITIETOP
Het is 18 maart 2024, 6.30, Lodelinsart. Agenten van de speciale eenheden van Charleroi en Luik staan voor de deur van een forse bakstenen woning in de rue de l’Étang, waar ze ene Ricardo Gomez van zijn bed moeten lichten. De man, verdacht van drugs- en wapenhandel, staat bekend als een paranoïde kerel die bijna zeker met een wapen op zijn nachtkastje slaapt. Dat de huiszoeking later start dan gewoonlijk – doorgaans vallen de speciale eenheden al om vijf uur ’s ochtends binnen – heeft ermee te maken dat ook drie politieagenten worden verdacht van mogelijke betrokkenheid in het grootschalige drugsonderzoek. De Federale Gerechtelijke Politie wil de agenten allemaal tegelijk op het werk oppakken, niet bij hen thuis, om hun kinderen niet te traumatiseren. ‘Zo werd het ons tenminste op de briefing uitgelegd,’ zegt Vador wanneer we hem tweeënhalf jaar later bij hem thuis opzoeken. VADOR (36) «Er kwam wel wat kritiek op. Maar we zullen nooit weten of het anders was gelopen als we vroeger waren binnengevallen.»
Op het moment dat de politiemannen de deur forceren en achter elkaar naar binnen lopen, slaat het alarm aan. In de woonkamer zien ze een vrouw die daar blijkbaar op de zetel sliep en nu staat te bellen met de alarmcentrale, terwijl de twee honden blaffen. ‘Politie! Politie!’ roepen de agenten. Op dat ogenblik gaat een deur naast de trap op een kier open en komt een hand met een pistool tevoorschijn. Het is de hand van Ricardo Gomez, die vijf keer schiet: BAM-BAM-BAM-BAM-BAM. Vier schoten zijn raak, de vijfde kogel vliegt door de openstaande de voordeur naar buiten.
‘Ik ben wellicht als eerste geraakt, onder mijn oksel,’ vertelt Vador over de ochtend die zijn leven in tweeën brak. VADOR «Ik hoor een schot en voel een elektrische schok door mijn benen. Ik voel mezelf achterover vallen, in slow motion, en ik weet meteen: ik ben verlamd. ‘Vador down!’ kan ik nog net roepen. Dan lopen mijn longen vol bloed, ik heb het gevoel dat ik verdrink, ik verdrink en ik val weg.»
Zijn collega Jonathan werd door de kogelregen gedood, hijzelf raakte zwaargewond.
De collega naast Vador krijgt twee kogels in het been. Jonathan ‘Jav’ Savel, die als laatste binnenkomt, krijgt een kogel in de schouder, die dodelijk zal blijken. Politiemannen nemen de schutter achter de deur onder vuur, die fataal getroffen wordt. Hun collega’s slepen de gewonden opzij om de eerste zorgen toe te dienen. VADOR «Toen de ambulances mij en Jonathan kwamen ophalen, dachten ze dat hij het zou overleven en ik niet. De kogel had een ruggenwervel en mijn longen doorboord. Ze hebben me onderweg drie keer gereanimeerd, ik verloor liters bloed, de hele ambulance zat onder.»
Zijn collega Jonathan Savel overlijdt in het ziekenhuis, op 36-jarige leeftijd. ‘Dit is een zwarte dag voor de politie,’ zegt commissaris-generaal Eric Snoeck. Ministers struikelen over elkaar om hun medeleven te betuigen. In het hele land houden politiekorpsen een minuut stilte voor de Luikse agent van de speciale eenheden, vader van twee jonge dochtertjes. Een paar dagen later bewijzen tweeduizend politieagenten, ministers en hoogwaardigheidsbekleders hem de laatste eer op een begrafenis die live wordt uitgezonden door RTL. VADOR «Ik heb de beelden pas onlangs bekeken omdat ik er tot dan niet klaar voor was. Het was een prachtig eerbetoon, ik ben blij dat Jonathan dat gekregen heeft. Hij was een goede vriend, we carpooleden elke dag naar het werk. Ik denk dat hij het wel had gewaardeerd, zo’n beetje show op zijn Amerikaans (lachje). Ik was enorm triest omdat ik er niet bij kon zijn.»
HUMO Het hele land leefde mee. Jij kreeg minder aandacht. VADOR «Rond mij is het snel heel stil geworden. De meeste mensen weten niet hoe erg ik er van-daag nog altijd aan toe ben. Ik heb mezelf ook geïsoleerd. Toen in mijn ziekenhuisbed tot me doordrong wat er gebeurd was, moest ik twee keer rouwen. Over het verlies van Jonathan, mijn collega en vriend. Maar ook om mijn benen en alles wat ik verloren had: mijn vroegere leven, mijn identiteit, mijn vrijheid. Ik was boos, ik voelde me machteloos. Waarom ik? »De commissaris-generaal is me komen bezoeken. Hij zei dat ik me geen zorgen moest maken,

dat ze er waren voor mij. Maar toen het erop aankwam, heeft iedereen mij laten vallen, tot de minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin toe.
»U moet weten dat de federale politie een eigen verzekering heeft voor gewonde agenten. Dat wil zeggen dat ze zelf medische kosten en hulpmiddelen terugbetaalt aan politiemensen die een arbeidsongeval hebben gehad. In mijn geval vielen daar ook de kosten onder om mijn huis aan te passen aan mijn medische noden als rolstoelgebruiker, zoals dat eerder al bij zwaargewonde collega's was gebeurd. Maar de strijd die ik daarvoor heb moeten voeren heeft me kapotgemaakt. Ik werd niet meer behandeld als een slachtoffer, ik werd gewoon gezien als een financieel probleem. Iemand die de staat geld kost, een profiteur. Had ik voor de federale politie mijn leven op het spel gezet? Was ik daarvoor de rest van mijn leven verlamd?
»Ik wil niet dat andere politiemensen datzelfde gevecht moeten voeren. Het kraakt je. Het is alsof ze me nog wat verder de grond in hebben getrap. Ik ben niet iemand die met zijn ellende te koop loopt, maar nu praat ik omdat er iets moet veranderen, voor de agenten na mij.»
GOUDEN KOOI
Vador woont op het platteland bij Namen in een mooi, stijlvol ingericht huis met één verdieping. Het uitzicht is idyllisch: een terras, een klein zwembad, een grote tuin en daarachter uitgestrekte velden. Ik heb dit huis samen met mijn vriendin Hélène gebouwd,' vertelt hij.
VADOR «We hadden alles om gelukkig te zijn. Veel reizen, een actief leven, dit huis waarin we veel energie hadden gestopt. Het was net af, alleen het zwembad moest afgewerkt worden, ik had het zelf gegraven. Ik heb er nooit in gezwommen.»
Hélène is erbij voor het interview, maar het koppel is uit elkaar.
VADOR «Die hele lijdensweg heeft bijgedragen tot onze breuk. Er waren zoveel spanningen, maandenlang: we hadden het over niets anders meer. 's Nachts lag ik te piekeren. Ik was woest over wat ze me aandeden en voelde me machteloos. Door al die stress had ik ook meer zenuwpijn. Hélène moest voortdurend voor me klaarstaan: het huis was niet ingericht voor iemand met verlamming, ik had de hele tijd hulp nodig. Uiteindelijk heb ik de relatie beëindigd, ik wilde Hélène niet verder met die last opzakken. Zij is óók een slachtoffer.»
Nu woont hij hier dus alleen, en dat gaat niet zonder moeite.
In de keuken staat alles te hoog: het fornuis, de gootsteen, de koffiemachine. Koken lukt niet: 'Ik kan nog net een eitje bakken, maar ik leef meestal op kant- en-klaarmaaltijden en yoghurt met granola.' In de koelkast gebruikt Vador alleen de laagste schappen. Koffiezetten lukt, maar het koffiereservoir aanvullen voelt als een bergbeklimming.
Omdat hij niet meer naar het toilet kan, moet Vador zijn blaas om de vier uur met een katheter leegmaken. De sondes ledigt hij in een spoelbak in het washok, naast de kattenbak, omdat hij niet tot aan het toilet raakt met zijn rolstoel. Boven dezelfde spoelbak poft hij ook zijn tanden en maakt hij 's ochtends zijn toilet.
Om naar zijn slaapkamer op de eerste verdieping te gaan is hij aangewezen op een traplift. Het is telkens een hachelijke onderneming om zich van zijn rolstoel op te drukken en zijn lichaam in de liftstoel te hijsen, hij is al talloze keren gevallen.
VADOR «Mijn buikspieren werken niet meer, zelfs simpelweg in de zetel gaan zitten is pijnlijk en duurt minutenlang. Als ik mezelf uit de rolstoel moet tillen - eerst één been, dan een tweede - verkrampen mijn spieren en beginnen ze te trillen. Het is alsof mijn benen in brand staan en mijn borstkas samentrekt. Ik moet bij elke beweging wachten tot mijn lichaam meewerkt.»
Hij toont een filmpje dat zijn bewakingscamera in de garage heeft geregistreerd op 3 september 2025, waarop hij zich uit alle macht over een hoge drempel naar binnen probeert te trekken. Hij trekt, trekt, trekt, valt achterover, en smakt met zijn hoofd op het harde beton. Zo zit elke dag vol hindernissen, ongelukken en frustraties.
VADOR «Ik kan hier niet blijven wonen. Tweeënhalf jaar na de schietpartij is er niets aangepast. We hadden nochtans, in overleg met de medische dienst van de federale politie, een heel project uitgewerkt. Er waren nieuwe plannen getekend, er was een bouwvergunning, de offerte van de aannemer was formeel goedgekeurd door het hoofd van de medische dienst, dokter Dirk Wynsberghe. Die was hier ter plekke komen kijken en begreep heel goed wat de noden zijn voor iemand met een verlamming. Alles wat ik wilde, was dat dit huis een veilige cocon kon worden, een plek waar ik niet voortdurend op hindernissen botste.»
HÉLÈNE «Eén dag voor de werken zouden starten, in juli 2025, kregen onze advocaten een mail van de directeur van de personeelsdienst, Paul Deblaere, die de toestemming nietig verklaarde - 'caduc' - omdat er geen budget voor was. Deblaere lag toen al een jaar dwars, maar die categorische weigering hadden we niet verwacht. 'Zonder budgettaire goedkeuring zal geen enkele factuur worden terugbetaald,' schreef hij. Ik heb de aannemer om zes uur 's avonds moeten bellen om te zeggen dat hij de volgende ochtend niet moest komen.»
HUMO Zijn jullie het slachtoffer geworden van een interne oorlog tussen twee diensthooften?
VADOR «Dat was ons van in het begin duidelijk uit de mails die over en weer gingen. Dokter Wynsberghe heeft ons zelf gezegd dat er al vier jaar een oorlog aan de gang was tussen hem en Paul Deblaere, en dat die mijn zaak gebruikte om meer macht naar zich toe te trekken. Die twee hebben een totaal andere filosofie. Wynsberghe vindt het de plicht van de politie bij een arbeidsongeval alle medische kosten terug te betalen en de slachtoffers menselijk te behandelen - anders vind je op den duur geen politiemensen meer die nog risico's willen nemen. Deblaere van zijn kant wil het politiebudget voor werkongevallen zo laag mogelijk houden. Hij wilde absoluut een precedent vermijden en nam het Wynsberghe enorm kwalijk dat die de offerte voor onze verbouwingswerken had goedgekeurd. De dokter is daar zwaar op afgerekend door de politietop en opzijgeschoven.»
HUMO De kostprijs van de verbouwingen was ook niet min: alles bij elkaar 850.000 euro, en met btw meer dan een miljoen.
VADOR «We hadden nooit verwacht dat het zo duur zou worden. Het bedrag was aanvankelijk ook niet zo hoog, maar er waren problemen met het terrein en de gemeente legde allerlei voorwaarden op. Het project voorzag in een extra aanbouw, maar omdat er een beekje voor het huis loopt, moesten we het water omleiden en een nieuw drainsagesysteem aanleggen, met een tweede opvangstation.»
HÉLÈNE «We hebben van in het begin gezegd dat de werken echt veel zouden kosten, en niemand zei daar toen iets over. Er kwamen enorm veel afbraakwerken bij kijken, en om de bestaande structuur van het huis niet te beschadigen moest alles heel voorzichtig worden gedemonteerd en daarna opnieuw opgebouwd. De aannemer zei: 'Als we dit huis van nul op een leeg stuk grond hadden gebouwd, zou het veel goedkoper zijn geweest.' Maar het huis stond er nu eenmaal al.»
VADOR «De administratie is toen met weinig kennis van zaken allerlei posten beginnen te schrappen om de prijs te drukken. Absurde ingrepen die het hele project technisch onmogelijk maakten, en waardoor ik een nieuwe bouwvergunning nodig zou hebben. Drie keer hebben ze zo'n schrapronde gedaan. Het kwam erop neer dat ik de bovenverdieping van mijn eigen huis moest opgeven. Ik zou ook niet meer in mijn tuin raken, of aan het zwembad. Zelfs kleine dingen als muggengaas haalden ze eruit - dat voelde als pesterij. Hebt u al eens vanuit een rolstoel een mug of vlieg proberen te vangen?

»Uiteindelijk heb ik het hele plan moeten opgeven. Het einde van de tunnel was niet meer in zicht, en toen Hélène en ik uit elkaar gingen, zag ik er de zin niet meer van in.»
HUMO Toch waren jullie met goede moed aan dit project begonnen.
VADOR «Ja, dat had ik nodig in die vreselijke periode. De eerste plannen maakten we toen ik nog in het revalidatiecentrum zat, in mei 2024, toen ik na een moeizaam herstel een terugkeer naar huis overwoog. Eerst verliepen de contacten met de medische dienst via dokter Wynsberghe, en dat ging vlot, maar in de zomer van 2024 werden onze advocaten plots gecontacteerd door Paul Deblaere, met de vraag wat onze plannen precies inhielden.
»Deblaere was vooral bekommerd over het kostenplaatje. Hij vond dat we moesten aankloppen bij de AVIQ (de Waalse tegenhanger van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, red.), wat andere politiemensen nooit hadden moeten doen. Het druiste in tegen alle regels rond arbeidsongevallen. Om druk te zetten stuurde hij zelfs een maatschappelijk werkster op ons af, maar die heeft open kaart met ons gespeeld omdat ze geen zin had om ons te intimideren.»

HUMO Toen zijn jullie gaan praten.
HÉLÈNE «Ja, om een procedure met de administratie af te spreken, want die was totaal niet duidelijk. En het ging tenslotte om overheidsgeld. We wilden alles correct doen.»
VADOR «Het was niet onze bedoeling 'een slagje te slaan', zoals werd gefluisterd. Zo was er kritiek op de robotmaaier die dokter Wynsberghe had goedgekeurd. Maar kijk naar dat grote grasveld achter je: wie zal dat maaien? Ik kan geen tuinman betalen. Mensen hebben geen idee hoe ver de gevolgen van zo'n verlamming reiken.»
HÉLÈNE «Ik ben zonder Vador naar die eerste vergaderingen met Deblaere gegaan, met onze advocaten Tom Bauwens en Camille Goldschmidt. Zijn toon was cynisch, alsof het niet over een slachtoffer ging maar over een profiteur. Op zeker moment ben ik buiten moeten gaan, ik stond op ontploffen.»
VADOR «In de maanden die volgen, is er eindeloos gepalaverd over wie moest beslissen over de kosten. De aanpassingen aan ons huis werden beschouwd als een 'prothese' in de brede zin, medische kosten dus. In januari 2025 liet Deblaere ons plots weten dat we ons alsnog tot de medische dienst van dokter Wynsberghe moesten wenden.»
HÉLÈNE «Dokter Wynsberghe is dan bij ons thuis geweest om het project te bespreken dat door de ergotherapeut en de architecte was uitgewerkt. Toen we drie maanden later eindelijk onze bouwvergunning kregen, heeft de dokter het project formeel goedgekeurd. We wisten dat er achter de schermen ruzie over werd gemaakt, en hebben dus meermaals gevraagd of we erop mochten rekenen dat de facturen zouden worden betaald. Wynsberghe heeft ons dat verzekerd. Dat fiat werd aan onze advocaten bevestigd door de directeur-generaal ad interim van de dienst Middenbeheer.»
VADOR «Ik heb toen het contract met de aannemer getekend,zodat de werken voor het bouwverlof konden beginnen. Hélène en ik waren superblij, eindelijk kwam er schot in de zaak.
»Tot Deblaere de goedkeuring op de valreep nietig verklaarde, dus. Na die zoveelste plotwending ging het hele dossier naar de Commissie voor de erkenning van zware geweldsdaden.»





HUMODie commissie was in 2019 opgericht om slachtoffers van geweldsdelicten bij de politie beter te helpen. Waarom kwam ze pas zo laat in het spel?
HÉLÈNE «Omdat ze nog nooit was samengekomen! Niemand wist hoe ze zou functioneren of wie erin zou zitten. Er waren geen procedures voorzien. Wij waren hun eerste dossier. De commissie bestond uit drie mensen: twee bestuursleden van de federale en de lokale politie, en maar één arts. Dat leek ons al eigenaardig, aangezien ze moesten beslissen over de noodzaak van medische ingrepen en hulpmiddelen.»
VADOR «Die commissie is een week later inderdaast samengeroepen. We kwamen de datum op het nippertje te weten en hebben gevraagd gehoord te worden. De arts was pas de avond voordien aangesteld, dokter Wynsberghe was van het dossier gehaald. Ze stelden maar één vraag: hoelang ik al in het huis woonde sinds mijn revalidatie – waarmee ze insinueerden dat het toch niet zo erg kon zijn. ‘Een jaar, en het is een catastrofe,’ antwoordde Hélène. Ik zei dat het hele circus voelde alsof ik voor een tweede keer slachtoffer werd. Van een werkgever voor wie ik mijn gezondheid had opgeofferd.
»Het mocht niet baten: de beslissing was duidelijk al genomen. Ze schrapten allerlei essentiële posten, zonder kennis van zaken, waardoor het project technisch onmogelijk werd en we van nul moesten herbeginnen. Dat bracht mij in de problemen met de aannemer, met wie ik persoonlijk een contract had getekend: hij kon een schade- loosstelling van 125.000 euro eisen wegens ‘contractbreuk’.»
HUMOToen hebben jullie minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin in gebreke gesteld.
VADOR (knikt) «Omdat de federale politie terugkwam op haar engagement dat door dokter Wynsberghe was aangegaan. We zijn toen, samen met onze advocaten, op het kabinet van de minister ontvangen door twee medewerkers. ‘De minister betuigt zijn volledige steun aan Vador,’ klonk het. ‘Hij is erbarmelijk behandeld, en we zullen zo snel mogelijk een oplossing zoeken.’»
HÉLÈNE «Achteraf bleek dat nogal hypocriet.»
VADOR «Het kabinet heeft onze advocaten na die ontmoeting per vergissing in cc gezet van een interne mail. Daarin werd duidelijk dat ze absoluut niet van plan waren het engagement van de Belgische staat na te komen, maar wilden kijken ‘wat ze van de offerte objectief ter discussie konden stellen’ om het budget te verlagen.»
HUMOWat was hun oplossing?
VADOR «De commissie zou ‘zo snel mogelijk’ ter plaatse komen kijken om de situatie beter te kunnen inschatten. Ik vond dat erg opdringerig, zeker omdat die stap in geen enkele procedure was voorzien. Maar ik hoopte dat het zo vooruit zou gaan. Uiteindelijk kwamen ze pas zes weken later, in oktober 2025, met alweer een andere arts. De voorzitter van de commissie, Alwin Lox, klonk tijdens dat bezoek heel empathisch en zei dat ik onmenselijk was behandeld. Maar dat bleken loze praatjes, want in de nieuwe beslissing werden weer een aantal posten geschrapt.
»Ze vroegen de bouwfirmma een nieuwe offerte op te maken, maar door de technische complicaties van hun schrapwerk en de contractuele boetes viel het bedrag nog altijd veel te hoog uit naar hun zin. Daarop heeft Alwin Lox, op vraag van Deblaere, in zijn eentje nog eens zeventien posten geschrapt. Een man zonder enige medische kennis besliste wat ik na mijn verlamming nodig had en wat ‘redelijk’ was. Die commissie is gewoon een klucht.
»Op dat ogenblik hadden we geen andere keuze dan de Belgische staat te dagvaarden.»
ZWARTE PIET
De zaak-Vador werd een splijtzwam binnen de federale politie. Ze dreef de interne oorlog tussen dokter Dirk Wynsberghe en directeur Paul Deblaere verder op de spits. Het was Wynsberghe die de zwarte piet kreeg toegeschoven: in augustus 2025 werd het akkoord dat de arts aan het slachtoffer had gegeven de aanleiding voor een tuchtonderzoek. Daarbij werd hem onder meer verweten dat minister Quintin in gebreke was gesteld door de advocaten van Vador. Door die publieke confrontatie had hij de federale politie ‘imagoschade’ berokkend.
Wynsberghe wees erop dat de federale politie bij arbeidsongevallen niet te kiezen had:
‘Die kosten móeten worden terugbetaald. Het jaarlijkse budget daarvoor is voorzien op 250.000 euro, wat een structurele onderschatting is.’
In het tuchtrapport wordt de arts door een handvol personeelsleden afgeschilderd als ‘een dictator’ die zich bedient van ‘grof en agressief taalgebruik’ en zich niet houdt aan bestaande procedures. ‘Dat rapport is een afrekening met alleen getuigen à charge,’ reageert Wynsberghe. ‘Van mijn directe medewerkers is niemand ondervraagd.’
In een nota aan Paul Deblaere, officieel zijn overste, had Wynsberghe al in 2024 aangeklaagd dat diens gedrag schadelijk was voor de personeelsleden, en ‘het gevolg van een ernstige persoonlijkheidsstoornis die hem ongeschikt maakt voor zijn functie’. Hij raadde Deblaere aan ‘zich te laten onderzoeken/behandelen door een arts’. Daarover ondervraagd bleef Wynsberghe pal achter die woorden staan: ‘Het zijn geen beschuldigingen, ik ben dokter, dit is een diagnose. Hij gedraagt zich als een onopgevoede gorilla, imponerend en brullend.’
Deblaere reageerde met een klacht tegen dokter Wynsberghe bij de Orde der Artsen. ‘Maar daar is de klacht geseponeerd,’ zegt Wynsberghe.
De arts werd na zijn démarche in de zaak-Vador overgeplaatst van Brussel naar Brugge en geschorst tot aan zijn pensioen. Omdat de datum van zijn tuchtraadsessie over zijn pensioendatum werd getild, deed de tuchtraad geen uitspraak meer.
HUMOUiteindelijk heb je nu een minnelijke schikking getroffen met de federale politie.
VADOR (knikt) «Nadat Hélène en ik uit elkaar waren gegaan, had ik geen zin om jaren te procederen. Dat conflict had me al zoveel energie gekost, energie die ik niet in andere dingen kon stoppen: mijn revalidatie, mijn mentale welzijn, mijn toekomst...
»Ik had dit allemaal niet verwacht. Eerst word je neergeschoten, dan moet je bewijzen dat je geen profiteur bent. Het was traumatiserend, ook voor Hélène. De federale politie wordt tegenwoordig geleid door... Hoe noem je zulke mensen? Managers? Mensen die zelf nooit op het terrein hebben gestaan en nooit hun leven hebben geriskeerd. Zij beheren mijn zaak alsof die alleen maar om cijfers gaat, op een onmenselijke manier. Als iemand de federale politie ‘imagoschade’ heeft berokkend, is dat wel Paul Deblaere. En minister Quintin? Il s’en fout. Het kan hem niet schelen. Ik heb hem zelfs nooit ontmoet.
»Ik begrijp ook niet waarom de federale politie haar eigen verzekeraar is voor arbeidsongevallen, maar vervolgens zegt dat ze niet genoeg middelen heeft om fatsoenlijk te compenseren. Het is alsof je huis afbrandt en je brandverzekeraar zegt: ‘Sorry, er is geen budget.’ En er is nu wel dat akkoord, maar daarmee is de rest van mijn problemen nog niet opgelost. Ook voor andere medische hulpmiddelen bots ik op moeilijkheden met de administratie en die nieuwe commissie.»
HUMOU Je bent niet het eerste lid van de speciale eenheden dat zich na een zwaar letsel in de steek gelaten voelde door de federale politie.
VADOR (knikt) «Ik ken het verhaal van Lerre, die tien jaar geleden gewond is geraakt in een schietpartij tijdens de jacht op IS-terrorist Salah Abdeslam. Ik weet dat het voor hem óók een lijdensweg van jaren is geweest om zijn medische kosten terugbetaald te krijgen. Hij is pas geholpen toen dokter Wynsberghe baas werd op de medische dienst. Maar die is er nu niet meer.
»Het zijn trouwens de aanslagen in 2016 die me destijds het laatste zetje hebben gegeven om bij de speciale eenheden te gaan. Die elite-eenheid had altijd iets onbereikbaars, bijna mythisch. Heel weinig mensen raken door de selectie, ik was apetrots toen mij dat lukte.»
HUMOWat betekent je codenaam Vador?
VADOR «Het komt van Darth Vader, die in de Franstalige versie van de Star Wars-films Dark Vader heet. Mijn collega’s hebben die naam voor mij gekozen vanwege mijn raspende basstem. En omdat ik niet zo groot ben, zagen ze een gelijkenis met het legomannetje van Darth Vader.»
HUMOMis je het werk?
VADOR «Nee. Ik denk ook nooit meer terug aan de schietpartij in Lodolinsart. Wat ik mis, zijn mijn benen. Nee – mijn vrijheid. De man die ik vroeger was, een grapjas, altijd vrolijk. Ik reisde veel, samen met Hélène, en genoot van sporten.
»Nu staan mijn dagen in het teken van pijn. Op een schaal van tien zit ik vandaag op acht. Op een goede dag zit ik aan vier. Ik moet ook vaak naar het ziekenhuis wegens complicaties. In mijn verlamming brengt nog andere problemen met zich mee, laatst nog bij het strijken: ik voelde de stoom niet en heb mijn knieën tot in de derde graad verbrand. Ik zie soms nog mensen, maar ik moet vaak afzeggen door de pijn.
»Onlangs ben ik naar een restaurant geweest met zes treden. De obers hebben me die trap op moeten tillen. Het toilet was ook niet geschikt voor rolstoelen: ik heb mijn sonde moeten vervangen in een ruimte waar elk moment iemand kon binnenkomen. Dat zijn heel onaangename momenten. Als agent bij de speciale eenheden wil je niet zijn zoals iedereen, je wilt uitblinken. Maar nu zou ik er veel voor geven om zoals de anderen te zijn.
»Als ik ’s morgens wakker word, voel ik me leeg. Ik weet niet waar ik nog voor moet leven. Ik heb aan euthanasie gedacht, ik had zelfs al een datum. Maar ik ben 36, ik klamp me vast aan elke strohalm. Misschien vinden ze een middel dat mijn pijn kan verlichten. Misschien gebeurt er iets waardoor mijn leven minder zwaar wordt. Nu zou ik vooral willen dat ze bij de federale politie gaan nadenken over de manier waarop ze slachtoffers behandelen.»


Ondanks herhaaldelijk aandringen heeft de federale politie niet op onze vragen over de zaak-Vador gereageerd.




