Tijdschrift.be is nu Lezerij

REPORTAGES

‘‘Papa, moet jij nu ook gaan vechten?’ vroeg mijn dochter. Ik antwoordde: ‘Hopelijk niet’’

Almaar meer Belgen solliciteren spontaan bij het leger als reservist. Opvallend: vooral hooggeschoolden kiezen om hun burgerkloffie op gezette tijden te verruilen voor een militair uniform. Humo marcheerde naar het hoofdkwartier en trakteerde vijf reservisten op een spervuur aan vragen. ‘Je moet snel kunnen schakelen: de ene dag ga je in een kostuum naar je werk, de volgende sta je in uniform in een peloton.’

JORIS BELLWINKEL

‘Defensie hoort iets van iedereen te zijn, niet alleen van het leger,’ verkondigde minister van Defensie Ludivine Dedonder (PS) in februari. Sindsdien heeft ze de bevolking al meermaals opgeroepen om reservist te worden. ‘Die campagne mist haar effect niet,’ zegt kolonel Cathy Wouters, directeur van de Nationale Reserve.

CATHY WOUTERS «De instroom van reservisten groeit. Dit jaar hebben we al 430 mensen aangeworven. In 2020 waren er dat nog 115 − bijna vier keer minder, dus − en in 2015 amper 25. We hebben nu 2.899 actieve reservisten.

»We slagen er vooral goed in om geschoolde reservisten binnen te halen. Ongeschoolde kandidaten vinden, voor de functie van soldaat en matroos, blijft een grotere uitdaging.»

HUMO Iedereen van 18 tot 34 jaar kan zich aanmelden als soldaat of matroos, in de leeftijds categorie van 34 tot 51 zoeken jullie vooral mensen met een specifiek profiel.

WOUTERS «We kunnen bij Defensie mensen met heel uiteenlopende profielen gebruiken. Van cyberspecialisten tot chirurgen, van administratieve krachten tot specialisten in maritiem recht. Maar ook bijvoorbeeld een thanatopracteur, iemand die dode lichamen kan conserveren.»

In het Koningin Elisabethkwartier in Brussel wachten vier mannen en een vrouw in uniform me op. Ook hier een brede waaier aan profielen: Dieter Remmerie (44) is sergeant-majoor bij de Medische Component én hoofdverpleegkundige in het AZ Groeninge in Kortrijk. Divano Hilson (25) is eerste soldaat bij de landmacht en juridisch adviseur. Dirk Debruyne (63) werkte de voorbije jaren op de IT-afdeling van de stad Gent en is kolonel bij de luchtmacht. Ruben Ritsema (36) en Magali Michiels (24) hebben allebei een academische achtergrond en werken respectievelijk bij de luchtmacht en de marine.

HUMO Wat heeft jullie bezield om in het leger te gaan?

DIETER REMMERIE «Ik wil iets teruggeven aan de samenleving. Ik heb een mooie jeugd gehad, kon naar school gaan en daarna studeren, en dat allemaal in volstrekte veiligheid. Veel mensen staan daar niet bij stil, maar toen ik vroeger de verhalen hoorde van mijn grootvader, die de twee wereldoorlogen heeft meegemaakt, besefte ik al: zo vanzelfsprekend is het niet.»

MAGALI MICHIELS «Wij Belgen klagen graag over wat er allemaal verkeerd loopt, maar vergeten de dingen die al heel lang heel góéd lopen, zoals onze veiligheid.»

RUBEN RITSEMA «De oorlog in Oekraïne was een wake-upcall voor het Westen. Het besef is doorgedrongen dat we meer in onze eigen veiligheid moeten investeren.»

DIRK DEBRUYNE «Er zijn in onze maatschappij zoveel dingen die we enorm belangrijk vinden, maar daarbij dreigen we te vergeten dat die dingen alléén mogelijk zijn als die ene basisbehoefte − veiligheid − is ingevuld. De vrede die we hier nu al 75 jaar kennen, is er niet vanzelf. Ze moet bewaakt worden. Of zoals het gezegde luidt: als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog.

»De Amerikanen zijn ons twee keer komen bevrijden, maar zullen ze ons nóg eens te hulp schieten? Dat is niet zeker, hè. We werken aan onze weerbaarheid, tonen dat we bereid zijn onszelf te verdedigen. Daaraan kan iedereen bijdragen.»

DIVANO HILSON «Als reservist leer je hoe je je eigen veiligheid en die van je gezin en je medeburgers kunt waarborgen. De opleiding en de zogenoemde wederoproepingsdagen vragen maar een kleine inzet, maar samen maken die duizenden reservisten wél een verschil.»

HUMO Jullie klinken allemaal enorm plichtsgetrouw.

REMMERIE «Er zijn véél plichtsgetrouwe burgers, maar iedereen brengt dat engagement op een andere manier in de praktijk. Je hebt ook veel mensen die sociaal werk doen, bijvoorbeeld, of die vrijwilliger worden bij de brandweer.

»Tijdens de coronacrisis heb ik me als verpleegkundige laten detacheren naar een woonzorgcentrum omdat ik daar het grootste verschil kon maken. Nu zie ik de Nationale Reserve als een mooie persoonlijke uitdaging: mijn kwaliteiten en mijn ervaring sluiten goed aan bij de job.»

HUMO Een kolonel die onlangs een jongeman én diens vader als reservisten rekruteerde, vertelde me: ‘Jonge mensen willen graag iets doen voor de maatschappij, en voor de vaders is het leger vaak een onvervulde jongensdroom.’

DEBRUYNE «Voor mij was het dat echt! Ik kom uit een familie van piloten, en vliegen is altijd mijn passie geweest. Na mijn dienstplicht ben ik als reservist bij de Luchtcomponent terechtgekomen. Ik ben het nu al veertig jaar.»

MICHIELS «Ik zie het ook als een persoonlijke verrijking. Als academicus onderzoek ik geopolitieke en militaire bewegingen, en daarvoor is mijn praktijkervaring van grote toegevoegde waarde. Op papier is het makkelijk om logistieke ketens en scheepsroutes te beschrijven, maar als marinier bots je al snel op allerlei praktische problemen. Dan merk je: zo’n container op een schip krijgen is helemaal geen simpele opgave.»

(GEEN) KAMP WAES

HUMO Wie zich aanmeldt bij de Nationale Reserve wordt eerst aan enkele tests onderworpen.

REMMERIE «Je moet dan naar het militair ziekenhuis, waar je fysiek en psychisch wordt getest. Ze vertellen je van tevoren precies wat je te wachten staat, dus je kunt je rustig voorbereiden.»

MICHIELS «Niemand hoeft zich door die tests te laten afschrikken. Ook mensen die denken: ik wil reservist worden, maar mijn conditie is momenteel niet fantastisch. Probeer het toch maar.»

RITSEMA «De fysieke test is haalbaar voor iemand met een gemiddelde conditie. In de aanloop naar de mijne ben ik een maand lang drie keer per week gaan hardlopen. Daarna haalde ik vlot de hoogste score.»

REMMERIE (aarzelt) «Ik vrees dat de gemiddelde conditie van onze jeugd toch niet zo best meer is. Als je een gezonde levensstijl hebt, zal die conditietest geen onoverkomelijk probleem zijn – het is geen topsport – maar we moeten het ook niet bagatelliseren.

»Het hangt ook af van wat je wilt bereiken. Je kunt blij zijn met 10 op 20, maar zelf wil ik graag de maximumscore behalen. Het gaat om beroepsernst en verantwoordelijkheidsgevoel, hè? Als een man van 100 kilo op mij rekent om hem in veiligheid moet brengen, moet ik hem desnoods een heel eind mee kunnen sleuren.»

HILSON «Ik vind het sowieso belangrijk om ook in mijn vrije tijd aan mijn conditie te werken. Je werkt tenslotte samen met beroepsmilitairen − mensen die dag in, dag uit trainen.»

HUMO En je wilt niet dat ze denken: daar heb je die trage reservisten weer.

HILSON «Precies.»

RITSEMA «Get fit, join the reserve.»

‘De Amerikanen zijn ons twee keer komen bevrijden, maar zullen ze ons nóg eens te hulp schieten? Dat is niet zeker, hè’

HUMO Na de tests volgt de opleiding: tien dagen verplicht, tien dagen facul tatief en daarna gespecia liseerde trainingen voor de functie die je krijgt.

DEBRUYNE «Dat is natuurlijk veel minder dan de maandenlange opleiding die je vroeger tijdens je dienstplicht kreeg: de meeste mensen kunnen onmogelijk zo lang vrij nemen van hun werk. Maar die tien dagen zijn wel het minimum om een goed beeld van de militaire wereld te krijgen, vind ik. Nog minder en je evolueert naar een soort jeugdbeweging.»

REMMERIE «Tijdens mijn opleiding waren er wel een paar mensen die dachten dat ze naar een soort scoutskamp gingen. Ze hebben snel afgehaakt.»

RITSEMA «Er worden geen liedjes gezongen bij een kampvuur − da’s natuurlijk een minpunt (lacht).»

HILSON «Omdat er zoveel materie in die luttele dagen gepropt moet, krijg je een vol programma voor de kiezen. En je moet snel kunnen schakelen: de ene dag ga je in een kostuum naar je werk, de volgende sta je in uniform in een peloton.»

HUMO In die korte tijd moet je de rangen leren kennen, kennismaken met het materiaal, de dril onder de knie krijgen, jezelf in camouflagekleuren leren schminken…

HILSON «Je leert omgaan met de militaire hiërarchie. Als je iemand ontmoet, kijk je eerst naar diens borst om te zien: wie heb ik voor me?»

MICHIELS «En je wordt aan een streng regime onderworpen. De lakens op je bed moeten elke ochtend op een specifieke manier worden opgevouwen, en er is maar één juiste manier om je uniform te dragen. De dagen zijn ook lang. Een werkdag loopt niet van 9 tot 17 uur: je staat op rond 5.30 uur en bent druk bezig tot 21 uur. Soms moet je ’s nachts de wacht lopen. Daarvoor heb ik wel een een knop moeten omdraaien. Met het gezag had ik minder moeite.»

DEBRUYNE «De één accepteert de hiërarchie makkelijker dan de ander. Op dat vlak is de tijdgeest wel veranderd: vroeger werd er weleens getierd of gebruld, nu verloopt alles veel zachter.»

HUMO Toen ik vorige week een opleidingsdag in Kazerne Leopoldsburg bijwoonde, zei een instructeur: ‘Sommige jongeren komen omdat ze ‘Kamp Waes’ hebben gezien, maar bij ons krijg je geen bullebakkengedoe. Wij zijn eerder soft.’

MICHIELS «Er is veel respect voor iedereen, en zelfs ruimte voor mentaal welzijn. Bij een opleiding rond brandveiligheid moesten we een zuurstofmasker op en werden we in een kamer vol rook gezet. Dat was erg benauwend, en de instructeurs vroegen meermaals of iedereen zich nog goed voelde. Die zorgzaamheid had ik niet verwacht.»

REMMERIE «En bovendien: de dienstplícht is afgeschaft…»

DEBRUYNE «Opgeschort!»

REMMERIE «Opgeschort, inderdaad. Bij de reservisten zit je dus met mensen die voor de opleiding hebben gekózen. Ze zijn allemaal gemotiveerd en bereid om te leren van elkaar. Tegen hen tekeergaan zou weinig zin hebben.»

MICHIELS «Het zijn bovendien vaak mensen met heel wat werkervaring. Als je die gaat afsnauwen, zeggen ze: ‘Ja, dág en bedankt!’»

DE TREKKER OVERHALEN

HUMO In je eerste opleidingsweek leer je als kandidaatreservist schieten. Hadden jullie daar al ervaring mee?

RITSEMA «Ik had weleens met een handwapen geschoten, maar nog nooit met zo’n groot geweer. Dat was best cool.»

MICHIELS «Eerst oefen je alle bewegingen met je wapen zonder munitie. Zodra er munitie in gaat, voel je bij jezelf en bij de instructeurs: oké, nu is het serieus. Dit is geen speelgoed, dit kan grote gevolgen hebben.»

REMMERIE «Ja, serious business. Door mijn achtergrond als verpleegkundige weet ik wat een kogel kan doen met een mens. Een wapen is gemaakt om dingen op een bijzonder makkelijke manier stuk te maken. De instructeurs ramden het verantwoordelijkheidsgevoel erin: het leger is géén plek voor cowboys.

»Een paar jonge gasten in mijn groep keken erg uit naar het schieten – ‘Dit is nijg!’ – maar ook zij werden doordrongen van het belang van veiligheid en verantwoordelijkheid.»

MICHIELS «De allereerste keer dat ik moest schieten, heb ik om extra hulp gevraagd. Schieten is niet gewoon de trekker overhalen: het zijn behoorlijk wat handelingen na elkaar. Een sergeant is toen naast me gaan liggen om me rustig door alle stappen te loodsen, zodat ik geen fout kón maken.»

HUMO Waren er nog meer dingen waaraan jullie moesten wennen?

DEBRUYNE «Iets wat voor veel jonge mensen wennen is: in het leger moet je soms wachten. Tegenwoordig zijn we het gewend om pakweg online eten te bestellen en klagen we als het een paar minuten te laat is. Terwijl wachten in een oorlog eigenlijk positief is: het wil zeggen dat de vijand er nog niet is.»

REMMERIE «En in het leger zelf is wachten zelden verloren tijd. Het geeft je de kans om de rest van je groep te leren kennen. Je zit daar vaak met een heel diverse club, van architecten tot arbeiders, van Nederlanders tot West Vlamingen, en hoe beter je de ander leert kennen, hoe meer clichés worden ontkracht. Dan zie je bijvoorbeeld dat een hevig getatoeëerde kerel elke avond een dik boek leest, en plots ben je met elkaar over literatuur aan het praten.»

DEBRUYNE «Je treft in het leger sowieso veel diversiteit aan. Het is nuttig om te leren samenwerken met een mix van genders en karakters, met ouderen en jongeren, met mensen die een totaal andere achtergrond hebben, hogeropgeleiden en lageropgeleiden.»

HUMO Door de uiteenlopende leeftijden en achtergronden van de groepsleden zullen ook de capaciteiten nogal uiteenlopen.

RITSEMA «Maar juist dat brengt mensen dichter bij elkaar. Als je op je eerste opleidingsdag gaat marcheren en iemand raakt achterop, zul je dat misschien negeren. Maar aan het einde van je opleiding loop je haast vanzelf naar die persoon toe: ‘Zal ik je rugzak overnemen?’ No-one gets left behind: dat is echt de boodschap. Je wilt de missie met de hele groep volbrengen.»

DEBRUYNE «In een paar dagen tijd ontstaat een sterke band. Je leert vlug op elkaar in te spelen, je weet wat de sterktes en zwaktes zijn van de kandidaat-reservist die naast je staat.»

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Belgische top titels in één app!

Probeer nu een maand gratis

REMMERIE «Ook omdat je beseft dat je elkaar nodig hebt. Het is groepswerk: jouw kennis en kunde zijn complementair aan die van een ander. De één is fysiek sterker, de ander mentaal. De één is sociaal vaardiger, de ander technisch handiger.»

HILSON «Na de opleiding komen alle groepsleden in een andere tak van Defensie terecht, en in iedere functie heb je andere capaciteiten nodig. Bij de infanterie zie je vaak spierbundels met een sterke conditie, in andere functies is dat veel minder belangrijk.»

SOFT SKILLS

HUMO Weet je van tevoren al waar je terecht zult komen?

REMMERIE «Als je geslaagd bent, word je bij een bepaalde eenheid ingedeeld. Maar je hangt daar niet aan vast: wie graag iets anders wil, kan dat aangeven.»

MICHIELS «Daar zijn ze behoorlijk behulpzaam in: ‘Waar liggen jouw interesses? Welk project interesseert je?’»

HUMO Als reservist kun je helpen bij rampen, voorlichting, infrastructurele projecten, beveiliging, tot zelfs missies in het buitenland.

HILSON «Er zijn ontzettend veel mogelijkheden. Naast je initiële functie kun je bijstand verlenen bij externe eenheden of korte trainingen volgen. De ene maand geef ik zelf een training, de andere maand speel ik mee de rol van vijandelijke troepen in een oefening. Superleuk, die afwisseling.»

RITSEMA «Je komt telkens weer op nieuwe locaties, je ontmoet volop interessante mensen. In korte tijd bouw je een groot nieuw netwerk uit.»

HUMO Voor zowel de opleiding als de oproepingsdagen krijg je betaald.

RITSEMA «De vergoeding is best behoorlijk. Ook maaltijden en overnachtingen worden betaald.»

DEBRUYNE «Uiteindelijk word je gewoon naar rato van de gemiddelde militair betaald. Wie twintig dagen werkt, krijgt een maandsalaris.»

REMMERIE «Natuurlijk is het een uitdaging om het reservistenschap te combineren met mijn baan als verpleger. In de zorg is continuïteit belangrijk, dus ik kan niet zomaar halsoverkop tijd vrijmaken voor Defensie.»

DEBRUYNE «Je moet goede afspraken maken met je familie en je werkgever, zodat je alles met elkaar kunt verenigen.»

HUMO En al helemaal als je bijvoorbeeld een jonge vader bent, zoals jij, Ruben.

RITSEMA (lacht) «Mijn vrouw was hoogzwanger toen ik haar mijn plan voorlegde.

»Je moet het thuis inderdaad goed doorspreken, want het heeft wel een impact. Eerst is er de opleiding, en daarna wil je elk jaar voldoende dagen presteren. Soms kun je worden vrijgesteld van je werk, maar sommige mensen moeten verlofdagen nemen. Gelukkig kun je veel dingen ruim van tevoren plannen.»

REMMERIE «Het is belangrijk dat je werkgever inziet dat het een win-winsituatie is. Dat het niet is van: oei, ik ben een personeelslid kwijt. Maar eerder: mijn werknemer doet elders nuttige kennis en ervaring op en brengt die vervolgens mee terug naar de werkvloer.»

MICHIELS «Van basisvaardigheden als EHBO tot soft skills als leiderschap, discipline en samenwerken.»

HILSON «Je groeit ook als mens, je leert jezelf kennen. En ook dát neem je mee in je civiele werk.»

RITSEMA «Over het algemeen is in mijn omgeving positief gereageerd op mijn beslissing om reservist te worden. Natuurlijk bots je soms op vooroordelen of clichés, maar die probeer je dan te ontkrachten.»

HUMO Noem er eens eentje.

RITSEMA «Dat Defensie een mannenwereld is.»

MICHIELS «Er zijn hier inderdaad veel mannen, maar er zijn óók best wat − en steeds meer − vrouwen (op dit moment zijn er 2.750 mannen en 149 vrouwen bij de actieve reservisten, red.).»

DEBRUYNE «Vrouwen voeren sommige complexe taken gewoon beter uit dan mannen, merk ik. En dan heb ik het niet over huishoudelijk werk! (lacht)»

LUCHTALARM

HUMO Welk cliché bleek wel te kloppen?

RITSEMA «Dat bij Defensie een enorme bureaucratie heerst. Toen ik voor het eerst bij mijn eenheid aankwam, werd een kast geopend waarin van elk personeelslid een enorme map hing. Als je een dag kwam werken, kreeg je een formulier dat in zesvoud ondertekend moest worden en honderd stempels nodig had.

»Vandaag is het gelukkig zo erg niet meer. Bijna alles is nu gedigitaliseerd. Defensie is in snel tempo aan het moderniseren: het is geen starre organisatie meer, er is behoorlijk wat flexibiliteit mogelijk.»

HUMO Laten we het nog even hebben over het concept ‘sterven voor je vaderland’ en de toegenomen spanningen in Europa.

REMMERIE «Mijn dochter vroeg: ‘Papa, moet jij nu ook gaan vechten?’ Ik antwoordde: ‘Hopelijk niet.’

»Ik herinner mij nog uit mijn kindertijd dat geregeld het luchtalarm op de kerktoren werd getest. Dat lijkt inmiddels iets uit vervlogen tijden, maar in Oekraïne zijn die luchtalarmen nu een dagelijkse realiteit.»

DEBRUYNE «Dat wij het hier zo goed hebben, is voor een deel puur geluk. Voor het gros van de wereldbevolking is het leven niet bepaald een sprookje.»

RITSEMA «Wat Oekraïne ook laat zien: ja, je kunt allerlei internationale verdragen en vredelievende intenties hebben, maar als dan een dictator opstaat die het recht van de sterkste wil doen gelden, moet je daar een antwoord op kunnen geven. Dat antwoord is niet diplomatie maar defensie. En we hebben het nú nodig, niet pas over dertig jaar.

»België heeft een goeie uitgangspositie, met zijn open en diverse samenleving en zijn grote technologische knowhow. We moeten die combineren met extra investeringen. Niet alleen in wapens en middelen, maar ook in mensen. Je kunt wel F35’s kopen, maar als in Kleine-Brogel geen bekwame technici meer rondlopen, gaan die kisten niet de lucht in.»

MICHIELS «Je moet je ook wapenen tegen nieuwe strategieën, zoals de desinformatiecampagnes van landen als Rusland, waardoor onze maatschappij almaar meer gepolariseerd raakt. Daartoe moeten we, als het ware, opnieuw een stukje defensie in elke burger zien te krijgen. Niet dat iedereen reservist moet worden, maar we moeten er wel van doordrongen raken dat de verdediging van ons land niet alleen de verantwoordelijkheid van Brussel is maar die van ons allemaal.»

DEBRUYNE «Ik wil het heikele woord ‘dienstplicht’ niet laten vallen, maar je zou perfect alle jongeren een paar maanden kunnen laten meehelpen bij het Rode Kruis, de politie, in ziekenhuizen of op andere plekken waar hulp nodig is. Zodat ze gaan beseffen: de wereld draait niet alleen om mijn eigen luxeleventje, ik kan ook een rol voor anderen spelen.»

REMMERIE «We moeten ook meer respect leren opbrengen. Voor de straatveger die onze vuiligheid opruimt, voor de hulpdiensten én voor onze militairen.»

HILSON «In Amerika en Engeland wordt militair personeel met alle egards behandeld. Het krijgt speciale parkeerplekken, voorrang op het vliegtuig… Bij ons is dat helemaal niet zo.»

DEBRUYNE «Een klein beet je meer waardering zou goed zijn.»

MICHIELS «Van mij hoeven militairen niet op een voetstuk te worden geplaatst, maar nu is het hier soms andersom: er wordt op ons neergekeken.»

HILSON «Er wordt ons zelfs afgeraden om in uniform het openbaar vervoer te nemen, om mensen niet te schofferen. Ik snap dat je niet geüniformeerd naar het voetbal gaat kijken, maar even naar de winkel gaan zou toch moeten kunnen.»

RITSEMA «Mensen zouden het belang van Defensie meer voelen als we zichtbaarder waren in het straatbeeld.

»Als reservisten zijn wij ambassadeurs voor het leger. We kunnen andere burgers prikkelen, hen warm maken om ook een uitdaging bij Defensie te zoeken. Ik moedig jonge kerels altijd aan om zich bij ons aan te sluiten.»

MICHIELS «En jongedames?»

RITSEMA «Zeker. Jongedames zijn al helemaal welkom, daar moeten er meer van komen.

»(Tot Humo) En, wanneer ga jij je aanmelden?»

HUMO Daar zeg je zoiets.

RITSEMA «We hebben ook journalisten nodig, hoor.»

HUMO Ik zie net dat ik een heel drukke agenda heb.

DEBRUYNE «Volgens mij twijfelt hij nog.»

RITSEMA «Neem het van mij aan: je komt er nooit slechter uit. Het is een goeie investering. Voor jezelf en je medemens.»

Lees meer

Alle artikels