Tijdschrift.be is nu Lezerij

Persoonlijk

Lieke (64) reist met een camper haar droom achterna ‘Ik voel een soort haast om nog alles uit het leven te halen’

Lieke Fontijn heeft uitgezaaide borstkanker en dagelijks pijn, maar geniet desondanks volop van de kleine en grote dingen op haar bucketlist. Bovendien maakt ze nog altijd de mooiste reizen. “Op pad met mijn camper voel ik me zó vrij en gelukkig.’

tekst: jessica van zanten
fotografie: mariel kolmschot
visagie: nicolette brøndsted

“Zodra ik in november 2018 de diagnose borstkanker kreeg, ging ik in de regelstand en probeerde ik iedereen om me heen rustig te houden. Ik voelde een knobbeltje waarmee ik naar de huisarts ging en direct in het ziekenhuiscircus terechtkwam. Omdat ik de diagnose niet vertrouwde, ben ik voor een second opinion naar een ander ziekenhuis gegaan. En dat was maar goed ook: ik bleek drie knobbels te hebben. Chemo hielp niet voor mijn soort kanker en daarom werd in maart 2019 tijdens een acht uur durende operatie mijn rechterborst geamputeerd en kreeg ik via reconstructie een nieuwe borst van weefsel uit mijn buik. Omdat ik zelfstandig advocate, mediator en trainer was, wilde ik dat de amputatie en hersteloperatie in één dag zouden gebeuren: mijn werk kon niet te lang stilliggen. Het nieuws sloeg bij mijn zoons Nick (33), Bart (31) en Marc (28), familie en vrienden in als een bom. Maar ik was redelijk optimistisch en genoot van de liefde die ik van iedereen ontving.

Uitgezaaide borstkanker

“Naast medicatie waren er geen vervolgbehandelingen nodig. Mijn lichaam had natuurlijk tijd nodig om te helen, maar ik voelde een ontzettende levenslust en een ongelooflijke reisdrang. Ik wilde niet ziek zijn maar léven, en iets doen wat me kracht zou geven. Ik besloot tweehonderd kilometer te lopen van de Santiago de Compostelapelgrimstocht, gelukkig gaf mijn oncoloog me de ondersteunde goedkeuring. Mijn zoons vroegen: ‘Mam, weet je het zeker?’ Ze vonden het spannend, maar zijn hun impulsieve moeder gewend en vertrouwen erop dat wat ik doe goed is.

Bovendien hebben ze mijn reisgenen geërfd. Ze ondersteunden me dus vol enthousiasme. Met een geopereerde buik, een nieuwe borst in een speciale bh en een heel lichte rugzak liep ik in mei – twee maanden na mijn operatie – de tweehonderd kilometer. Ik leek net een wandelende mummie met al die bandages om mijn buik, maar ik ben zó trots dat ik het heb geflikt. Onderweg ben ik zo veel lieve en interessante mensen tegengekomen. Dat is het leuke van alleen op pad gaan, dat contact met andere mensen.

Een jaar na de amputatie had ik nieuwe tumoren, maar die werden niet gediagnostiseerd als borstkanker. Pas weer een jaar later, in maart 2021, toen ik allemaal knobbels voelde in mijn geopereerde borst, bleek het echt mis te zijn. Bij de amputatie is waarschijnlijk een klein snijrandje niet goed schoon geweest en daardoor zijn de tumoren weer gegroeid. In het ziekenhuis wilden ze mijn borst opnieuw amputeren en ik zou de zwaarste chemo krijgen. Ik besloot om voor een second opinion naar het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis te gaan. Daar zeiden ze: ‘Je hebt zo veel uitzaaiingen, niet alleen in je borst, maar ook in je botten, ruggengraat en bekken. Je bent niet meer te genezen.’ Chemo had geen zin meer, maar bestralingen en medicatie wel. De verwachting was dat ik met de zware chemo net zo lang zou leven als zonder, maar dat ik zonder de chemo kwalitatief een veel beter leven zou leiden. Ik koos voor het laatste. Sindsdien moet ik elke drie maanden een PET-scan doen om te onderzoeken of er nieuwe uitzaaiingen zijn en of de medicatie aanslaat. Dat is keer op keer spannend, maar gelukkig gaat mijn broer Ton altijd mee. Vanaf de diagnose zeiden ze dat na twee à drie jaar 25 procent van de mensen nog leeft, dus ik ben een van de gelukkigen die leeft in bonustijd.”

‘Mijn reisavonturen maken dat ik altijd iets heb om naar uit te kijken. Daar haal ik mijn kracht uit’

Bucketlist

“‘Heb je nog geen bucketlist?’ vroeg een vriendin me, nadat ik hoorde dat ik niet meer te genezen was.

Sindsdien heb ik een enorme lijst aangemaakt met grootse dingen die ik onderneem, maar ook een lijstje met dingen als snuffelen in mijn kookboeken, leuke kleding dragen, Formule 1 kijken en een appeltaart bakken.

Inmiddels ben ik gestopt met werken en heb ik de afgelopen vier jaar mijn dromen waargemaakt. Zo ben ik onder andere in mijn eentje naar beren gaan kijken in een hut in Finland, heb ik gedoken op Bonaire en ik ging met een hondenslee op pad in Noorwegen. Ik heb veel met mijn zoons gedaan, zij zijn immers het belangrijkst voor me. Zo zijn we met z’n allen naar Sevilla gegaan en ik onderneem ook dingen met hen apart. Met Nick en een vriend van hem heb ik gevogeld, met Bart heb ik door Normandië gereisd en met Marc heb ik gekampeerd op Texel. Ook heb ik, om het leven te vieren, met tien vriendinnen een weekend doorgebracht op een boerderij van een vriendin. Omdat iedereen dacht dat ik snel dood zou gaan, kwamen ze ook allemaal. Het was één groot feest.

In maart 2022 zou ik met mijn buurvrouw naar campertjes gaan kijken, iets wat we al tien jaar doen omdat we dat allebei zo leuk vinden. Zij kon die dag niet, maar ik ging wel.

Een verkoper liet me een schattige omgebouwde Peugeot zien met een koelkastje, keuken en bed erin. Ik was niet van plan een camper te kopen, maar toen vroeg hij: ‘Durf je er een klap op te geven?’ En dat is nou net iets wat je niet tegen mij moet zeggen. Verkocht!”

C’est la vie

“Ik had de camper gekocht in een opwelling en lag daarna twee weken in paniek onder mijn deken in bed. Had ik er wel goed over nagedacht? Waarom was ik nou ook zo impulsief? Waar moest ik dat ding überhaupt stallen? Gelukkig hielp mijn buurman me mijn garage leeg te ruimen en paste mijn camper er tot op de millimeter in. Daarna was ik er zielsgelukkig mee. De eerste keer reed ik met mijn broer naar de Vogezen, omdat ik het heel spannend vond om er alleen mee te rijden. Daarna ben ik in mijn eentje – en mijn inmiddels overleden hond – op de boot van Frankrijk naar Dover gegaan en heb ik door Engeland gereisd. Ik vond het spannend, maar al snel merkte ik dat ik het camperleven geweldig vond.

Sindsdien ben ik een paar keer voor een maand naar Spanje gereisd. Maar het hoeft niet per se groots, ook een nachtje op De Hoge Veluwe vind ik heerlijk. Financieel heb ik niet goed voor mezelf gezorgd, dus ik moet goedkoop met vakantie en daar is reizen met een camper ideaal voor. Ik vind het heel stoer van mezelf dat ik soms op het strand slaap in mijn camper. Dan zet ik mijn stoeltje buiten, ik stook mijn kleine barbecue op en pruttel wat in en rondom mijn campertje. Ik strijk altijd neer bij andere campers en als ik reizigers ontmoet, komen de vragen over dat ik als vrouw alleen reis en of ik nog werk. Als ik vertel dat ik niet meer werk, omdat ik ongeneeslijk ziek ben, wordt iedereen heel lief voor me. Ze zijn verbijsterd omdat ik nog zo van het leven geniet. Ik ben dan ook nergens zo gelukkig als wanneer ik op pad ben met mijn camper. Dan voel ik me zó vrij en avontuurlijk.

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Belgische top titels in één app!

Probeer nu een maand gratis

Muziek is mijn metgezel onderweg. Ik heb een lijst met muziek verzameld die ik mooi vind. Van Passenger tot Douwe Bob en van Simon & Garfunkel tot Claude. Zijn Ce’st La Vie is heel toepasselijk voor mij. Het leven is zoals het is en gaat zoals het gaat. Soms vragen mensen: ‘Baal je niet dat je doodgaat?’ Waarom ik? Tja, waarom ik niet? Ik heb zo’n mooi leven gehad én het is nog steeds mooi, ook nu ik ziek ben. Ik pluk de vruchten die op mijn pad komen. Zo vertelde mijn vriendin Caroline dat ze samen met haar man Jaap naar Brazilië zou gaan omdat haar zoon daar ging trouwen. Maar eerst wilden ze het natuurgebied de Pantanal bezoeken. Dat gebied stond al jaren op mijn bucketlist, alleen was het te kostbaar en vond ik het eng om in mijn eentje de ‘bush’ in te gaan. Als we met z’n drieën de kosten konden delen, zou het wel betaalbaar zijn.

Het mooie: Caroline en Jaap vonden het leuk als ik meeging. We gingen afgelopen april en het zijn echt twaalf fantastische dagen geweest, die zijn omgevlogen als in een droom. Ik ben geen moment met ziek-zijn bezig geweest. We hebben er gewoon niet over gepraat en alleen maar plezier gehad. Naar het Pantanal gaan was mijn hartenwens en ik heb zó genoten van de vogelpracht: van de kleurige ara’s en toekans en de heerlijke zwoele warmte. ’s Nachts maakten we een tocht waarbij we een kaaiman zagen met allemaal baby’s om haar heen, fascinerend. Ik heb ook een paar keer paardgereden. Stapvoets, anders trekt mijn rug dat niet, en daardoor zo ontspannen dat ik bijna in slaap viel. Omdat het zo’n mooie reis was, vergat ik alle pijntjes. Elke seconde was fijn en meer dan ik had durven hopen. Ik ben Caroline en Jaap eeuwig dankbaar; ze namen toch een mankepoot mee op reis en dat was een risico.”

Levenskunstenaar

“Ik denk dat ik nog steeds in een soort ontkenningsfase zit. Ik weet dat ik doodga en ik heb de hele dag pijn van de kanker en behandelingen. Ziek zijn is een eenzaam proces, zeker ’s nachts als ik alleen ben. Ik ben helemaal niet bang voor de dood, want ik leef voort in de mensen die me kennen, maar ik wil niet alleen ’s nachts doodgaan. Bij mijn moeder zat de hele familie rondom haar bed en ze genoot van dat we er allemaal waren; dat zou voor mij een mooi einde zijn.

Van mijn ouders heb ik de levenskunst geërfd om te genieten en alles uit het leven te halen. Maar ik ben me dusdanig bewust van de beperkte tijd die ik nog heb, dat ik een soort paniekerige haast voel en hoop dat ik alle dingen op mijn lijstjes nog kan doen. Met een vriendin heb ik een dodendagje in het leven geroepen. Op die dag schrijven we in een boekje welke muziek we op onze begrafenis willen en hoe alles moet worden geregeld.

Voor haar is dat gelukkig nog niet nodig, maar we genieten ervan om dit samen te doen. Zij maakt lekkere gehaktballetjes en we eten er patatjes bij.

Mijn schoondochters vinden het maar luguber, maar het geeft mij een goed gevoel. Net als dat ik mijn huis opgeruimd heb de afgelopen maanden, zo blijven mijn zoons niet met mijn troep achter. Bij moeilijke en verdrietige momenten heb ik een netwerk aan steunpilaren. Mijn familie, kinderen en hun vriendinnen, een groep vriendinnen die ik al tussen de 25 en 45 jaar ken en een heel medisch team. Mijn huisarts gaf me een klein memoblaadje met een oranje stip erop: ‘Zorg dat je altijd die ene stip in de toekomst hebt, of het nou iets groots of kleins is.’ Het blaadje hangt al zes jaar op mijn kast en is nog steeds een houvast voor me. Die kleine en grootse avonturen maken dat ik de pijn – grotendeels – vergeet en dat ik altijd iets heb om naar uit te kijken. Daar haal ik mijn kracht uit.”

Lees meer

Alle artikels