De oorlog tussen Oekraïne en Rusland mag dan wat naar de achtergrond geduwd zijn in de media, Tom Waes steekt vanaf zondagavond op VRT 1 de zwaar beproefde Oekraïners een hart onder de riem in zijn driedelige reeks ‘Reizen Waes: Terug Naar Oekraïne’. ‘Fysiek ging het wel, maar emotioneel was het heel zwaar’, zegt Tom, die terwijl u dit leest alweer andere horizonten opzoekt en met zijn boot Tethys richting het Noordpoolgebied aan het varen is voor z’n nieuwe reisprogramma ‘Zeilen Waes’.
Maar eerst neem je ons mee naar Oekraïne. Het besluit om naar oorlogsgebied te reizen heb je wellicht niet lichtzinnig genomen.
Nee. En als ik heel eerlijk ben: het zijn de Oekraïners die ons overtuigden om te gaan. Toen de oorlog in 2022 begon, hebben mijn redactie en ik redelijk snel contact opgenomen met de mensen die we daar kennen. Zeven jaar geleden waren wij al eens in Oekraïne voor ‘Reizen Waes’. Dima was toen onze gids. Bij de inval was hij echt in levensgevaar, omdat hij voor de oorlog begon al journalisten tot aan de Russische linie had gebracht. Hij is naar Amerika kunnen vluchten. Svetlana, die we destijds hadden gevolgd, kregen we ook aan de lijn. Haar man Oleksiy was inmiddels dood. Zij was honderd procent vragende partij: ‘Kom af, toon de wereld wat hier aan de hand is, en zorg dat Europa begrijpt dat wij ook voor hún veiligheid strijden.’
Je moest dan wel je eigen hachje riskeren. Niet evident.
Ja, ik ben geen oorlogsjournalist, hé. Ik heb eerst gepolst bij de oorspronkelijke ploeg of ze het zagen zitten om mee terug te gaan. En dan hebben we uitgezocht hoe we het moesten aanpakken. Kiev wordt elke nacht gebombardeerd, het is er gevaarlijk. Maar de inwoners hebben een systeem van apps waarmee ze vrij nauwkeurig kunnen zien waar de drones zullen inslaan. Onze gids Volodymyr heeft ons dat systeem uitgelegd.
En dan ben je in Kiev. Hoe reageerde je toen je echt met drones en raketten geconfronteerd werd?
Bij het eerste luchtalarm in Kiev kromp ik ineen, ik had de daver op m’n lijf. Moesten we niet maken dat we zo snel mogelijk in een schuilkelder zaten? Maar het is verrassend hoe snel de dreiging went. Na vier, vijf dagen zit je zelf op Telegram en begin je op die apps te vertrouwen. Ik weet nog hoe mijn grootmoeder vertelde over het luchtalarm voor de Duitse V2’s en hoe iedereen naar een schuilkelder vluchtte. Maar door de moderne technologie is oorlog helemaal veranderd en weten we veel preciezer waar de bommen gaan vallen.
En toch zal je dan stalen zenuwen moeten hebben.
Je moet natuurlijk altijd op alles voorbereid zijn. Onze gids Volodymyr zei: ‘Als ik je kom halen, neem een boek mee, een pyjama en een tandenborstel, want het kan zijn dat we tien uur in die kelder zitten.’ Maar voor de rest: alles wat buiten de straal van 5 tot 10 km valt, wordt als niet gevaarlijk beschouwd. Echt rustig slaap je niet, natuurlijk. En dat maken de Oekraïners nu al meer dan vier jaar mee, die mensen zijn doodmoe.
‘De ambassade zei: ‘Als we aangeven dat het te gevaarlijk wordt, rijden jullie zo snel mogelijk het land uit.’ Dat was een duidelijke afspraak’
Hoe heb je het thuis aangebracht dat je naar Oekraïne trok?
Voorzichtig. Mijn vriendin en mijn kinderen waren - terecht - heel bezorgd.
Hebben ze je proberen tegen te houden?
Nee, omdat ze ook weten dat het een berekend risico was. Ik ging ook niet echt naar het front. Het was een kwestie van hen, eens we ginder waren, veel berichtjes te sturen of ’s avonds te bellen om hen gerust te stellen. De eerste dagen hebben we niet veel alarmen gehad. Eens in Kiev wel, maar daar hadden we dus dat systeem met die apps. Oorlogsjournalist Arnaud De Decker heeft ons goed geholpen, de Belgische ambassade ook. ‘Als we aangeven dat het te gevaarlijk wordt, keren jullie om en rijden jullie zo snel mogelijk terug het land uit’, was hun boodschap. Dat was een heel duidelijke afspraak.

Als je in Kiev incheckt in een hotel, krijg je behalve de wificode en de ontbijturen de richtlijnen hoe je jezelf zo snel mogelijk in veiligheid kan brengen. Confronterend?
De eerste keer is dat verschrikkelijk. Je kan er niet naast kijken: in elk restaurant, in elk hotel en op straat staan gigantische pijlen naar de dichtstbijzijnde schuilkelder. Maar ja, ook daar raak je aan gewoon.
Aan de andere kant blijven de gevolgen van de oorlog vreselijk. Er zijn al vele doden gevallen. Onder wie dus de man van Svetlana.





(knikt) In onze reportage van zeven jaar geleden zag je het koppel nog strijdlustig in het verzet. Want toen al liepen de spanningen op. En nu is Svetlana weduwe en woont ze in Berlijn. Haar dochter studeert intussen in Manchester, haar zoon wil in Berlijn blijven, maar zij wil terug naar haar thuisland. Het gemakkelijkste om over vluchtelingen te zeggen, is: wat komen die hier eigenlijk bij ons doen? Maar als je ziet hoe snel zij de taal leren, werk vinden, hun leven heropbouwen… Die ongelooflijke veerkracht is bewonderenswaardig.

‘Je kan er niet naast kijken: in elk restaurant, in elk hotel en op straat staan gigantische pijlen naar de dichtstbijzijnde schuilkelder’
Welk moment zal je nooit vergeten?
Enorm beklijvend was toen we filmden aan een ingestort appartementsblok in Kiev. Het was hard aan het sneeuwen, de voetjes van een pluchen beer zag je er nog net uitsteken. Ik wrijf de sneeuw weg, en daaronder ligt een plakkaat met een tekstje van kinderen die afscheid namen van hun ouders die gestorven waren bij het bombardement. Bert, de regisseur, heeft kinderen van die leeftijd. Hij zei: ‘Stel je voor dat je kinderen hun beertje moeten achterlaten ter nagedachtenis van hun papa.’ Dat gebouw stond gewoon in een woonwijk hé, het was geen strategisch doel, geen elektriciteitscentrale of wapendepot.
Daar word je stil van.
(knikt) En in de derde aflevering schuiven we met een madammeke van 70 drie uur aan bij de voedselbedeling. We gaan met haar mee naar haar appartement, op de achttiende verdieping. De lift werkt niet meer, want er is geen elektriciteit. Er is geen licht, enkel van een kaars, en geen stromend water, het is er 6 graden. Ze zet voor ons nog een tas koffie op tafel, met een stuk brood en wat kaas. Je kan je dat niet voorstellen.
Ben je banger geworden dat ook bij ons weer oorlog kan uitbreken?
Ik hoor zeker niet tot de mensen die zeggen dat dat ons nooit kan overkomen. Oekraïne is amper 1.500 km hiervandaan. Dat is even ver als Madrid… Het zuiden van Italië is zelfs verder.
Het idee dat je dochter of zoon naar het front kan worden gestuurd om ons land te verdedigen, wat doet dat met je?
O jongen! (wordt emotioneel) In Lviv stond ik op de begraafplaats op 10 meter van het graf van een 28-jarige jongen, een jaar jonger dan Milo. Hij was nog maar drie maanden daarvoor gestorven. Zijn papa was op z’n knieën in de sneeuw de zerk aan het kuisen en een kaarsje aan het branden. Ik ben te weinig journalist om hem vragen te stellen, maar genoeg tv-maker om met één beeld te tonen wat die mensen daar moeten ondergaan. Op zo’n kerkhof besef je de waanzin van die oorlog des te meer, dat kwam enorm hard binnen.




