Of we kunnen u – dat zou ons alweer een vermoeiende verplaatsing besparen – een uitstekend boek aanraden: ‘De beweegreden’, waarin professor inspanningsfysiologie Eline Lievens (34) u met aanstekelijk enthousiasme aanspoort om uw trainingsbroek wat vaker uit de kast te halen.
HUMO Eén van de redenen waarom een gebrek aan fysieke activiteit niet gezond is, is dat we gemáákt zijn om te bewegen.
ELINE LIEVENS «We zijn altijd een actieve soort geweest, zeg maar de ADHD’ers van de savanne, en dat zit nog altijd in ons DNA. Om alle systemen in ons lichaam goed te laten functioneren, moeten we bewegen. Als jager-verzamelaars waren fysieke inspanningen een noodzaak om aan voedsel te raken, maar wie vandaag in de stad woont, hoeft daarvoor zelfs de deur niet meer uit: alles wordt binnen het halfuur aan huis geleverd. En wat we eten, bevat vaak veel meer calorieën dan we nodig hebben.»
HUMO En dat maakt ons vatbaar voor allerlei aandoeningen, zoals diabetes type 2.
LIEVENS «Als je eet, komt er suiker in je bloedvaten. Die blijft daar best niet te lang zitten, want dan kunnen je organen en zenuwen beschadigd raken. Suiker kun je op twee manieren uit je bloed krijgen: dankzij het hormoon insuline kunnen we ’m opslaan in onze spieren, onze lever of ons vet, of we kunnen ’m met een verbranden door de spieren te activeren. Door te bewegen, met andere woorden. Voor mensen met prediabetes type 2 is beweging zelfs even efficiënt als het vaakst voorgeschreven medicijn.»
HUMO Fysieke activiteit heeft ook een effect op hart-en vaatziekten. Hoe werkt dat precies?
LIEVENS «Beweging verlaagt het vetgehalte in het bloed, heeft een positief effect op de HDL (de goede cholesterol, red.) en de bloeddruk, en verlaagt het risico op beroertes en hartinfarcten omdat het bloed minder snel klontert.»
HUMO We weten ondertussen ook dat bewegen beschermt tegen een aantal kankers.
LIEVENS «Voldoende beweging doet het risico op een aantal kankers met 5 tot zelfs 30 procent afnemen: dat is echt indrukwekkend. Als we bewegen, komen uit onze spieren stoffen vrij die op slechte cellen een soort vlagje zetten, waardoor de natural killer-cellen van het immuunsysteem ze makkelijker herkennen en opruimen.
»Het effect op borstkanker heeft te maken met het vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen, en ook met insuline. Kankercellen zijn heel gevoelig voor hormonen. Lichaamsbeweging zorgt voor lagere insuline-en oestrogeenpieken, waardoor er minder snel hormoongevoelige kankers ontstaan. Een mogelijke verklaring voor het verminderde risico op darmkanker is dan weer dat beweging de darmspieren stimuleert. Daardoor verlaat voedsel de darmen sneller, en hebben de kankerverwekkende stoffen die we binnenkrijgen minder tijd om op de cellen in de darmwand in te werken.»
HUMO Veel mensen bewegen in de hoop wat kilo’s kwijt te spelen, maar daar heeft het dan weer weinig effect op.
LIEVENS «Minder dan je verwacht. De paar kilo’s die je in de eindejaarsperiode bij bent gekomen, krijg je er met beweging wel af, maar overgewicht is een ander verhaal. Elke dag twintig à dertig minuten met matige intensiteit bewegen is goed voor 2 à 3 kilogram minder. Wil je 5 kilo of meer kwijtspelen, dan moet je minstens een uur per dag fietsen of stevig doorwandelen: dat is natuurlijk wel wat.
»Dat komt omdat we evolutionair gezien zijn opgezadeld met een heel energie-efficiënte motor, en omdat we heel makkelijk brandstof opslaan. Combineer dat met een almaar calorierijker voedingspatroon, en je weet dat we het met beweging simpelweg niet halen. Ik heb een trainingsstudio: mensen die komen sporten, verbranden in een uurtje tijd misschien vijfhonderd calorieën – áls we ze flink hebben uitgedaagd. Je hoort ze dan lachend zeggen dat ze thuis een extra pizza kunnen eten, omdat ze zo hard hebben gesport. Maar een pizza bevat duizend calorieën! Mensen hebben geen idee van het onevenwicht tussen de calorieën die ze innemen en hoeveel ze er verbranden.»
HUMO Een frappant voorbeeld uit uw boek: om de energie van één praline te verbranden, moet een man van 90 kilo liefst 3 kilometer wandelen. Een vrouw van 55 kilo: 2 kilometer lopen.
LIEVENS «En meestal blijft het niet bij één praline. Een doos van 500 gram bevat eigenlijk de energie van een hele marathon.»
HUMO Wie beweegt om af te vallen, werkt zich dus voor niks in het zweet?
LIEVENS «Diëten hebben een groter effect, maar die leiden dan weer tot een verlies van spiermassa – en het is belangrijk om je spieren te behouden, al is het maar voor je rustmetabolisme, de hoeveelheid energie die je verbrandt zonder te bewegen. De spieren zijn goed voor één vijfde daarvan. Als je met diëten stopt en veel spiermassa hebt verloren, zul je minder energie verbranden, en dus nóg minder mogen eten, of sneller aankomen. Het beste idee is dus om je dieet te combineren met een gezond bewegingspatroon.
»Een persoon van 100 kilo die 20 kilo verliest, is doorgaans zo’n 8 kilogram spieren kwijt. Als je daarna weer aankomt, zal dat vooral in vetmassa zijn, en niet in spiermassa, omdat je niet zo snel spieren kweekt. Begin je daarna aan een nieuwe afslankcyclus, dan herhaalt dat proces zich. Zo verandert de samenstelling van je lichaam almaar harder: de hoeveelheid vet neemt toe, de spiermassa neemt af. Dat kan leiden tot wat we sarcopene obesitas noemen, een combinatie van problematisch weinig spieren en te veel vetmassa.
»Daarom kan het gebruik van afslankmedicatie zoals Ozempic zo problematisch zijn. Als je het begint te nemen, moet je dat eigenlijk je hele leven blijven doen, maar in de praktijk zien we dat de helft van de patiënten er na een jaar mee stopt – en nog een jaar later zitten ze meestal weer op hun oorspronkelijke gewicht. Het is dus niet verwonderlijk dat de ontwikkelaars van Ozempic op dit moment hard zoeken naar een nieuwe versie van hun medicijn, die je toelaat om af te vallen zónder te veel spiermassa te verliezen.»
BETERE KWABBEN
HUMO Ook een misverstand, en voor velen een bron van frustratie, is dat je niet gericht kunt afvallen: je weet nooit waar je precies vet zult verliezen.
LIEVENS «Veel fitnesshypes spelen daarop in: als je het vet uit je billen wilt krijgen, moet je zogezegd hip thrusts doen, en je buikvet zou je kunnen laten wegsmelten met buikspiertraingen of, nog makkelijker, met zo’n toestelletje met elektroden dat je buikspieren stimuleert. Het idee is dat je buikspieren dan energie halen uit het vet in je buik, maar zo werkt het dus niet: je kunt geen vet verbranden op één bepaalde plaats. Wat je wel kunt doen, is je spieren op een specifieke plaats vergroten – spieren kweken onder de vetlaag van je buik, bijvoorbeeld.
»Als je spieren na een langdurige inspanning door hun eigen energievoorraad heen zitten, worden er hormonen uitgestuurd die in het lichaam op zoek gaan naar vetweefsel dat kan worden afgebroken om als brandstof te dienen. Dat vet wordt dus niet per se gehaald in de onmiddelijke omgeving van de plek die je aan het trainen bent. Je lichaam bepaalt dat zelf. Zelf vermager ik heel snel in de borststreek: dat had van mij ook wel een andere regio mogen zijn (lacht).
»Voor mensen met overgewicht en veel buikvet is er wél goed nieuws: omdat het lichaam eerst het ongezondste vet probeert weg te werken – en dat is het buikvet – zal dat zodra ze beginnen te bewegen als eerste verdwijnen.»
HUMO Lichaamsbeweging heeft ook allerlei gunstige effecten op het brein.
LIEVENS «Fysieke inspanning zorgt voor een betere doorbloeding van de prefrontale kwab, een deel van de hersenen dat onder meer betrokken is bij probleemoplossing, planning en redeneervermogen. Studenten scoren beter op examens als de prefrontale kwab beter doorbloed is. Het effect is wel tijdelijk: een halfuur tot een uur nadat je hebt bewogen, begint het weer af te nemen.
»De hippocampus, het geheugencentrum van de hersenen, wordt elk jaar 1,5 procent kleiner. Als je drie keer per week veertig minuten wandelt, kun je die verkleining afremmen, stoppen en zelfs omkeren. De stofjes die in het bloed vrijkomen als we bewegen, stimuleren de aanmaak van zenuwcellen in de hippocampus, met een verbetering van de geheugenfunctie als resultaat. Men onderzoekt nu welke stofjes daar precies bij betrokken zijn, en hoe die werken: op basis daarvan zouden op termijn nieuwe types van medicatie tegen dementie kunnen worden ontwikkeld.

»Een gebrek aan beweging is trouwens een belangrijke risicofactor voor dementie. Dokters zeggen weleens: ‘Beter nu bewegen, vóór je vergeet dat je moet bewegen.’»
HUMO Wie geregeld beweegt, zou minder vaak last hebben van angsten en depressies.
LIEVENS «Zweedse onderzoekers hebben een stof ontdekt die negatieve gedachten kan veroorzaken als ze in de hersenen terechtkomt. Als je geregeld beweegt, vindt er een omzetting plaats die dat proces verhindert, waardoor je minder met depressieve gedachten wordt geconfronteerd. Bewegen werkt dus niet alleen preventief, maar ook genezend.

»Bij een milde depressie zijn er drie behandelmethodes: antidepressiva, consultaties bij de psycholoog en beweging. Recente studies hebben aangetoond dat die drie opties allemaal even goed werken. Hopelijk wordt beweging nu eindelijk eens als een volwaardige behandeling beschouwd, want er zijn nog altijd te weinig mensen die voor die optie kiezen.»
HUMO Iedereen die weleens de fameuze runner’s high heeft ervaren, weet maar al te goed dat sporten je een goed gevoel kan bezorgen.
LIEVENS «We weten eigenlijk niet precies waar die vandaan komt. Mogelijk heeft het te maken met endorfines, een stof in de hersenen die je een geluksgevoel geeft. Of met endocannabinoïden die vrijkomen in de hersenen, een stof waarvan het effect vergelijkbaar is met dat van cannabis. Maar het zou kunnen dat er ook nog andere stofjes bij betrokken zijn. Als we bewegen, gebeurt er in ons lichaam héél veel dat ons een gelukkiger gevoel bezorgt.»
HUMO Beweging is bovendien goed voor de spierkracht. En maar goed ook, want de gemiddelde mens is de voorbije decennia een pak minder sterk geworden, schrijft u in ‘De beweegreden’.
LIEVENS «In drie decennia tijd is de spierkracht in de armen met 15 à 20 procent afgenomen. Anno 2026 is de gemiddelde jongen 15 procent minder sterk dan zijn vader op dezelfde leeftijd, en liefst 30 procent minder sterk dan zijn grootvader. Dat heeft natuurlijk met onze almaar sedentairder levensstijl te maken. Vroeger moesten we het gras nog afrijden, tegenwoordig laten we dat aan de robotmaaier over. Om te stofzuigen hebben we ook een robot, en werken doen we aan de laptop, vaak deeltijds thuis, zodat we niet meer elke dag naar het werk hoeven te pendelen.
»Over de volgende generatie maak ik me minder zorgen. De fitnesshype bij de jongeren leidt weleens tot vragen van bezorgde ouders, maar ik vind dat vooral een goeie zaak – zolang trainen geen obsessie wordt, en er geen anabole steroïden in het spel zijn. Je spiermassa bouw je vooral in je jonge jaren op, en daar kun je je hele leven op teren.
»Na de adolescentie verliezen we elk decennium 5 procent van onze spierkracht, en na je 60ste gaat dat proces nog veel sneller.
Bij de aanmaak van spieren spelen geslachtshormonen een belangrijke rol. Als die met het klimmen der jaren afnemen, vermindert logischerwijs ook de spiermassa. Dat is heel duidelijk bij vrouwen die in de menopauze komen: door de vermindering van oestrogeen is er een grote verschuiving van spier-naar vetmassa. Vrouwen zijn dus dubbel benadeeld, want in de adolescentie bouwen ze ook minder spieren op. Er wordt daarom veel onderzoek gedaan naar hormoontherapieën die het verlies van spiermassa in de menopauze kunnen tegengaan.»
HUMO De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert 65-plussers om minstens twee keer per week spierversterkende activiteiten te doen.
LIEVENS «Hoe vroeger je een gezond spierkapitaal opbouwt, hoe minder snel je op latere leeftijd met een problematisch tekort aan spieren zult kampen. Omdat we almaar ouder worden, komt sarcopenie (het verlies van spiermassa en -functie, red.) steeds vaker voor. Mensen worden er niet alleen fragieler van, ze hebben ook meer moeite om hun evenwicht te bewaren, waardoor het risico op valpartijen toeneemt. Zeker op hoge leeftijd is dat erg gevaarlijk: ouderen met sarcopenie hebben tot tien keer meer kans om in de periode na een heupfractuur te overlijden.
»Het heeft dus zeker zin om je spierkracht te blijven trainen, hoe oud je ook bent. Spieren kweken is op elke leeftijd lastig: pas na negen of twaalf weken training krijg je dikkere spieren, en hoe ouder je bent, hoe langer je moet wachten om het effect te merken. Maar dat wil niet zeggen dat oudere mensen niet met hoge intensiteit mogen trainen. Dat lijkt me interessant om te vermelden, want veel coaches zijn op dat vlak nogal voorzichtig. Dat is eigenlijk niet nodig.»

HUMO Nieuw onderzoek lijkt erop te wijzen dat lichaamsbeweging niet alleen goed is voor onze gezondheid, maar ook voor die van onze nakomelingen.
LIEVENS «Ik ben 32 weken zwanger, en ik ga nog altijd lopen. Tijdens mijn vorige zwangerschap heb ik het zelfs tot de 36ste week gedaan. Lichaamsbeweging tijdens de zwangerschap kan dus geen kwaad. Sterker nog: het is superbelangrijk, want er zijn een pak gunstige effecten voor zowel moeder als baby. Het risico op zwangerschapsvergiftiging, hoge bloeddruk, overmatige gewichtstoename of blaasproblemen verlaagt, en de kans op een natuurlijke bevalling vergroot. Ik heb de indruk dat niet veel mensen dat weten: als ik met m’n bolle buik ga lopen, krijg ik vaak verwarde of zelfs afkeurende blikken (lacht).
»Ook de fysieke activiteit van de vader heeft een invloed. Uit heel recent onderzoek, weliswaar bij muizen, blijkt dat nakomelingen van vaders die op het moment van de bevruchting in goede fysieke conditie waren, tot 50 procent verder konden lopen dan nakomelingen van nietactieve vaders. Er zijn zelfs aanwijzingen dat de effecten van een actieve levensstijl twéé generaties lang blijven doorwerken, en dus ook een effect hebben op de kleinkinderen. Als dat ook bij mensen het geval zou zijn, is dat toch wel zeer straf. Maar het confronteert ons tegelijkertijd met een probleem: als een actieve levensstijl wordt doorgegeven, geldt dat net zo goed voor een sedentaire levensstijl. Het is alvast een aanmoediging om zeker actief te zijn in onze reproductieve jaren.»
‘Het geheugencentrum van de hersenen wordt elk jaar 1,5 procent kleiner. Als je drie keer per week veertig minuten wandelt, kun je die verkleining stoppen’
STAPPENPLAN
HUMO Over hoeveel we minimaal moeten bewegen voor een goede gezondheid – en vooral over hoe we dat moeten doen – zijn de inzichten ook wat veranderd.





LIEVENS «De aanbeveling voor volwassenen is minstens 150 tot 300 minuten fysieke activiteit per week, dus 20 à 40 minuten per dag. Dat hoeven echter niet alleen sportieve activiteiten te zijn: hobby’s, verplaatsingen of andere dagelijkse activiteiten met een iets hogere intensiteit tellen ook mee. Niet iedereen zal na een lange werkdag nog veel fut hebben om een halfuur of meer te bewegen. Beweging in je dagelijkse leven integreren – bijvoorbeeld door op het werk de trap te nemen – is vaak nog het efficiëntst. Of je nu op een fitnesstoestel aan het stappen bent, of op weg naar het station er iets meer de pas in zet om je trein te halen: dat weten je spieren niet, hè. Doe gewoon de inspanningen die voor jou haalbaar zijn, dan hou je ze wellicht ook langer vol.
»Elke vorm van beweging is dus goed, maar probeer toch ook af en toe een intensieve inspanning te doen, ook al is het maar voor korte tijd, want ons lichaam reageert het best op intensieve prikkels. Verder kan ik me alleen maar aansluiten bij de slogan in de Bewegingsdriehoek van het Vlaams Instituut Gezond Leven: ‘Elke stap telt.’»
HUMO Een vaak gehoord excuus voor een te sedentaire levensstijl is tijdsgebrek. In dat geval kan hoogintensieve intervaltraining (HIIT), een reeks korte maar heel hevige inspanningen, een oplossing zijn.
LIEVENS «Met HIIT heb je in vier keer minder tijd hetzelfde effect als met inspanningen van lage intensiteit. Drie keer per dag zestig trappen op lopen kan je VO2 max, de maximale hoeveelheid zuurstof die je lichaam kan opnemen tijdens zware inspanningen, al na enkele weken met 5 procent doen stijgen. HIIT is dus even goed als gewone uithoudingstraining en tijdsefficiënter, maar ik kan me voorstellen dat het niet voor iedereen is weggelegd. Zelf vind ik het veel aangenamer om ’s middags rustig 45 minuutjes te gaan lopen met enkele collega’s. Heb je daar geen tijd voor, dan kan HIIT zeker een alternatief zijn.»
HUMO Zitten wordt weleens het nieuwe roken genoemd, maar de wetenschap is daar toch iets genuanceerder over.
LIEVENS «Voor mensen die meer dan een uur per dag bewegen, kan lang zitten eigenlijk niet zoveel kwaad. Maar wie niet voldoende fysiek actief is – en dat zijn helaas nog altijd de meesten onder ons – wandelt om het halfuur best wat rond.
»Men heeft een tijdje gedacht dat staand werken de oplossing was, maar het effect op potentiële hart-en vaataandoeningen bleek verwaarloosbaar. Sterker nog: lange tijd staand werken kan het risico op spataders en bloeddrukproblemen verhogen. Afwisseling – zitten, staan en rondwandelen – werkt nog altijd het beste.»
HUMO Met welke sporten boek je het grootste gezondheidsvoordeel?
LIEVENS «Voor de algemene gezondheid is een mix van sporten het beste. En liefst sporten die enige intense inspanning vergen. Als je zweet of rood aanloopt, is het altijd goed.»
HUMO Zolang we maar niet overdrijven.
LIEVENS «Te veel is nooit goed. Topsport is niet gezond. Met een sporthart – een hart dat vergroot is – heb je meer risico op hartritmestoornissen en tromboses. Topsporters hebben vaak littekenweefsel op het hart, maar ze worden goed gescreend, zodat er kan worden ingegrepen vóór er ernstige problemen optreden.
‘Anno 2026 is de gemiddelde jongen 15 procent minder sterk dan zijn vader op dezelfde leeftijd’
»Voor niet-professionele sporters is vooral de opbouw belangrijk. Populaire events als de Ronde van Vlaanderen voor liefhebbers, allerlei stadsmarathons en -triatlons of de Mont Ventoux die per se één of meerdere keren moet worden beklommen: we raden het zeker niet af, maar doe het alleen als je lichaam genoeg voorbereid is.»

HUMO Bucketlistsporten is het tegenovergestelde: mensen die zonder veel training de ene uitdaging na de andere aangaan, hoe extremer, hoe liever.
LIEVENS «Dat heeft waarschijnlijk met de opkomst van sociale media te maken. Mensen willen graag uitpakken met hun prestaties, en dan is de Dodentocht of een halve marathon al snel niet meer genoeg om indruk te maken – en voor ze het weten, lopen ze ultramarathons of fietsen ze de Trans-Siberian Extreme.
»Omdat die bucketlistsporters vaak niet veel trainen, of alleen in het weekend, noemt men ze ook weleens weekend warriors. Mensen die niet voldoende trainingsopbouw hebben voor dat soort zware uitdagingen, lopen een groter risico op overbelastingsblessures, maar ook op extreme spierafbraak of oververmoeidheid.»
WANDELVOETBAL
HUMO Veel mensen willen graag meer bewegen, maar vaak blijft het bij een voornemen. Waarom zijn we zo moeilijk in beweging te krijgen, of waarom houden velen hun inspanningen niet lang vol?
LIEVENS «Na een fysieke activiteit voel natuurlijk niet meteen dat je bloeddruk is gedaald, dat je risico op kanker is afgenomen en dat je suikerhuishouding is verbeterd. Gezonde dertigers zijn dan weer minder gemotiveerd omdat ze nog geen kwaaltjes hebben, en dus minder stilstaan bij de nadelen van een ongezonde levensstijl. Mensen schieten vaak pas wakker als ze gezondheidsproblemen krijgen.»
HUMO Wat kan die mensen wél motiveren?
LIEVENS «De intentie om te bewegen omzetten in actie is vaak het probleem. Het kan helpen om geen te grote doelen te stellen. Begin met iets kleins, iets wat je zeker kunt volhouden. Zoek ook iets wat je graag doet, een fysieke activiteit die je eventueel samen met vrienden kunt doen. Als je met één of meer mensen afspreekt om – al dan niet op vaste tijdstippen – te gaan lopen of fietsen, is de kans groter dat je het ook effectief zult doen. Voor mensen in de tweede helft van hun leven vind ik fithandbal en wandelvoetbal mooie opties: je onderhoudt er je spieren mee, en het is nog plezant ook.»
HUMO De overheid kan ook een rol spelen, onder andere door steden beweegvriendelijker te maken.
LIEVENS «Jazeker: door voldoende fietspaden en voetgangerzones te voorzien, bijvoorbeeld, en faciliteiten voor mensen die willen sporten. Je kunt straten, wijken en het openbaar vervoer zo inrichten dat mensen makkelijker kunnen bewegen en kinderen veel mogelijkheden hebben om buiten te spelen.

»De woonomgeving is een bepalende factor voor het bewegingspatroon. Je zou denken dat het net omgekeerd is, maar stadsbewoners bewegen méér dan mensen die op het platteland wonen. Dat komt onder andere omdat er in de stad veel meer bestemmingen zijn die zich op fiets-of wandelafstand bevinden. Met doordacht ingerichte steden kunnen we de bewoners nog meer laten bewegen.
»Scholen zouden ook meer werk kunnen maken van gezondheidseducatie. Er zou een vak levensstijl zou moeten komen, want over gezonde voedings- en bewegingspatronen leren we op school helemaal niks. Leren hoe je met je lichaam moet omgaan en hoe je het kunt onderhouden, lijkt me één van de belangrijkste vaardigheden die je kinderen kunt meegeven. Van goede gewoontes die jong worden aangeleerd, kun je later de vruchten plukken: fitte kinderen worden vaak fitte volwassenen.»
HUMO We leven langer, maar we worden helaas niet gezond ouder. De behandeling van al die aandoeningen kost handenvol geld. Bewegen is besparen, schrijft u in uw boek.
LIEVENS «Volgens de laatste cijfers van de OESO gaat 1,8 procent van ons gezondheidsbudget naar preventie, drie keer zo weinig als in Nederland. 18 procent gaat naar medicatie, dat is tien keer zoveel. De behandeling van overgewicht en obesitas: amper 10 procent. Inzetten op preventie is denken op lange termijn, maar zo werkt de politiek helaas niet. Onbegrijpelijk genoeg heeft men wel de btw op fitnessabonnementen verhoogd. Mensen die op eigen kosten investeren in een gezonde levensstijl, ga je toch niet nóg meer belasten?
»In het UZ Gent bieden we ook Bewegen Op Verwijzing aan, een mooi initiatief van het Vlaams Instituut Gezond Leven (waarbij artsen patiënten naar een coach konden doorsturen voor een op maat gemaakt beweegplan, red.). Maar ook dat programma is te duur bevonden: het lijkt er sterk op dat het wordt hervormd en in de toekomst minder middelen zal krijgen, wat een heel spijtige zaak zou zijn.
»In de 17de en 18de eeuw werden in sommige Japanse gemeenschappen artsen betaald om hun patiënten gezond te houden, en niet om hen te genezen. In bepaalde landen bestaat zo’n systeem nog altijd. Bij ons worden artsen betaald per prestatie die ze leveren om een ongezonde patiënt te behandelen. We zouden beter wat meer inzetten op die preventieve geneeskunde. Daarvoor is echter meer onderzoek nodig naar de effecten van lichaamsbeweging op specifieke aandoeningen – maar zulke studies zijn heel duur, en de farmaceutische industrie zal ze niet doen, want die heeft er geen enkele baat bij. Met beweging valt er natuurlijk niks te verdienen, terwijl medicatie de kassa flink doet rinkelen.»
HUMO Samengevat: beweging is het beste en goedkoopste medicijn dat we hebben, maar dat beseffen we nog te weinig.
LIEVENS «Het is een totaalpakket met een gunstig effect op het lichaam. Het is bovendien beschikbaar voor iedereen. En het is helemaal niet zo moeilijk om het in je leven in te bouwen. Je oude dag ziet er dan meteen ook een stuk aantrekkelijker uit. Na mijn pensioen nog kunnen reizen omdat ik mijn spieren altijd heb getraind, vind ik toch een aantrekkelijker idee dan op mijn 65ste in een tehuis achter de geraniums te zitten.»

Wim Derave en Eline Lievens, ‘De beweegreden’, Lannoo




