

Wit overhemd en lichtblauw overhemd (ceesnco), beige vest (Abercrombie & Fitch).
Vanaf deze week is de zesdelige komische dramaserie Bodem te zien bij NPO. Vertel eens, waar gaat de serie over?
“Bodem volgt het leven van de vrijgezelle en destructieve Cat, gespeeld door Eva Crutzen. Dit doet ze op een ongekend grappige en diepverdrietige wijze. Cat, halverwege de dertig, worstelt met het leven en probeert zich staande te houden in een wereld die doorgaat terwijl haar eigen wereld na het overlijden van haar broer met één klap tot stilstand is gekomen. Ik speel haar vader. Ogenschijnlijk lijkt het alsof hij fantastisch goed met het verlies van zijn zoon kan omgaan, maar thuis is hij gesloten als een oester. Onlangs hebben we alle afleveringen gezien en ik moet zeggen: het is een ontzettend goed gelukte serie. Eva vertolkt niet alleen de hoofdrol, maar heeft ook het script geschreven en de serie geregisseerd. Het was een feest om met haar te werken. Ik verheug me nu al op het vervolg.”
Staat er nog meer op stapel dit jaar?
“Dit jaar nog komt de opvolger van Ventoux uit: De laatste ronde. De vier vrienden zitten nu nauwelijks op de fiets. Ze zijn vooral bezig met eten, drinken en het verbouwen van een huis in België. Ik heb de film gezien en werd er intens gelukkig van. Verder speel ik in Future me. In deze film van Vincent Boy Kars draait het om de vraag in hoeverre het mogelijk is een vrij mens te worden ondanks het verhaal dat je met je meedraagt. Verder is vanaf maart de voorstelling Café 749 te zien in Amsterdam. Deze voorstelling is de voorloper op het 750-jarig jubileum van Amsterdam. Geert Lageveen en ik hebben het stuk samen geschreven. Hij speelt mee. Ik doe de regie. En later in het jaar regisseer ik de musical De koning van Amsterdam. Dit is het vergeten verhaal over de flamboyante ondernemer Maup Caransa, van straatschoffie tot multimiljonair. Wederom is dit een samenwerking met Geert. We schreven de musical samen. Hij is vanaf eind dit jaar te zien.”
Zat het acteren er al vroeg in?
“Nee, eigenlijk wilde ik journalist worden. Het leek mij geweldig om, net als jij, mensen allerlei vragen te stellen en moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken. Maar ja, zoals dat gaat in het leven, journalist ben ik nooit geworden. Alhoewel ik de journalistiek niet helemaal heb hoeven loslaten, want alle voorstellingen die ik heb geschreven, zijn een verslag van journalistiek onderzoek. Of dat nu ging over de mediawereld, seks, de bankenwereld, oorlog of omgaan met de dood. Alle voorstellingen zijn geschreven aan de hand van research. Zo ook De koning van Amsterdam. Om het verhaal van Maup Caransa boven water te krijgen, ben ik in de archieven gedoken en heb ik met heel veel mensen gesproken.”
Wat bedoel je met ‘zoals het gaat in het leven’? Waarom raakte de journalistiek op een zijspoor?
“Als ik nu jong was geweest, had ik alle stempels gekregen die er zijn. Dyslexie, ADHD, de hele reutemeteut. Ik snapte niets van school, kon me niet concentreren. Op de lagere school ben ik twee keer blijven zitten. Het is aan de bijlessen van meneer Van Velzen en meneer Hendriks te danken dat ik de bassischool heb afgemaakt. Het advies daarna was de lomschool. Ik ben blij dat ik niet opgroei in deze tijd. Dan had ik de stempels op mijn voorhoofd als excuus gebruikt. En had ik het misschien opgegeven. Nu heb ik doorgezet en deed ik na de mavo de havo. Al was dat met enige vertraging, want ik behaalde pas op mijn 21ste mijn havodiploma. Omdat vrienden enthousiast waren over de toneellessen die op school werden gegeven, gaf ik me daar ook voor op. Ik had geen idee wat toneel inhield, maar vanaf de eerste les werd ik erdoor gegrepen. Dus schreef ik me na de havo in voor de School voor journalistiek én voor de Toneelschool in Amsterdam. Toen ik, tot mijn verbazing, werd aangenomen op de Toneelschool heb ik de School voor journalistiek afgebeld.”
‘Als ik nu jong was geweest, had ik alle stempels gekregen die er zijn. Dyslexie, ADHD, de hele reutemeteut’

Bruine pantalon, bruin colbert, lichtblauw truitje en schoenen (alles privébezit).


Wat vonden je ouders daarvan?
“Ik herinner me nog die keer dat ik thuiskwam en de pastoor bij mijn ouders zat. Omdat mijn ouders mij niets wilden ontzeggen, sprak de pastoor namens hen op mij in. Moest ik dat nou wel doen? Hij zei dat ik van acteren geen gezin zou kunnen onderhouden. Ik zou met onbetrouwbare mensen in aanraking komen, mensen die gekke dingen doen. Mijn ouders hoopten natuurlijk dat de woorden van de pastoor mij zouden doen inzien dat ik beter een ‘echt’ vak kon leren. Maar het doemscenario van de pastoor had een averechts effect. Ik was alleen nog maar meer gemotiveerd om te gaan acteren. Mijn ouders lieten me gaan. Ze zagen ook wel in dat ik niet tegen te houden was. Later zagen ze alle voorstellingen vanaf de eerste rij. Ook na de meest mislukte voorstellingen in lege zaaltjes zaten ze hard te applaudisseren.”
Vertel eens over je jeugd.
“Ik kom uit een katholiek gezin, was de jongste van zes kinderen en heb me altijd zeer gewenst gevoeld. Mijn ouders brachten ons de christelijke normen en waarden bij. Heb uw naasten lief. Wat gij niet wilt dat U geschiedt, doet gij dat ook een ander niet. Mijn vader was voorzitter van de kerkenraad. Elke zondag gingen we naar de kerk, maar mijn ouders waren niet heel streng in de leer. Natuurlijk had ik het als puber op een gegeven moment wel gehad met die kerk. Dus in plaats van dat ik de Beatmis bezocht, ging ik stiekem met vrienden de stad in. Toen mijn vader van de pastoor hoorde dat ik er niet was, kreeg ik op mijn donder, maar echt strijd hebben we nooit gehad. Hij had met mijn oudere broers al genoeg gestreden. Ik ben opgegroeid in Haarlem en speelde altijd buiten. Voetballen, pijltjes schieten, fietsen verbouwen, rolschaatsen en natuurlijk kattenkwaad uithalen. Ik zat op een rooms-katholieke jongensschool. Het schoolgebouw had in het midden een muur. Aan de ene kant van het gebouw zaten wij, de katholieken. Aan de andere kant de protestantse kinderen. Het was de bedoeling dat we elkaar nooit zouden tegenkomen. Daarom begon de ene school een kwartier eerder. Maar áls we toevallig protestantse kinderen tegenkwamen, was het meteen vechten geblazen. De protestanten deugen niet, werd ons verteld. Waarom? Geen idee. Absurd toch, dat die gescheiden werelden toen zo normaal waren? Het is nog maar zo kort geleden. Maar ja, ik deed wat er van me werd verwacht en vocht mee. Van mijn vader, die zelf ook zo was opgevoed, kreeg ik een dubbeltje voor een protestantse tand en een kwartje voor een kies. Ik geloof dat ik nooit een kies of tand heb geraakt.”





‘Toen er op de mavo voor het eerst meisjes in de klas kwamen, bleef ik meteen zitten’
En hoe zat het dan met de meisjes?
“Tot mijn zestiende kwam ik niet in aanraking met het vrouwelijk schoon. Op mijn moeder en twee zussen na dan. Mijn oudste zus zat op een internaat, mijn andere zus was vijf jaar ouder. Zij heeft mij verteld hoe je moest zoenen. Toen er op de mavo voor het eerst meisjes in de klas kwamen, bleef ik meteen zitten. Ik hád al moeite om me te concentreren en toen er opeens voor én achter én naast mij vrouwelijk vlees zat, was ik zó gebiologeerd, dat ik helemaal niet meer naar het schoolbord keek. Ik wist totaal niet hoe om te gaan met meisjes. Welke taal ik moest gebruiken. Dus deed ik maar stoer, dat was ik gewend met de jongens. Daar zaten die meisjes natuurlijk helemaal niet op te wachten. Mijn eerste vriendinnetje kreeg ik dan ook pas op de havo.”
En toen, vele jaren later, kwam Heleen in jouw leven. De vrouw met wie je inmiddels al 34 jaar samen bent.
“Het was liefde op het eerste gezicht. Ik was 30, Heleen 26. We stonden met een groep vrienden voor Paradiso te wachten op iemand die nog zou komen. Dat bleek Heleen te zijn. Ik kende haar niet, maar werd meteen zenuwachtig toen ik haar zag. Het optreden van Curtis Mayfield is die avond aan ons voorbijgegaan. We hadden zo veel te bespreken. Ik vond haar bloedstollend aantrekkelijk en dat vind ik nog steeds. Ik raak nooit op haar uitgekeken. Ze is een intens lieve vrouw, intelligent, sterk, stoer en ze heeft een heerlijke lach. Wat ze destijds in mij zag? Geen idee. Die vraag heb ik haar nooit gesteld. Moet ik misschien eens doen.”
‘Waar het in de liefde om gaat, is dat je ervan overtuigd bent dat je ook samen het ongeluk aankunt’
Vertel, 34 jaar samen, wat is jullie geheim?
“We hebben de mazzel dat we geïnteresseerd blijven in elkaar. En we gunnen elkaar de ruimte om onszelf te ontwikkelen. Het is jammer dat het niet veel mensen is gegeven om bij elkaar te blijven. Het is zo’n rijkdom om samen door het leven te gaan. We hebben vrij veel dood om ons heen meegemaakt. Vrienden, familie. Ook dat heeft ons bij elkaar gehouden. Iedereen kan gelukkig zijn als het goed gaat, maar waar het in de liefde om gaat, is dat je ervan overtuigd bent dat je ook samen het ongeluk aankunt. Dat je er ook voor elkaar bent in slechte tijden. Dat de ander niet afhaakt als je slecht in je vel zit of irritant bent, maar van je blijft houden.”
Jullie hebben twee dochters (27 en 23) en twee pleegkinderen (22 en 21). Vanwaar de keuze voor pleegkinderen?
“Heleen kwam ermee. Nadat onze twee dochters waren geboren, zei ze: ‘We kunnen nog een derde proberen, maar we kunnen ook voor een kindje gaan dat er al is en onze zorg nodig heeft.’ Waarom niet, dacht ik. Heb je naasten lief en zorg ook voor de ander. Dat is toch die christelijke opvoeding die weer om de hoek komt kijken. Kunnen delen als je rijk bent is er ook zo eentje. En dan bedoel ik niet in financiële zin, maar rijk in de zin van het hebben van een warm nest. En in ons warme nest was ruimte voor meer kinderen. Onze pleegdochter kwam bij ons toen ze nog geen drie was. Ze is nooit meer weggegaan. Veel jaren later kwam daar onze pleegzoon bij. Natuurlijk is het niet altijd gemakkelijk geweest, maar we hebben er zo veel liefde en plezier voor teruggekregen. Het kroost is nu jammer genoeg de deur uit, maar alle familiedingen, kerst en verjaardagen, doen we nog met z’n zessen.”
Hoe is het voor jullie dat het nest nu leeg is?
“Stil. We missen het onverwachte, de reuring. Nu we samen de volgende fase in zijn gegaan, hebben we ons huis verbouwd. Verder heeft Heleen een nieuwe baan en stort ik mezelf op het schrijven en regisseren van voorstellingen. Als acteur moet ik plaatsmaken voor de nieuwe generatie. Logisch, zij verdienen die kansen, ik heb ze destijds ook gekregen, maar toch... Het kost me moeite om plaats te moeten maken. Maar ja. Behalve in Amsterdam zijn we ook veel in de Achterhoek, waar we een tweede huisje, of beter gezegd blokhut, hebben. Die eerste ontluikende lentedagen of die kleurenpracht zodra de herfst is ingezet; het is een rijkdom om getuige te mogen zijn van de veranderende natuur en samen een beetje buiten te klooien. Een houten huis met een stuk grond eromheen betekent dat er altijd werk aan de winkel is. Er moet voortdurend iets worden opgeknapt, geschilderd, gesnoeid of vervangen. Heerlijk vinden we dat.”
Jaren geleden tourde je door het land met 237 redenen om door te gaan, een voorstelling over de dood. Hoe kijk jij naar het einde?
“Mijn laatste zin in die voorstelling was: ‘Als we het nu niet doen, doen we het nooit meer.’ En zo probeer ik nu te leven. Ik haal alles uit het leven wat erin zit, zodat ik straks op mijn sterfbed niet denk: had ik maar zus of zo. Ik probeer dingen te doen waar ik blij van word en, nog belangrijker, breng veel tijd door met mijn dierbaren. Kijk, je kunt twee dingen doen: de dood accepteren of de dood negeren. Ik ga voor de eerste. Elke dag besef ik dat het mijn laatste kan zijn. Dat wil niet zeggen dat ik een doemdenker ben. Juist niet. Het besef sterfelijk te zijn, maakt dat ik ervoor zorg altijd met mezelf en anderen in het reine te zijn. Dat ik altijd kan gaan. Dat als ik sterf, ik niemand kwaad heb gedaan en nergens spijt van heb. En dat ik misbaar ben. Zo heb ik onze kinderen ook opgevoed. Dat ze het zélf kunnen. ‘Ik ben onbelangrijk,’ heb ik ze altijd gezegd. ‘Ik stuur jullie, leer jullie je grenzen verleggen, maar vergeet mij. Je moet het zelf doen.’ Ik geloof dat ik daar goed in ben geslaagd.”

Over Leopold
Leopold Witte (Haarlem, 1959) verwierf landelijke bekendheid door zijn rol in de komische dramaserie Gooische vrouwen, waarin hij Evert Lodewijkx speelde. Zijn acteercarrière begon echter al tientallen jaren eerder. In 1985 studeerde hij af aan de Toneelschool in Amsterdam. Vervolgens werkte hij onder andere bij het RO-theater en Het Nationale Toneel. Sinds 1995 is Witte als freelancer betrokken bij Orkater. Hij maakte daar succesvolle voorstellingen waaronder 237 redenen voor seks (2011 en 2013), Lutine (2015) en 237 redenen om door te gaan (2017). Met De verleiders maakte hij een aantal hitvoorstellingen, zoals Door de bank genomen. Leopold is veelvuldig op tv en in de film te zien geweest, onder andere in Ventoux, Waterboys en Dorst. Bodem is vanaf 11 maart om 21.20 uur te zien op NPO3.




