




Royaltykenner Jo De Poorter (57) vertelde onlangs, in een gesprek met ons blad naar aanleiding van zijn recent verschenen boek ‘Albert & Paola: het geheim van de liefde’ een merkwaardige anekdote. Hij zei dat koning Boudewijn, nadat hij politiek journalist Hugo De Ridder op audiëntie had ontvangen en samen met hem op het bordes van het koninklijk paleis stond, aan De Ridder vroeg of zijn chauffeur hem kwam oppik-ken. ‘Mijn chauffeur?’ vroeg De Ridder. ‘Ik heb helemaal geen chauffeur.’ ‘O, heeft niet iedereen van een beetje rang of stand een chauffeur’, was de repliek van de toenmalige koning. Om maar te zeggen: over het alledaagse leven wist de vorst weinig en con-tact met ‘de gewone mens’ had hij niet of nauwelijks.
ZEER GESLOTEN
‘Ik heb koning Boudewijn verschillende keren ontmoet en heb hem altijd een mystieke en wereldvreemde man gevonden die het bestaan van een monnik leidde’, aldus Jo De Poorter. ‘Die in al zijn koninklijkheid en al zijn ernst - en kinderloosheid - zeer gesloten leefde. Hij kwam alleen naar buiten als zijn ambt het vroeg. Bij staatsbezoeken en dat soort dingen.’ ‘Ik was zelf nog een kind toen ik hem voor het eerst ontmoette’, gaat hij verder. ‘Ik was lid van het zangkoor van de Gentse Sint-Baafskathedraal en op een dag moesten we optreden in het paleis van Laken voor de koning en koningin. Ik moet toen een jaar of twaalf geweest zijn. Na ons optreden werden we uitgenodigd voor een maaltijd. Koning Boudewijn is ons toen allemaal persoonlijk – we waren met een 60-tal – een woordje komen toespreken. Hij vroeg me of mijn voornaam Jo afgeleid was van de timmervader van Jezus Christus. Verder dan dat zijn we niet gekomen.’





” Koningin Fabiola praatte honderduit, ook over haar miskramen
SINTERKLAAS
‘Ik heb toen wel heel lang met Fabiola gepraat’, weet Jo nog. ‘Ik zat bij haar aan tafel. Er stonden drie grote tafels in die zaal en aan één stond een stoel die iets groter en met iets meer goud omhuld was dan de andere. Ik was de eerste in de zaal, dus wist ik meteen dat ik naast die hoge stoel moest gaan zitten. Ik dacht dat ofwel Sinterklaas ofwel één of andere bekendheid naast me kwam zitten. En kijk, het bleek de stoel van de koningin te zijn.’ ‘Ze praatte toen honderduit over het feit dat zij en haar man kinderloos waren gebleven, maar dat ze heel graag kinderen zagen’, gaat hij verder. ‘Ze dacht waarschijnlijk dat het niet veel uitmaakte wat ze tegen zo’n manneke van twaalf vertelde. Wist zij veel dat hij later voor de televisie zou gaan werken en een boek over haar man zou schrijven, en dus vertelde ze ook open over de miskramen die ze had gehad. Ik was zeker onder de indruk. Misschien dat toen mijn fascinatie voor het koningshuis is ontstaan?’
EEN ZWARE LAST
‘Boudewijn was een sociaal bewogen man’, vervolgt Jo. ‘Na zijn dood ontstond een soort massahysterie maar ik durf de populariteit van onze vroegere vorst toch in vraag stellen. Zijn dood leek een symbool voor het afsluiten van een hoofdstuk, maar ik denk niet dat Boudewijn zelf zo immens geliefd was. Hij was er wel altijd geweest. Hij werd heel jong gekroond en heel veel Belgen hadden nooit een andere koning gekend. Ik denk dat dat het was. Voor mij was hij ook heel lang het enige gezicht dat ik kende op munten, bankbiljetten en postzegels. Dat is wel iets, maar of die man daar zelf veel tot heeft bijgedragen, betwijfel ik.’ ‘Mij leek het alsof hij de taak van koning meer als een soort last droeg of als een zware opgave beschouwde, dan iets waar hij echt vrolijk van werd’, vermoedt Jo. ‘De taak van het staatshoofd is wetten ondertekenen. Of het nu een donkergroene wet is of eentje met rode stippen, dat maakt niet uit. Een staatshoofd moet gewoon ondertekenen. Boudewijn had daar in 1990, in de abortuskwestie, blijkbaar een probleem mee. Dan is er maar één conclusie: dat hij niet geschikt was voor die functie.’








ZAAK VAN LEVEN EN DOOD
‘Als je in de post aan het loket werkt en je wil alleen maar die of die persoon bedienen, zit je daar ook niet op je plaats’, oordeelt Jo. ‘Ik vind die hele kwestie echt een zwarte pagina in onze geschiedenis. Boudewijn heeft toen voor zijn eigen overtuiging gekozen, niet voor die van het volk. Blijkbaar was zijn positie belangrij-ker dan de noden van zijn bevolking, van zijn land.’ Boudewijns beroemdste regeringsdaad was inderdaad zijn weigering om de abortuswet te ondertekenen. Voor de ene een heroïsche daad, voor de andere een absoluut verwerpelijke en ontoelaatbare keuze. De abortuskwestie was voor Boudewijn echt geen detail, maar een zaak van leven en dood. Of had het te maken met zijn verbondenheid met de Gemeenschap Jeruzalem, de Engelstalige tak van de Charismatische Vernieuwing? Een gezelschap dat gerust als een sekte mag beschouwd worden.





” De abortuskwestie is een zwarte pagina in onze geschiedenis
NEUTRALITEIT BEHOUDEN
Koning Boudewijn zou van de 36 uur dat hij even geen koning meer was, zodat de abortuswet ondertekend kon worden, gebruik gemaakt hebben om een misviering van de Gemeenschap bij te wonen in Etterbeek. Tijdens zijn koningschap wou hij immers zijn ‘neutraliteit’ be-houden. In 1975, toen de paus de Charismatische Vernieuwing officieel erkende, was hij echter wél aanwezig in Rome. ‘Ik was er zo ondersteboven en gelukkig van dat de tranen over mijn wangen rolden zonder dat ik er iets aan kon doen’, schreef Boudewijn daarover in zijn dagboek.
IN PYJAMA
‘Ik ben nog met koning Boudewijn naar Japan gereisd’, aldus journalist en royaltywatcher Jan Van den Berghe (82). ‘Op het vliegtuig zag ik hem in pyjama rondlopen. Ik wou een foto maken, maar dat mocht niet. Tijdens een bezoek aan het keizerlijk paleis vergat Boudewijn zijn schoenen uit te doen. De Japanse eerste minister riep luid ‘Your shoes!’ waarop Boudewijn met het schaamrood op de wangen zijn schoenen uittrok. Hij had ook rugpijn en wurmde zich in het paleis met veel moeite onder een laag tafeltje.’
BREEKBARE HEILIGE
‘Toen ik dat in een artikel beschreef waren ze aan het hof not amused’, vervolgt Jan. ‘Dat is nog altijd het drama van het koningshuis: ze doen alsof ze in een sprookje leven en bijna bovenmenselijk zijn. Tegelijkertijd willen ze wel als ‘gewone mensen’ beschouwd worden. Dat gaat niet samen. Als Afrikanen naar een stamhoofd kijken, vinden ze het logisch dat hij meer geld en vrouwen heeft. Zo wordt in veel landen ook naar de koning gekeken. De Belgische vorsten hebben dat niet graag. Alsof ze één van ons zijn.’ ‘Daarom profileerde Boudewijn zich de laatste jaren van zijn bewind ook steeds meer als een sociaal bewogen vorst’, weet Jan Van den Berghe. ‘Bij gebrek aan reële macht gooide hij zich met missionaire ijver op het bestrijden van de vrouwenhandel, het helpen van asielzoekers en de minstbedeelden in de samenleving. Boudewijn had de reputatie van een kreukvrije vorst, een breekbare heilige als het ware, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat hij nauwelijks wist hoe het échte leven in elkaar zat.’


LEVEN ALS TUSSENSTAP
‘Boudewijn hield niet echt van het leven’, dixit ex-VTM-journaliste Brigitte Balfoort (62). ‘Hij zag het leven, hier op aarde, als een tussenstap. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat hij zo vroeg zijn moeder heeft verloren. Boudewijn was amper vijf jaar toen prinses Astrid overleed. Hij heeft de dood van zijn moeder bewust meegemaakt, veel bewuster dan zijn broer Albert die amper vijftien maanden oud was.’ ‘Iedereen denkt trouwens dat Fabiola op het vlak van geloof Boudewijn zwaar heeft beïnvloed, hem heeft bekeerd, maar Boudewijn was al zeer gelovig vóór hij haar leerde kennen’, aldus nog Brigitte. ‘Ik denk dat ze aan elkaar gewaagd waren. Hun geloof: ze stonden ermee op en ze gingen ermee slapen. Boudewijn droeg een polshorloge dat elk uur een signaal gaf dat de vrome vorst aan de Maagd Maria moest denken. Hij was een groot Mariavereerder. Net zoals hij zijn vrouw vereerde.’
” Zijn polshorloge gaf elk uur een signaal dat hij aan Maria moest denken
SAAI EN KLEURLOOS
‘Boudewijn hield ongelooflijk veel van Fabiola, dat kwam in de vele gesprekken die ik met haar heb gevoerd altijd naar boven’, vertelt Brigitte. ‘Hij hield meer van Fabiola dan van het leven zelf… De serieuze houding van Boudewijn woog trouwens op Fabiola. Het gerucht deed de ronde dat ze saai en kleurloos was, maar ik heb haar anders leren kennen. Voor mij was ze een onvermoeibare en energieke vrouw. Ik vermoed dat ze zich, tijdens haar 33-jarige huwelijk met Boudewijn, ferm heeft moeten inhouden. Ze was veel losser geworden na zijn dood.’ Boudewijn was in tegenstelling tot zijn broer Albert geen Bourgondiër. Hij bleef niet graag lang aan tafel zitten, eten was iets louter functioneels. Hij dronk ook nooit alcohol. Geen wijn of bier voor de vorst. Hij leefde heel sober. Naar het beeld dat iedereen van hem had en heeft. ‘Boudewijn was een ‘geroepen’ koning’, besluit Jo De Poorter. ‘Geroepen door God, naar het voorbeeld van de vorsten van Engeland en Thailand. Die blijven ook allemaal staatshoofd tot God zegt dat het gedaan is en ze tot hem roept. God was Boudewijns werkgever. En hij heeft zich meer naar God geschikt dan naar zijn volk dat zijn rekeningen betaalde…’




