‘Bij Team Curaçao mocht ik overal bij zijn, bij Oranje is er veel meer afstand’
Samantha is alweer even terug uit de Verenigde Staten én Mexico – twee van de drie gastlanden van het 23ste WK voetbal. Als FIFA-reporter volgde ze eerst Team Curaçao, debutant op dit WK, op de voet en daarna het Nederlands elftal. “Dit werk geeft me energie. Tijdens het WK ben ik net een machine. Wanneer je continu doorgaat, heb je ook geen tijd om in te storten. Dat komt later pas, als je thuis bent. Het is druk geweest, maar bovenal was het genieten. Ik bloei hier juist van op. Het was helaas korter dan gehoopt – ik was er slechts een maand – maar het was voor mij wél de meest indrukwekkende editie.”
Namens FIFA TV deed je voor de vierde keer verslag van het WK. Je verzorgde liveverslaggeving van de wedstrijden, deed interviews en maakte reportages rondom de duels van Team Curaçao. Hoe heb je het ervaren?
“Het was zó bijzonder. Maar ook historisch en uniek. Je schrijft geschiedenis, aangezien Team Curaçao zich voor het eerst ooit had geplaatst voor een WK. Het allerkleinste land ooit, op het grootste podium van de wereld. Team Curaçao genoot werkelijk van iedere seconde. Voor hen is voetbal ook meer dan een sport. Ze doen het voor het eiland, hun familie, de economie van Curaçao.
Bij de vraag: ‘Voel je druk voor de wedstrijd?’ kreeg ik antwoorden als: ‘Druk? Druk is een alleenstaande moeder die vijf bekkies moet vullen!’ Je merkte dat ze heel dankbaar waren. En dat ze een echte muzieken danscultuur hebben. Vooraf gaven ze al aan dat ik mijn dansschoenen moest meenemen, maar ze hadden beter kunnen zeggen dat ik ze gelijk aan had kunnen doen. Zelfs tijdens de training stond er muziek op.
Dick Advocaat kwam een keer naar me toe om te zeggen dat-ie me wel stiekem had zien dansen langs de lijn. Haha! Die playlist van Team Curaçao zorgde er ook wel voor dat je niet stil kón staan.”
Wekenlang zat je in het epicentrum van de mannenwereld. Hoe is dat als één van de weinige vrouwelijke reporters op zo’n groot event?
“Er wordt niet op of om gekeken, het wordt als normaal gezien. Iedereen benadert mij als professional, als de FIFA-reporter die haar werk komt doen. In mijn functie zie je over het algemeen meer mannen, maar in Engeland kijken ze naar je cv en niet naar je geslacht. Daar kan de Nederlandse sportbranche nog wat van leren. Bij Team Curaçao werd. ik volledig opgenomen in het team, het voelde alsof ik was geadopteerd. Zij zagen mij als één van hen.
Ik verbleef in hetzelfde hotel als de spelers, maar ook daar ging de deur wagenwijd voor me open. Ik was overal welkom met mijn cameraman – zoals wanneer hun haar werd ingevlochten voor de wedstrijden. Die toegankelijkheid met steevast: ‘Ja joh, kom binnen!’ zul je bij het Nederlandse elftal niet meemaken. Daar wordt veel meer afstand gecreëerd tot de spelers.”
Wat was je eerste reactie toen FIFA je vroeg om verslag te doen voor een debuterend team, in plaats van het reeds gevestigde Team Oranje?
“Ik vond het wáánzinnig. Drie eerdere WK’s werkte ik voor het Nederlands elftal, maar iedereen kent de spelers van Oranje al. Zij komen immers uit voor de grootste clubs ter wereld. Qua storytelling is Team Curaçao dan ook veel interessanter. Veel mensen wereldwijd kenden het eiland, met slechts 156.000 inwoners, niet eens. Juist daarom is het bijzonder om het op de kaart te mogen zetten. En dan óók nog met Dick Advocaat als coach. In 2014 presenteerde ik bij RTV Noord-Holland een talkshow vanuit het AZ-stadion, waar Dick destijds trainer was en aanschoof.
Dat we elkaar nu, op een WK, weer troffen terwijl hij bijna 79 jaar is, voelde alsof de cirkel rond was.”
Je bent op wedstrijddagen live én wereldwijd in de uitzending. Ben je weleens bang dat er iets mis kan gaan?
“Nee, het geeft me slechts een adrenalinerush – geen onzekerheid. Ik ben nooit bang voor fouten. Je kunt mijns inziens ook nooit een foute vraag stellen, dat is gewoon wat op dat moment in jou opkomt. Ik zie het zo: je moet gewoon je werk goed uitvoeren en dan komt het ook goed. In deze branche zijn Nederlanders over het algemeen goed georganiseerd. Ze willen alles voor elkaar hebben en denken altijd één stap vooruit. Die eigenschappen moet je ook wel in je hebben om deze job te kunnen doen. Het is niet alleen de reporter-rol die je vervult, je bent tevens producer, want je regelt alles zelf.”
Hoe zagen je dagen eruit?
“Meestal stond ik op om zeven uur ’s ochtends en ging rond middernacht naar bed. Je werkt niet non-stop, maar je moet wel continu aan staan. Het gaat de hele dag door, mede vanwege het tijdsverschil met de collega’s in Londen, met wie ik de items afstem. En tussendoor heb je de charters – in totaal heb ik twaalf vluchten moeten maken voor de wedstrijden. Om mezelf op te laden dook ik een aantal keer per week de hotelgym in. En als het kon, met bijvoorbeeld een late wedstrijd, ging ik op stap met collega’s. Ook daar krijg je energie van, anders zit je alleen in die WK-bubbel, en lukt het niet om te ontladen.”

‘Als klein meisje zat ik altijd samen met mijn vader naar sport op televisie te kijken’

MEER SAMANTHA
Geboren: 5 april 1983
Thuis: sinds 2010 samen met hormoonexpert Ralph Moorman
Carrière: Samantha begon haar carrière in 2013 in de Eerste Divisie. Vervolgens presenteerde ze een sporttalkshow bij RTL Noord-Holland. Vanaf 2015 werkt ze internationaal als sportverslaggever, eerst bij de MotoGP en daarna bij de wieler-sport voor Eurosport. Ook heeft ze verslag gedaan van de Formule 1 en Dakar Rally, van meerdere WK’s voor FIFA TV en werkte ze voor UEFA TV. Daarnaast is ze regelmatig te zien en horen als sportduider op radio en televisie, onder meer bij WNL.
Wat vind je het leukste aan je werk?
“Afgezien van de sport, de spelers, het reizen en wat je allemaal ter plaatse meemaakt, zijn het óók de internationale collega’s die dit werk mooi maken. Ik ken inmiddels al aardig wat reporters, producers en cameramensen van over de hele wereld. Het is bijzonder om deze collega’s iedere keer weer op zo’n groot event te zien. Sport is mijn passie, omdat sport emotie is – én verbindt. Wanneer duizenden mensen zich achter Oranje scharen, doet het er niet toe of je links of rechts bent. Je bent samen één, en je gaat ook samen van links naar rechts. Je bent daar om jouw land aan te moedigen – je politieke voorkeur of afkomst doet er op dat moment helemaal niet toe. Dat is wat sport doet met mensen. Door mijn vader ben ik sportreporter geworden. Als klein meisje zat ik altijd samen met hem naar allerlei soorten sport op televisie te kijken, dus dat virus heeft hij doorgegeven. Hij leeft altijd het hardst met mij mee en is zó trots. Mijn neefje van dertien overigens ook. Hij stuurde mij tijdens het WK: ‘Ik ga jouw werk doen wanneer ik big ben.’”








Ik zie het kippenvel op je arm verschijnen. Op welke momenten kreeg je dat nog meer?
“Bij de eerste goal van Team Curaçao tegen Duitsland. Het stond toen 1-1 en Dick pakte zijn zakdoekje erbij. Nou, toen had ik het ook niet meer! Zijn tranen gaven mij tranen. Je zit er ook zó in. Je leert die jongens kennen, je voelt die spanning en sfeer – dat doet wel wat met je. Zo ook toen Curaçao voor het eerst het veld opkwam en hun ‘clublied’ Mama Wak door het stadion galmde. De goal van Cody Gakpo tegen Marokko was eveneens emotioneel. Zijn kindje was doodgeboren. Door het WK tóch te spelen, kon hij zijn frustratie omzetten in de wedstrijd. De diepte-interviews van een kwartier, waarmee de spelers zichzelf op de kaart zetten, konden ook indrukwekkend zijn. Zoals met keeper Bart Verbruggen. Hij is pas 23 jaar. Het leukste interview?
Denzel Dumfries. Hij is vernoemd naar acteur Denzel Washington en dus wilde ik van hem weten of hij zelf ooit zou willen acteren of een film zou willen produceren. Hij sloeg daar enorm op aan, want hij is daar toevallig mee bezig. Hij was zo lekker aan het kletsen, dat-ie bijna de bus terug naar het hotel miste.
Denzel komt erg nors over op het veld. Hij kijkt altijd vrij bozig. Dat is echter zijn gameface. Wanneer je een gesprek met hem hebt, merk je dat het een lieve, open jongen is.”
Wat had voor jou de meeste impact op persoonlijk vlak?
“Dat Team Curaçao altijd vrolijk, blij en positief was. En overal dansend binnenkwam. Iedere voorbijganger deed dan lekker gek met ze mee. Fantastisch! Door beelden op social media had ik al gedacht dat het één groot feest zou worden, maar als je er middenin zit is het haast onbeschrijfelijk. Ook bijzonder: wanneer we met de chartervlucht van het team meereisden, reden we in konvooi achter de spelersbus aan, met politie-escortes voor en achter ons.
‘In konvooi reden we achter de spelersbus aan, met politieescortes voor en achter ons’
Dat maak je natuurlijk niet elke dag mee. Ik zei ook tegen mijn camera-operator: sta er wel even bij stil dat dit niet normaal is, hè? We zullen de escortes nog gaan missen als we thuis weer in de file staan, haha! Een ander uniek hoogtepunt was dat ik mee mocht op teamuitje. We gingen naar een honkbalwedstrijd waar Dick Advocaat met de aanvoerder Leandro Bacuna de first pitch deed. Dick heeft vroeger veel gehonkbald en honkbal is tevens een van de grootste sporten op Curaçao, dus dat was heel tof. Dicks motto was: het zou zomaar het enige WK kunnen zijn dat Curaçao ooit speelt, dus we kunnen er maar beter met z’n allen elke minuut van genieten. Niet veel later kreeg ik een telefoontje van mijn opdrachtgever met de vraag of ik direct wilde overstappen naar Team Oranje – de crew aldaar was ontslagen. Het viel rauw op mijn dak, omdat ik het zó naar mijn zin had. Maar uiteraard ging ik ermee akkoord, want het zakelijke aspect gaat altijd voor.
Toen ik het Dick mededeelde, grapte hij: ‘O, je krijgt een upgrade.’ Haha!”
Werd het direct een stuk zakelijker werken bij Team Oranje?
“Op het moment dat ik het vliegtuig instapte richting Kansas City, waar het Nederlands elftal was, kreeg ik een appje van de perschef, dus ook daar werd ik heel warm ontvangen. Als vrouw moet je je in een mannenwereld altijd nét harder bewijzen. En in de mediawereld krijg je sowieso weinig complimenten voor het werk dat je levert. Er heerst eerder een mentaliteit van: voor jou tien anderen. Juist daarom is het extra bijzonder om een teken te krijgen dat mensen graag met je samenwerken. Bovendien heb ik het beste van twee werelden mogen ervaren door niet één, maar twee legendarische teams van dichtbij te volgen.”
TEKST: EMELIE VAN KAAM. FOTO’S: NOORTJE DALHUIJSEN FOTOGRAFIE, PRIVÉBEZIT.




