
‘Als ik destijds niet door mijn toelatingsproef was geraakt om audiovisuele kunsten te gaan studeren aan het RITCS in Brussel, dan was de kans groot dat ik een opleiding in de zorgsector zou hebben gevolgd’, vertelt Manu ons. ‘Ik vind verpleegkundige een heel mooi en nobel beroep, want je zorgt voor mensen en dat doe ik heel graag. Dankzij Een Echte Job had ik nu de unieke kans om als verpleger stage te lopen in een ziekenhuis.’
Je moest aan de slag op de dienst spoed. Wat dacht je toen je dat hoorde?
Mijn kinderdroom kwam uit, want ik ben een grote fan van de VTM-reeks Spoed. Daar kan ik echt uren en uren naar kijken. Los daarvan is de spoeddienst ook wel een beetje het verhaal van mijn leven. Ik ben iemand die enorm houdt van variatie, vandaar dat ik ook veel verschillende dingen doe, en op die afdeling heb je dat ook. Het ene moment sta je in een huis om iemand met een gebroken heup naar buiten te brengen en een uur later assisteer je bij het naaien van een wonde.
Op de spoedgevallen stroomt de adrenaline ook nog eens door je lijf.
Dat was echt niet normaal. Ik weet van mezelf dat ik soms eens in een paniekkramp kan schieten, maar dat is daar helemaal niet gebeurd. Ik bleef heel koelbloedig en rustig. Op voorhand dacht ik niet dat ik zo zou reageren. Ik heb mezelf echt wel verbaasd.
AFSTAND HOUDEN
Op die afdeling passeren er ook heel wat schrijnende toestanden de revue. Moest je soms niet op je tanden bijten?
Wees maar zeker. Ik ben een heel emotioneel persoon en verhalen komen altijd enorm binnen bij mij. In het bijzijn van patiënten heb ik me steeds sterk gehouden, maar zodra ik de kamer verliet, heb ik toch af en toe een traantje weggepinkt.
Blijven die verhalen dan ook niet aan jou plakken?
Zeker de eerste dagen nam ik die echt mee naar huis, maar nadien heeft mijn stagementor me tips gegeven om alles wat meer los te laten. De belangrijkste raad was om toch een zekere afstand te bewaren tot de patiënt, wat ik best moeilijk vond, want ik luister heel graag naar mensen hun verhaal. Ik ben heel nieuwsgierig. Maar ik moest me dus meer focussen op mijn taak: die persoon verzorgen.
‘In het bijzijn van de patiënten hield ik me sterk, maar eens buiten liet ik weleens een traantje’
Al kan ik me wel voorstellen dat je na zo’n lange shift ook wel eens wat stoom wil aflaten.
Ik bel al veel met mijn moeder, maar tijdens mijn stage heb ik dat nog meer gedaan, om alles van die dag even te ventileren. Dat hielp me enorm. Ook los van het programma is mijn mama de persoon bij wie ik mijn hart kan luchten als ik met iets zit. Ze zal er altijd zijn voor mij.
VIEZE VOETEN
Hoe reageerden de patiënten wanneer ze plots geholpen werden door een bekende persoon?
Sommigen hadden totaal niet door wie ik was en excuseerden zich ook achteraf bij mij. Nergens voor nodig natuurlijk. En anderen herkenden me wel en zeiden dat ze zich instant beter voelden na onze ontmoeting (lachje). Gelukkig had niemand schrik toen ik aan zijn of haar bed stond om een prikje te geven. Zelf was ik ook niet bang om iets verkeerd te doen. Als stagiair-verpleegkundige werden we altijd begeleid door onze mentor, dus er kon onmogelijk iets fout lopen.
Van bloed heb je alleszins geen schrik, van voeten daarentegen…
Ik vind dat gewoon heel vies. Ook bij mezelf, ik draag áltijd kousen. Geen flauw idee waar die afkeer vandaan komt. Op de spoed moest ik natuurlijk soms voeten verzorgen en dat was echt wel een knop omdraaien. Je wil daar niet staan kokhalzen. Om mij wat te plagen kreeg ik ook alle ‘voetproblemen’ op mijn bord. Ik kan wel zeggen dat ik na mijn stage iets toleranter ben geworden tegenover voeten, maar ik heb nog een lange lijdensweg te gaan (lachje).
Heeft humor je geholpen?
Op dat vlak heb ik me soms wel moeten inhouden. Het was vooral een kwestie van aanvoelen of humor wel gepast was. Kinderen vonden dat tof, dan vergaten ze even hun pijn. Maar bij anderen was er geen ruimte om grapjes te maken, als het te ernstig was of zo…
‘Ik voel me omarmd door kijkend Vlaanderen, sommigen komen me zelfs knuffelen’

Heb je zelf al in het ziekenhuis gelegen?
Zelf niet nee. Hout vasthouden dat dat ook niet gebeurt. Maar ik ben wel al op de dienst materniteit geweest om op babybezoek te gaan, en ook op palliatieve zorg toen mijn grootmoeder daar lag.





Neem je zelf vaak risico’s, of ben je eerder het voorzichtige type?
Ik ben wel een beetje een bangerik, en ik ben nog alerter geworden voor mogelijke gevaren. Ik herinner me een patiënt die lelijke breuken had opgelopen nadat hij van een container was gesprongen. Toen ik hem vroeg waarom hij dat deed, zei hij doodleuk: ‘Gewoon voor de fun.’ Ik zal dat soort onnozel kattenkwaad nooit uithalen.
TEDDYBEER
Een carrièreswitch naar de zorgsector zit er niet meteen in, want je mediacarrière loopt heel goed.
Ik kus inderdaad mijn beide pollen dat ik zoveel werk heb en dat het allemaal zo gevarieerd is. De ene keer is het presenteren, dan is het weer acteren… En ook voor verschillende zenders. Ik zit nergens exclusief.
Zou je niet graag ergens een exclusiviteitscontract hebben? Dat levert aardig wat centjes op.
Het is een torenhoog cliché, maar ik werk niet voor het geld. Ik ben zo blij met wat ik allemaal mag doen, ik heb van mijn hobby mijn beroep kunnen maken. En natuurlijk zou ik met zo’n exclusiviteitscontract meer kunnen verdienen, maar op dit moment vind ik dat nog niet nodig in mijn leven. Ik ben een gelukkige freelancer (lachje).
‘Mijn rijbewijs behalen gaat mijn leven zoveel makkelijker maken’
Het belooft dus opnieuw een druk jaar te worden. Geen schrik dat je te veel hooi op je vork neemt?
Aan het einde van 2024, dat ook heel druk was, voelde ik wel dat ik nood had aan vakantie. Maar na twee dagen thuis loop ik alweer de muren op. Mijn batterijen laden snel op, omdat ik mijn werk zo graag doe. Al ben ik wel van plan om dit jaar wat meer rustmomenten in te lassen - die staan ook al in de agenda - en geen verschillende projecten door elkaar te doen.
Als je veel werk hebt, wil dat zeggen dat de mensen je graag bezig zien.
Ik voel me wel omarmd door kijkend Vlaanderen. Letterlijk zelfs, want soms komen onbekende mensen me knuffelen. Velen zien me als een teddybeer. Ik pak ook wel graag mensen vast, als ik ze ken tenminste (lacht). Ik zie het vooral als een bevestiging dat ik goed bezig ben, want van nature ben ik vrij onzeker.
EEN EI IN DE BROEK
Wat staat er nog bovenaan je bucketlist?
Ooit zou ik heel graag Het Swingpaleis willen presenteren. Het lijkt me zalig om de Felice in mezelf naar boven te halen. Ik hou wel van een shiny floor met veel entertainment. Al zou ik de halfnaakte danseressen aan de paal en de strijd tussen jongens en meisjes wel weglaten (lachje).
Wat dit jaar sowieso zal gebeuren, is je rijbewijs halen.
Mijn theoretisch rijexamen heb ik al achter de rug en nu volg ik twintig uur les met de rijschool. En dat verloopt heel goed. Mijn instructeur zegt ik dat alles snel opneem. Al zit ik soms nog wel met een ei in mijn broek (lacht). In maart of april zal ik dan mijn praktisch rijexamen doen en dan hoop ik meteen mijn rijbewijs te hebben. Dat gaat mijn leven zoveel makkelijker maken. Ik heb zulke onregelmatige uren en moet soms ook naar afgelegen plekken. Dan hoef ik eindelijk niemand meer voor mijn kar te spannen (lacht)!
EEN ECHTE JOB
VTM maandag 20u40
TEKST: CHRISTOPHE D’HUYSSER • FOTO’S: KRISTOF GHYSELINCK, VTM, MNM E.A.




